Sinds 1 januari 2021 wordt elke nieuwe particuliere zonnepaneleninstallatie van maximaal 10 kilovoltampère (kVA) in Vlaanderen gecombineerd met de plaatsing van een digitale elektriciteitsmeter. Die registreert de energiestromen in realtime, zodat u geen meterstanden meer hoeft te noteren en door te geven. Uw energieleverancier kan de maandelijkse voorschotbedragen zo beter inschatten, waardoor de kans op onverwacht hoge afrekeningen kleiner wordt.
...

Sinds 1 januari 2021 wordt elke nieuwe particuliere zonnepaneleninstallatie van maximaal 10 kilovoltampère (kVA) in Vlaanderen gecombineerd met de plaatsing van een digitale elektriciteitsmeter. Die registreert de energiestromen in realtime, zodat u geen meterstanden meer hoeft te noteren en door te geven. Uw energieleverancier kan de maandelijkse voorschotbedragen zo beter inschatten, waardoor de kans op onverwacht hoge afrekeningen kleiner wordt. De invoering van de digitale elektriciteitsmeter betekent het einde van de mechanische, terugdraaiende teller. Uw meterstand loopt dus niet langer terug wanneer u overtollige stroom van uw zonnepanelen (die u dus niet op hetzelfde moment verbruikt) in het net injecteert. U ontvangt hiervoor wel een vergoeding, maar het bedrag per geïnjecteerd kilowattuur (kWh) is veel lager dan wat u betaalt om eenzelfde kWh van het net af te nemen. Dat heeft te maken met allerlei distributie- en transportkosten, taksen en heffingen. Volgens Mijnenergie.be ontvangt u een vergoeding van gemiddeld 0,02 tot 0,045 euro per geïnjecteerde kWh, terwijl u doorgaans tussen 0,25 en 0,30 euro betaalt per afgenomen kWh. Toen bekendraakte dat de terugdraaiende teller zou verdwijnen, beslisten nogal wat Vlamingen om nog snel - dus vóór 1 januari 2021 - een zonnepaneleninstallatie te laten plaatsen. Zij kregen de mogelijkheid om hun bestaande, analoge teller nog gedurende vijftien jaar (vanaf de indienstneming van de installatie) te behouden. Die draait dus nog altijd terug wanneer overtollige stroom in het net wordt geïnjecteerd. De politieke belofte werd eind april 2019 goedgekeurd door het Vlaams Parlement, maar werd onlangs vernietigd door het Grondwettelijk Hof. Daardoor krijgt iedereen op termijn dus toch een digitale meter. Wie nog vorig jaar zonnepanelen op zijn dak liet plaatsen, lijkt door dit recente arrest benadeeld ten opzichte van wie dat vandaag pas doet. Sinds 1 januari 2021 geldt immers een eenmalige investeringspremie voor nieuwe zonnepaneleninstallaties. Let wel, die is enkel toegankelijk voor bestaande woningen die al vóór 1 januari 2014 aangesloten waren op het distributienetwerk van Fluvius. Nieuwbouwwoningen komen dus niet in aanmerking. De premie bedraagt maximaal 1.500 euro en kan nooit hoger zijn dan 40 procent van de totale kostprijs van de installatie. Vanaf 2022 daalt de tegemoetkoming met een kwart, en de daaropvolgende jaren blijven de bedragen sterk afnemen. Voor een installatie tot 4 kilowattpiek (kWp) ontvangt u 300 euro per kilowattpiek. Kan de installatie een hoger vermogen leveren, dan ontvangt u 150 euro per extra geproduceerde kWp, tot aan het plafond van 6 kWp. Boven die grens krijgt u niets meer. Een doorsnee installatie voor een gemiddeld gezin - 14 zonnepanelen met een capaciteit van 4,5 kWp - levert een premie op van (4 x 300 euro) + (0,5 x 150 euro) = 1.275 euro. Compensatieregeling voor installaties vóór 2021 Installaties van vóór 2021 komen evenwel niet in aanmerking voor deze investeringspremie. Daarom kwam Vlaams energieminister Zuhal Demir (N-VA) nu met een compensatieregeling op de proppen. Die moet het financiële nadeel als gevolg van de definitieve afschaffing van de terugdraaiende teller verzachten. De tegemoetkoming geldt ook voor wie in het verleden al vrijwillig koos om zijn analoge meter in te ruilen voor een digitaal exemplaar. "De compensatiebijdrage komt overeen met een financieel rendement van 5 procent op je investering", verduidelijkt Andy Pieters, woordvoerder en adjunct-kabinetschef van Demir. "Al sinds 1 januari 2013 wordt ditzelfde rendement gebruikt voor de berekening van de steun voor zonnepanelen, onder de vorm van groenestroomcertificaten. 5 procent is een interessante return op een gemiddelde investering." De compensatiebijdrage wordt niet per individuele installatie berekend, maar op basis van een referentie-installatie met een piekvermogen van 4 kWp, een omvormersvermogen van 3,6 kVA, een jaarproductie van 3.600 kWh en een zelfverbruik van 35 procent. Het maximale bedrag is afgetopt op een piekvermogen van 10 kWp. Via de onlinerekenmodule Tellercompensatie.be kunt u zelf een simulatie maken van wat u mag verwachten. Het bedrag is afhankelijk van het jaar waarin de zonnepanelen in dienst genomen zijn en het piekvermogen de installatie. Er wordt gewerkt met een eenheidsbedrag per kWp. Dat verschilt van jaar tot jaar, omdat er rekening gehouden wordt met de historische elektriciteitsprijzen, het reeds verkregen voordeel van de terugdraaiende teller en de steun in het verleden (zoals groenestroomcertificaten en de federale belastingaftrek). Dat is de reden waarom installaties uit de periode 2007-2012 geen recht geven op een compensatiebijdrage: er wordt verondersteld dat de subsidies sowieso voor een rendement van 5 procent zorgden. Voor 2006 is er wel een compensatie voorzien, omdat de investeringskosten toen erg hoog waren. Goed om weten: na de vervanging van uw terugdraaiende teller door een digitale meter hoeft u geen prosumententarief meer te betalen. Voor een gemiddelde zonnepaneleninstallatie betekent dit een besparing van 300 à 400 euro per jaar. Ook daarmee werd rekening gehouden bij de uitwerking van de compensatieregeling. Wat betekent de compensatiebijdrage concreet? Wie in 2020 een doorsnee-installatie van 4,5 kWp liet plaatsen, kan rekenen op een financiële compensatie van (4,5 kWp x 327 euro =) 1.471,50 euro. De maximale tegemoetkoming - voor een krachtige installatie van 10 kWp die in 2016 geplaatst werd - bedraagt (10 kWp x 436 euro =) 4.360 euro. Het bedrag wordt in één keer uitbetaald. Voor particulieren wordt de compensatiebijdrage niet belast omdat die als een uitzonderlijke inkomst beschouwd wordt. Voor zelfstandigen en vennootschappen heeft Zuhal Demir aan federaal minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) een gelijkaardige fiscale vrijstelling gevraagd. "Wie in 2006 of in de periode 2013-2020 zonnepanelen liet installeren en toen al vrijwillig koos voor een digitale meter, kan de compensatiebijdrage binnenkort aanvragen", zegt Andy Pieters. "De aanvraagmodule daarvoor komt op Tellercompensatie.be." Wie in de toekomst verplicht wordt om zijn huidige teller in te ruilen, zal dan die mogelijkheid krijgen. De regering hoopt dat tegen eind 2024 vier op de vijf elektriciteitsmeters in Vlaanderen digitaal zullen zijn. Tegen 1 juli 2029 moeten alle terugdraaiende tellers vervangen zijn.