Eind juli kwam het Zomerakkoord na veel trekken en duwen tot stand. Er waren weer nieuwe inspanningen nodig om het budgettaire schip drijvend te houden. Steevast wordt dan naar de beleggers gekeken, ook deze keer. Maar in tegenstelling tot bij de vorige akkoorden lijkt er ditmaal beter over de maatregelen te zijn nagedacht. Er zijn weer platte belastingverhogingen, maar de regering heeft ook oog voor andere zaken. Zo wordt de vrijgestelde som voor spaarboekjes beperkt ten voordele van een vrijgestelde som voor dividenden. Ook is er de reparatie van de kaaimantaks en het feit dat de gordiaanse fiscaliteit voor kapitalisatiefondsen vereenvoudigt. Stuk voor stuk stappen in de goede richting. Maar al die maatregelen krijgen amper aandacht door de ronduit hysterische reacties op de nieuwe effectenbelasting. Nochtans is dat een heffing van nauwelijks 0,15 procent, als de titularis meer dan 500.000 euro aan effecten heeft.

Die heffing is ontegensprekelijk de zoveelste aanslag op de portefeuille van beleggers. Maar het is larie te zeggen dat die 0,15 procent de genadeslag voor beleggers zou zijn. Iemand met effecten ter waarde van pakweg 1 miljoen euro, betaalt 1500 euro. Voor zulke beperkte kosten ga je je niet in complexe, dure of tijdrovende ontwijkingsscenario's verdiepen. De opportuniteitskosten zijn te hoog.

Overigens worden beleggers al geconfronteerd met een panoplie van kosten en heffingen. Die zijn een veelvoud van die extra kostprijs. Een voorbeeld: een belegger die jaarlijks 500.000 euro herbelegt in kapitalisatiefondsen, 250.000 euro in aandelen en 250.000 euro in obligaties draagt alleen al 7775 euro af aan beurtaksen. De bewaar- en de beheerlonen voor zo'n portefeuille kunnen oplopen tot 20.000 euro. Naar die kosten kraait geen haan. Een extra kostenpost van 1500 euro kan dan toch geen gamechanger worden genoemd? Dan hadden beleggers toch al veel eerder ingegrepen, zou je denken. Voor de overgrote meerderheid is het - de vele onheilsprofeten ten spijt - much ado about nothing.

Wil de regering van de abonnementstaks een succes maken, dan is het recept simpel: zorg dat de belasting anoniem kan worden betaald.

Dat betekent niet dat de maatregel niet kan mislukken. Maar als dat zo is, zal het niet aan het tarief liggen. Het gevaar schuilt in de politieke reactie op de hysterie. Na het debacle van de speculatietaks wil CD&V zekerheid dat de abonnementstaks geen slag in het water is. Alle achterpoortjes en ontsnappingsroutes moeten dicht. Daardoor bestaat het risico dat een wettelijke regeling wordt ingevoerd die log, inefficiënt en disproportioneel is. Daarnaast mondt zo'n regeling vrijwel zeker uit in een vermogenskadaster. En laten veel beleggers daar nu echt van wakker liggen. Velen zullen er alles aan doen om hun effecten niet te moeten aangeven. Die 0,15 procent zal hen worst wezen, maar op hun aangifte jaarlijks moeten verklaren aan de fiscus hoeveel effecten ze hebben, is een brug te ver.

Wil de regering van de nieuwe heffing een succes maken, dan is het recept simpel: zorg dat de belasting anoniem kan worden betaald. Enkel dan zal de maatregel niet worden gepercipieerd als opstapje voor een vermogenskadaster. Het volstaat de banken op te dragen de belasting in te houden vanaf de eerste eurocent aan effecten. Op basis van vrijwilligheid kunnen buitenlandse banken dat ook doen en dat attesteren voor hun klant - zo niet moet de titularis van de effectenrekening het zelf doen. Wil een belastingplichtige dan gebruikmaken van de vrijstelling, omdat hij onder de drempel van 500.000 euro valt, dan moet hij de belasting terugvragen.

Zo'n terugstorting impliceert uiteraard dat het vermogen aan effecten inzichtelijk wordt gemaakt. Zo kan iedereen die fiscale anonimiteit op prijs stelt, die behouden. Tegelijk krijgt Caesar wat aan Caesar toekomt, zonder dat de gemoedsrust van de geplaagde beleggers weer eens op de proef wordt gesteld.