De afgelopen weken en maanden kwamen, al dan niet tijdens de schooluren, tienduizenden mensen samen in onze hoofdstad om bij onze politici aan te dringen op een afdoend klimaatbeleid. Het bewustzijn over het thema en de sense of urgency zijn groot. Veel mensen proberen ook in hun eigen leven meer oog te hebben voor duurzaamheid, bijvoorbeeld door bewust te consumeren.

Die trend trekt zich door in de financiële sector. Een toenemend aantal beleggers wil niet langer investeren in vervuilende of controversiële sectoren of bedrijven en kijkt uit naar alternatieven die beter zijn voor mens en milieu. Banken en vermogensbeheerders spelen handig in op die vraag, met als gevolg een breed aanbod aan duurzame beleggingsproducten.

Duurzaam beleggen lijkt in ons land dus in de lift te zitten. Maar strookt dat beeld ook met de realiteit?

Uit een recente studie van Milieurapport Vlaanderen (MIRA), dat instaat voor de wetenschappelijke onderbouwing van het milieubeleid, blijkt een sterke toename van zowel het totale belegde vermogen in duurzame producten als het aanbod duurzame beleggingsproducten. Volgens het rapport verdrievoudigde het totale duurzaam belegde volume in België van 7,7 miljard euro in 2013 tot 24,1 miljard eind 2017. Het betreft bovendien ook niet enkel een absolute stijging: het volume van duurzame beleggingen vormt volgens de studie een steeds groter aandeel in het totaal aan belegd geld.

Duurzaam beleggen lijkt in ons land dus in de lift te zitten. Maar strookt dat beeld ook met de realiteit? Het kleine marktaandeel van Triodos, door velen gezien als de pionier in duurzaam beleggen, doet alvast de wenkbrauwen fronsen. Volgens de studie van MIRA zijn de duurzame fondsen van Triodos, die beheerd worden door dochter Triodos Investment Management, goed voor nauwelijks 0,92 procent van het totaal aan duurzaam belegd vermogen in ons land.

'Strenge' criteria

Om de zogenaamde groene golf in de financiële sector te beoordelen, is het belangrijk te weten hoe wordt bepaald of een belegging al dan niet een duurzaam of ethisch karakter heeft. Hoewel Febelfin, de koepelfederatie van de bankensector, recent een eigen duurzaamheidslabel voorstelde, bestaan daarvoor in België geen duidelijke, laat staan wettelijke, criteria. Met andere woorden: iedere bank of vermogensbeheerder vult het begrip 'duurzaamheid' momenteel volledig zelf in. Op basis van hun websites en advertenties hanteren ze daarbij uiteraard allemaal "strenge criteria", of garanderen ze beleggers "een investering met een duidelijke maatschappelijke meerwaarde". Wie zich in het huidige aanbod verdiept, merkt al snel dat die beloftes dikwijls met een stevige korrel zout mogen worden genomen.

Iedere bank of vermogensbeheerder vult het begrip 'duurzaamheid' momenteel volledig zelf in.

Grosso modo vallen duurzame beleggingsproducten onder te brengen in drie categorieën. Ten eerste is er een negatieve benadering. Een bank kan bijvoorbeeld een fonds aanbieden, waarvoor het garandeert dat het geen investeringen bevat in schadelijke of onethische sectoren of activiteiten.

Klassieke voorbeelden daarvan zijn de wapen- of de tabaksindustrie. Ook kinderarbeid of schendingen van de mensenrechten zijn dikwijls motieven om een bedrijf uit te sluiten. Belangrijk is dat een bank zelf beslist hoe streng haar uitsluitingsbeleid is. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat een bank een bedrijf pas (gedeeltelijk) uitsluit na meerdere slechte beoordelingen.

Hoewel veel financiële spelers zich wel in woorden distantiëren van onethische praktijken, wordt het pas echt interessant wanneer dat resulteert in een concrete, raadpleegbare uitsluitingslijst van bedrijven of landen. "Daar wringt dikwijls het schoentje", zegt Sebastien Mortier, onderzoeker bij FairFin, de vzw die in de financiële sector op het gebied van duurzaamheid de vinger aan de pols houdt. "Veel banken zijn bang om reputatieschade te veroorzaken die de bedrijven in kwestie later juridisch op hen kunnen verhalen. Banken zoals Triodos en KBC bewijzen nochtans dat het kan. Zij publiceren respectievelijk een afgebakend beleggingsuniversum (waar wél in wordt belegd) en een uitsluitingslijst (waar niet in wordt belegd)."

Ook internationaal zijn er voorbeelden die voor banken en beleggers als referentie of inspiratiebron kunnen dienen. Zo is er de uitsluitingslijst van het Noors Pensioenfonds, het grootste beleggingsfonds ter wereld. Die lijst bevat enkele bekende namen, zoals de supermarktketen Walmart (uitgesloten op basis van ernstige schendingen van de mensenrechten) en de mijnbouwgiganten Barrick Gold en Rio Tinto (ernstige milieuschade). Ook Lockheed Martin, het bedrijf dat de veelbesproken F35 aan ons land levert, en de vliegtuigbouwer Boeing staan op de lijst, beide wegens hun betrokkenheid bij de productie van kernwapens.

Fossiele brandstoffen als duurzame belegging

Een tweede selectiemethode bestaat uit de best-in-class-benadering. Bedrijven worden daarbij niet enkel financieel doorgelicht, maar ook beoordeeld volgens ESG-factoren. ESG staat voor environmental, social & governance. Men gaat dus onder meer na welke impact een bedrijf heeft op het milieu, de mens - zoals werknemers - en hoe beslissingen worden genomen. Vervolgens vergelijkt men die ESG-score met die van de rest van de sector.

Dat kan leiden tot vreemde situaties. Schrik bijvoorbeeld niet wanneer het duurzame fonds dat u hebt uitgekozen aandelen blijkt te bevatten van bedrijven die fossiele brandstoffen ontginnen. In zo'n geval is het productieproces van dat specifieke bedrijf wellicht minder vervuilend dan dat van zijn concurrenten, of haalt het misschien maar een deel van zijn inkomsten uit een vervuilende activiteit.

Schrik niet wanneer het duurzame fonds dat u hebt uitgekozen aandelen blijkt te bevatten van bedrijven die fossiele brandstoffen ontginnen.

Hoewel in zo'n geval bezwaarlijk kan worden gesproken van echte duurzame investeringen, gaat het om een gangbare aanpak. Een veelgehoord argument ter verdediging van de best-in-class-benadering, is dat men op die manier een incentive geeft aan de sector om rekening te houden met duurzaamheid. Een andere motivering voor investeringen in niet-duurzame activiteiten is dat aandeelhouders invloed kunnen uitoefenen op de beslissingen die een bedrijf maakt.

Volgens Mortier wordt actief aandeelhouderschap echter dikwijls gebruikt als drogreden. "Zoiets is enkel realistisch wanneer een belangrijke groep aandeelhouders van een bedrijf samenwerkt. Het is als bank gemakkelijk om tegen je klant te zeggen dat je bij een bedrijf aanstuurt op meer duurzaamheid. Als daar dan niets van in huis komt, kan men zich altijd verschuilen achter de onwil van andere aandeelhouders."

"Het al dan niet opstellen van en communiceren over vooropgestelde doelstellingen en deadlines vormt een goede waardemeter voor het engagement van aandeelhouders", legt Mortier uit. "Wanneer een bedrijf er bijvoorbeeld niet in slaagt tegen een vooropgestelde datum de werkomstandigheden van zijn personeel te verbeteren of de uitstoot van schadelijke gassen te verminderen en je bank of vermogensbeheerder trekt zich niet terug als investeerder, weet je dat het actief aandeelhouderschap een fabeltje is."

Impact

Een derde mogelijkheid is de positieve selectie, waarbij bedrijven of projecten worden geselecteerd die voorzien in concrete oplossingen voor maatschappelijke problemen. Voorbeelden zijn investeringen in windenergie, woonzorgcentra, onderwijs of ontwikkelingshulp. Die optie, het zogenaamde 'impactbeleggen', vormt de kernactiviteit van Triodos Investment Management (IM). De assetmanager biedt beleggingen aan in zeven transitiethema's. Beleggers kunnen onder meer investeren in beursgenoteerde bedrijven die inzetten op de circulaire economie, hernieuwbare grondstoffen, sociale inclusie en duurzame landbouw.

'Ik durf te zeggen dat 80 procent van onze investeringen naar echt duurzame beleggingen met impact gaan' - Erik Breen, Triodos Investment Management

"Ons investeringsbeleid ligt in de lijn van de SDG's, de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties", verduidelijkt Erik Breen, director Socially Responsible Investing bij Triodos (IM). "Enerzijds selecteren we bedrijven die effectief bijdragen aan de overgang naar een duurzame samenleving. Anderzijds sluiten we activiteiten uit die die transitie in gevaar brengen, zoals kinderarbeid, wapenhandel, nucleaire energie of fossiele brandstoffen. Bovendien passen we die regel ook indirect toe. Als we bijvoorbeeld merken dat een bank waarvan we aandelen hebben, onethische bedrijven financiert, zullen wij ons geld terugtrekken."

"Ik durf te zeggen dat 80 procent van onze investeringen naar echt duurzame beleggingen met impact gaan. Onze overige beleggingen worden geselecteerd met het oog op de financiële gezondheid van onze portefeuilles, maar beantwoorden nog altijd aan onze minimumcriteria. Het gaat dan bijvoorbeeld om staatsobligaties. Die zijn niet uitgesproken duurzaam, maar ook niet schadelijk."

Wie als impactbelegger benieuwd is naar de concrete resultaten die zijn geboekt met zijn geld, kan die in principe opvragen, al blijft de meetbaarheid van de impact in veel gevallen een uitdaging. "We doen al veel om daarover te communiceren naar onze cliënten, maar willen nog ambitieuzer zijn", aldus Breen.

Overheid

Ethisch verantwoord beleggen is dus geen utopie, bewijst het investeringsbeleid van Triodos. Toch wordt het de geëngageerde belegger niet gemakkelijk gemaakt. Naast het gebrek aan strenge criteria en uniforme, ambitieuze labels, wordt in België ook beleidsmatig weinig gedaan om duurzaam beleggen aan te moedigen. "De enige (niet-financiële) wettelijke beperking waaraan onze banken zich met hun investeringsbeleid moeten houden, is het verbod op de financiering van controversiële wapens", verduidelijkt Mortier. "Dat verbod betreft overigens wel clustermunitie en antipersoonsmijnen, maar is niet eens van toepassing op kernwapens."

Als een van de eerste landen, bood België groene staatsobligaties aan.

Bovendien zijn er, op investeringen in microkredieten na, ook geen fiscale stimuli verbonden aan duurzaam beleggen. De overheid volledige passiviteit verwijten, is dan weer een brug te ver. Als een van de eerste landen, bood België groene staatsobligaties aan, wat Mortier toejuicht. "De enige kanttekening is dat het opgehaalde geld uiteindelijk niet voor bijkomende groene investeringen werd gebruikt, maar voor duurzame projecten die vooraf al gepland waren. Toch is het een stap in de goede richting. Positief is ook de samenwerking tussen de ministeries van Financiën en Leefmilieu. Het toont aan dat het mogelijk is beleidsmatig zowel puur financiële als meer maatschappelijke belangen te verenigen."

MiFID II

De groene staatsobligaties ten spijt, blijft een gericht en omvattend beleid in België voorlopig uit. Op Europees niveau beweegt wel heel wat. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar concrete definities en criteria waaraan duurzame beleggingsproducten moeten voldoen en naar een Europees duurzaamheidslabel.

Hoewel dat nog toekomstmuziek is, kan ook de bestaande wetgeving al van nut zijn. Zo wordt elk beleggingsproduct vergezeld van een prospectus, die onder meer aangeeft welke financiële risico's eraan verbonden zijn. Voorts is er ook de MiFID II-regelgeving, die dienstverleners in de financiële sector niet enkel verplicht potentiële beleggers grondig te informeren, maar ook hun aanbod af te stemmen op het profiel en de specifieke wensen van de belegger, ook op het gebied van duurzaamheid.

Hoewel de prospectus noch de MiFID II-regelgeving (uitsluitend) werd ontworpen met het oog op de ondersteuning van geëngageerde beleggers, kunnen ze natuurlijk wel een hulpmiddel vormen bij het beoordelen van een duurzaam financieel product.

Mensen die hun geld duurzaam willen beleggen, moeten nog grotendeels zelf op zoek naar informatie. Om u alvast op weg te helpen, verzamelde MoneyTalk een reeks handige tips en antwoorden op veel gestelde vragen: Ethisch verantwoord en duurzaam beleggen: de mogelijkheden en de valkuilen.