De Kamercommissie Panama Papers wil het Centraal Aanspreekpunt (CAP), dat alle bankrekeningnummers en contracten bevat die Belgen bij financiële instellingen hebben, toegankelijker maken en de gegevens beter updaten. Bovendien wil men het CAP ook combineren met het door de Europese Unie opgelegd UBO-register. Wat is dit en hoe ver staat België in de ontwikkeling?

ANTON VAN ZANTBEEK: In het UBO-register moeten alle namen staan van de ultimate beneficial owners van entiteiten, zoals vennootschappen. Het gaat om alle natuurlijke personen die een belang van meer dan 25 procent hebben in een vennootschap. Het opstellen van het register past in de vierde Europese antiwitwasrichtlijn, maar leidt op veel plaatsen in Europa tot discussie.
...

ANTON VAN ZANTBEEK: In het UBO-register moeten alle namen staan van de ultimate beneficial owners van entiteiten, zoals vennootschappen. Het gaat om alle natuurlijke personen die een belang van meer dan 25 procent hebben in een vennootschap. Het opstellen van het register past in de vierde Europese antiwitwasrichtlijn, maar leidt op veel plaatsen in Europa tot discussie. De voornaamste kritiek betreft de privacy: wie krijgt toegang tot de gegevens in het register? Sommigen vinden dat het register toegankelijk moet zijn voor een brede groep geïnteresseerden, onder wie bijvoorbeeld onderzoeksjournalisten. Anderen willen de toegang beperken en het register enkel gebruiken in de strijd tegen het witwassen.Voor de uitvoering van de richtlijn heeft België nog een hele weg af te leggen. In principe was de deadline 26 juni 2017, maar voorlopig blijft het bij teksten. Toch kan men minister van Financiën Johan Van Overtveldt niet echt verwijten dat hij de kwestie verwaarloost. Ons land staat verder dan vele andere Europese lidstaten. Bovendien is het opstellen van zo'n register een echt logistiek titanenwerk.VAN ZANTBEEK: De aanbevelingen voor het CAP en het UBO-register zijn inderdaad weinig relevant voor fraude via offshorestructuren. Anderzijds is de voorbije vijf jaar enorm veel gedaan om vermogens wereldwijd inzichtelijk te maken door de uitwisseling van gegevens tussen landen. Het arsenaal aan middelen is intussen ronduit indrukwekkend. Als België voldoende investeert in de opleiding van ambtenaren en hen van de nodige informaticatools voorziet, kan het offshoreprobleem grondig aangepakt worden.Een Luxemburgse rekening die op naam staat van een Panamees offshorebedrijf maar toebehoort aan een Belg, zal weliswaar niet in het Belgische CAP staan, maar de fiscus krijgt er sinds dit jaar wel spontaan informatie over. De gegevens zullen rechtstreeks op naam staan van de Belg die schuilgaat achter de structuur. Dat gebeurt op grond van de CRS (Common Reporting Standard) van de OESO. Op basis van die informatie kan men dan op een doeltreffende manier controles uitvoeren.Het is nu vooral zaak om de richtlijnen om te zetten in goede wetgeving en die vervolgens toe te passen op het terrein. Dit moet niet enkel gebeuren op het niveau van de fiscus maar ook bij boekhouders, financiële instellingen zoals banken en verzekeringskantoren, enzovoort. Daarenboven moet Financiën volop inzetten op een verdere digitalisering, ook van de fiscale controle. De aanbevelingen van de Kamercommissie om het CAP toegankelijk te maken, gegevens vlotter te actualiseren en databanken met elkaar te verbinden, liggen in die lijn.VAN ZANTBEEK: Ten eerste is er in ons land eigenlijk helemaal geen bankgeheim: het is voor een bankier niet strafbaar om uit de biecht te klappen over het vermogen van zijn cliënten. Wel zijn er een aantal beperkingen voor de fiscale controledienst, waardoor niet op ieder moment elk detail over de financiële middelen van elke burger beschikbaar is. Wanneer iemand echter wordt verdacht van fiscale fraude en weigert mee te werken aan het onderzoek, beschikt de fiscus, onder meer via het CAP, wel degelijk over de middelen om een volwaardig onderzoek te voeren naar het vermogen van die persoon.Of de maatschappij gebaat is bij een zekere mate van fiscale anonimiteit, is eenvoudig te beantwoorden: je moet rekening houden met de aard en de gevoelens van de belastingplichtige. In de Verenigde Staten hebben mensen er geen probleem mee om over hun loon en bezittingen te praten. Er heerst daar veel minder afgunst over die thema's. In België hebben mensen het uiterst moeilijk met het kenbaar maken van hun vermogen en met het aanvaarden dat er zeer rijke en zeer arme mensen zijn.Ik geef toe dat dit niet wetenschappelijk klinkt, maar de volksaard is een uiterst relevante factor waar een efficiënt fiscaal systeem rekening mee houdt. Om die reden pleit ik ervoor de effectentaks anoniem te innen. Het doel van een belasting is zo veel mogelijk op te brengen. Belgen die bijvoorbeeld verplicht worden aan te geven hoeveel op hun effectenrekening staat, zullen daar op allerlei manieren aan proberen te ontkomen. In het ergste geval gaan ze frauderen, maar in andere gevallen zullen ze hun geld anders beleggen. In beide gevallen zal de belasting minder opbrengen dan vooropgesteld en schiet ze dus haar doel voorbij. Indien men de 0,15 procent van de effectentaks anoniem moet betalen, denk ik niet dat velen de belasting trachten te vermijden.Lees ook: Commissie Panama Papers: meerderheid wil bankgeheim verder inperken