Eind 2018 was er nog een daling van het financieel vermogen met 25,1 miljard euro. Die daling is nu ruimschoots gecompenseerd.

Het waren vooral de stijgende beurskoersen die de Belg rijker hebben gemaakt. Bij de beleggingsfondsen kwam er 14,6 miljard euro bij, bij de verzekeringsproducten 11,9 miljard. Beursgenoteerde aandelen werden 6,7 miljard euro meer waard en niet-beursgenoteerde aandelen 7,6 miljard.

Nochtans bleek de beurs iets minder in trek, de Belg verkoos in het eerste kwartaal iets minder risico te nemen, zegt de Nationale Bank. Particulieren investeerden een half miljard minder in beursgenoteerde aandelen en 1,5 miljard minder in beleggingsfondsen.

Er werd daarentegen 4,3 miljard euro meer gestald op de spaarboekjes en 3,1 miljard euro meer op de zichtrekeningen. De spaarquote steeg tot 12,9 procent, het hoogste peil in minstens drie jaar. De Belg had in het eerste kwartaal 1 procent meer te besteden en besliste daarvan slechts de helft uit te geven.

Tegelijk stegen ook de financiële schulden in het eerste kwartaal, met 2,8 miljard euro tot 294,3 miljard in totaal. Die stijging was vooral toe te schrijven aan de hypothecaire kredieten, meldt de Nationale Bank.

Mochten de vermogens gelijk verdeeld zijn over alle 11,467 miljoen Belgen, dan bezit iedereen netto zo'n 92.500 euro.