In België telt 18 procent van de gezinnen met kinderen er drie of meer. Daarmee moet ons land enkel Ierland (26 procent) en Finland (19 procent) laten voorgaan. België deelt die derde plaats met Frankrijk. In 2018 leefden er in de Europese Unie 223 miljoen huishoudens, waarvan bijna een derde (65 miljoen) met kinderen. Daarvan waren er vijftien procent éénoudergezinnen.

Bijna de helft van de gezinnen met kinderen in de Europese Unie (47 procent) heeft maar één kind, 40 procent twee kinderen en 13 procent van de gezinnen telt drie of meer kinderen. Voor België kwamen die cijfers vorig jaar uit op respectievelijk 41,2 procent, 40,6 procent en 18,1 procent. Kroostrijke gezinnen komen het minst vaak voor in Bulgarije (5 procent), Portugal (7 procent), Spanje en Italië (elk 8 procent).