Het persoonsvolgend budget in vijf vragen

01/11/18 om 16:29 - Bijgewerkt op 05/11/18 om 09:14

Voor wie geconfronteerd wordt met een handicap en behoefte heeft aan (professionele) ondersteuning, is een gebrek aan informatie dikwijls een bron van frustratie. Welke mogelijkheden biedt het systeem van de persoonsvolgende financiering? En wat moet u daar zelf voor ondernemen?

Het persoonsvolgend budget in vijf vragen

© iStock

Ruim twee jaar geleden deed de persoonsvolgende financiering zijn intrede in de zorgsector. Het achterliggende idee van de nieuwe aanpak is eenvoudig: waar de Vlaamse overheid vroeger zorgvoorzieningen subsidieerde, zou het geld voortaan rechtstreeks ter beschikking worden gesteld van personen met een handicap. Zij moeten dus niet langer op zoek gaan naar een plaats bij een zorgaanbieder, maar kunnen zelf beslissen waar en hoe ze hun budget besteden.

Hoe de persoonsvolgende financiering werd onthaald en wat de mogelijke voordelen en valkuilen zijn, leest u hier. Maar hoe werkt het systeem in de praktijk?

1. Welke vormen van persoonsvolgende financiering zijn er?

De persoonsvolgende financiering bestaat uit twee 'trappen'. De eerste trap omvat de rechtstreeks toegankelijke hulp (RTH) en het zorgbudget. De tweede trap is het persoonsvolgend budget (PVB).

Het zorgbudget is een maandelijkse belastingvrije tegemoetkoming van 300 euro. De hoogte van het PVB, dat is bedoeld voor mensen met een hogere ondersteuningsnood, hangt daarentegen af van de categorie waarin u wordt ingedeeld. Er zijn twaalf categorieën: het budget voor de laagste categorie bedraagt iets meer dan 10.000 euro, dat van de hoogste ruim 87.000 euro (bedragen geldig voor 2018). Het is niet mogelijk een zorgbudget en een PVB te combineren.

De RTH bestaat uit beperkte ondersteuning, in de vorm van begeleiding, dagopvang of verblijf, bij erkende en gesubsidieerde zorgaanbieders. In tegenstelling tot het zorgbudget of het PVB krijgt u hiervoor geen extra middelen.

2. Waaraan kunt u het zorgbudget of PVB uitgeven?

Het zorgbudget is volledig vrij besteedbaar. U moet geen rekenschap afleggen voor uw uitgaven. Het PVB heeft ook een beperkt vrij besteedbaar gedeelte. De meeste uitgaven moeten worden gemeld bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een handicap (VAPH), dat in sommige gevallen ook de betaling afhandelt.

3. Wie komt in aanmerking?

Het zorgbudget wordt toegekend aan iedereen met een erkende handicap én aantoonbare ondersteuningsnood. Voor het PVB zijn er nog twee bijkomende criteria: u moet meerderjarig zijn, maar jonger dan 65 jaar en in Vlaanderen of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wonen. Een aanvraag voor een PVB indienen kan al vanaf 17 jaar.

4. Moet u een aanvraag indienen voor een budget?

Om een zorgbudget te krijgen, moet u, afgezien van het laten erkennen van uw handicap en ondersteuningsnood, zelf niets ondernemen. Indien u in aanmerking komt, neemt uw zorgkas automatisch contact met u op.

Voor het PVB is er een aanvraagprocedure. U stelt daarvoor een 'ondersteuningsplan persoonsvolgend budget' op, waarin u specifieert hoe dikwijls u welke vormen van ondersteuning nodig heeft. U kunt ook aangeven hoe dringend uw situatie is. Dat plan wordt beoordeeld door een multidisciplinair team (MDT) van experts, dat de aanvraag al dan niet goedkeurt en een budgetcategorie voorstelt. De duurtijd van de procedure (tot het al dan niet goedkeuren van de aanvraag) is gemiddeld zeven à negen maanden.

De toekenning van een PVB is definitief. Als uw situatie wijzigt en u een hoger budget wenst, is een nieuwe aanvraag nodig. Let wel, dat uw aanvraag werd goedgekeurd, betekent nog niet dat u ook al effectief over geld beschikt, wel dat u op de wachtlijst komt.

5. Hoe wordt over de volgorde op de wachtlijst voor het PVB beslist?

Het verslag van het MDT over de urgentie van uw situatie is doorslaggevend. Alle aanvragen worden ingedeeld in drie prioriteitengroepen. Binnen die groepen wordt de volgorde bepaald door het moment van de aanvraag. Er zijn ook enkele versnelde procedures, bijvoorbeeld voor noodsituaties (plots wegvallen van het netwerk) of in geval van snel degeneratieve ziekten zoals ALS. Indien uw aanvraag in eerste instantie niet als noodgeval wordt erkend, kunt u altijd een heroverweging vragen.

Meer informatie vindt u op de website van het VAPH.

Onze partners