Een onderverhuring is in zijn essentie een overeenkomst waarbij een huurder een deel of het geheel van het pand dat hij in huur heeft, verhuurt aan een andere persoon (de onderhuurder).

De onderhuurder heeft daarbij niets te maken met de verhuurder maar enkel met de hoofdhuurder. Het is dan ook de hoofdhuurder die huurder blijft ten opzichte van de hoofdverhuurder.

Toestemming is nodig

De woninghuurwet bepaalt als principe dat de huurder de door hem gehuurde woning niet zomaar mag onderverhuren als de verhuurder er niet mee akkoord gaat.

Dit principe geldt altijd, ook wanneer er daarover niets zou zijn bepaald in de huurovereenkomst. Ingeval er een discussie rijst over de vraag of de hoofdverhuurder al dan niet zijn toestemming gaf om onder te verhuren, moet de huurder het bewijs leveren van dit akkoord.

Er zijn steeds grenzen

Een eerste beperking die geldt is dat de huurder niet de ganse woning mag onderverhuren en zelf ergens anders gaat wonen.

Bovendien mag de duur van de onderhuur de resterende duur van de hoofdhuurovereenkomst niet overschrijden. Loopt de huurovereenkomst bijvoorbeeld nog twee jaar, dan mag de onderhuurovereenkomst geen langere looptijd dan deze twee jaar hebben.

Verder is de hoofdhuurder verplicht om, alvorens deze onderhuur te sluiten, de onderhuurder van zijn hoedanigheid en de omvang van zijn rechten op de hoogte te brengen. De onderhuurder moet dus weten dat 'zijn verhuurder' eigenlijk ook 'maar een huurder' is van de woning. (JS)