In vergelijking met een jaar eerder zijn de mediaanprijzen in Vlaanderen opnieuw gestegen: met 5.000 euro of 2,2 procent voor gesloten of halfopen bebouwingen, met 15.000 euro of 4,8 procent voor open bebouwingen en met 5.000 euro of 2,7 procent voor appartementen.

Tussen de provincies zijn er grote verschillen. Een huis is in Vlaanderen het duurst in Vlaams-Brabant. Een gesloten of halfopen bebouwing kost er 270.000 euro, voor een open bebouwing is dat 365.000 euro. De prijzen zijn het goedkoopst in Limburg: 195.000 euro voor een huis in gesloten of halfopen bebouwing en 253.000 euro voor een open bebouwing. Appartementen in de eerste jaarhelft waren het duurst in Vlaams-Brabant (210.000 euro), het goedkoopst in Antwerpen (183.500 euro).

De duurste gemeente om een huis te kopen in Vlaanderen was in het eerste halfjaar Sint-Martens-Latem. De mediaanprijs voor verkochte huizen bedraagt er 570.000 euro. Nog in de top drie: Knokke-Heist (530.000 euro) en Kraainem (507.500 euro). De goedkoopste huizen in Vlaanderen vindt men in Ronse (140.000 euro), Menen (155.000 euro) en Wervik (160.000 euro).

Ook in de rest van België gingen de woningprijzen omhoog in het eerste halfjaar. Woningen in Wallonië - waar de prijzen het laagste zijn in ons land - stegen er met 5,5 procent tot 145.000 euro voor een gesloten of halfopen bebouwing. De mediaanprijzen voor open bebouwingen stegen er 2,6 procent tot 236.000 euro. Appartementen werden er 3,6 procent duurder tot 145.000 euro. Brussel is traditioneel het duurst. Huizen in gesloten of halfopen bebouwing kosten er 399.000 euro en werden maar liefst 10,1 procent duurder. Huizen in open bebouwing kosten 840.000 euro en werden 1,2 procent duurder. Appartementen werden 2 procent duurder en kosten 200.000 euro.

De duurste gemeente van het land is overigens het Brusselse Elsene, met een mediaanprijs van 740.000 euro. De goedkoopste huizen staan in Hastière, in Namen. De mediaanprijs in het eerste halfjaar bedroeg er 65.000 euro.