Sinds het uitbreken van COVID-19 heeft de overheid al heel wat steunmaatregelen ingezet om de economie en de koopkracht van gezinnen te vrijwaren. Zo is er voor gezinnen die door tijdelijke werkloosheid worden getroffen de eenmalige tegemoetkoming van 202,68 euro om de kosten van water-, gas- en elektriciteit te dekken. In deze onzekere periode kunnen we zo'n initiatief alleen maar toejuichen. Hetzelfde geldt voor de mogelijkheid om, indien men in financiële moeilijkheden geraakt, de terugbetaling van het woningkrediet 6 maanden kosteloos uit te stellen.

Tegelijkertijd is het opvallend hoe een aantal initiatieven zeer specifiek gericht zijn op woningeigenaars. Zo is er het uitstel van de aanslagbrief onroerende voorheffing en de termijnverlenging voor de meeneembaarheid van de registratierechten.

Wat als ''uw kot'' van slechte kwaliteit, te klein of onbetaalbaar is?

Voor huurders daarentegen, zijn er nauwelijks maatregelen. Zij zijn weliswaar gevrijwaard van uithuiszetting en ontvangen ook de eenmalige forfaitaire vergoeding voor de water- en elektriciteitsfactuur, maar voor een tijdelijk vrijstelling van de huurgelden zijn ze volledig aangewezen op de goodwill van de verhuurder. Waar huiseigenaars vandaag dankzij een federale maatregel naar hun bank kunnen stappen voor opschorting, kunnen huurders dat niet.

Nochtans zijn er duidelijke cijfers dat ook hier betalingsproblemen kunnen opduiken. Uit de Vlaamse Woonsurvey 2018 van Steunpunt Wonen blijkt dat maar liefst 52 procent van de private huurders een financieel risico loopt. Bij eigenaars met een hypotheek (27 procent) en sociale huurders (23 procent) ligt dat percentage veel lager. In de laagste inkomensgroep zijn de betaalbaarheidsproblemen nog veel erger: volgens het onderzoek houdt niet minder dan 93 procent van de private huurders na betaling van de woonuitgaven onvoldoende over om menswaardig van te leven.

Een extra maatregel gericht op huurders die door de coronacrisis in financiële moeilijkheden komen, zou dus geen overbodige luxe zijn.

Een ander probleem is de woningkwaliteit. 'In uw kot blijven' is wellicht voor niemand evident, maar wordt nog veel moeilijker wanneer je woning in slechte staat is. Volgens het onderzoek van Steunpunt Wonen bevond 16 procent van de private huurwoningen en 17 procent van de sociale huurwoningen anno 2018 in slechte tot zeer slechte staat, in vergelijking met 9 procent van de eigendomswoningen.

'In uw kot blijven' is wellicht voor niemand evident, maar wordt nog veel moeilijker wanneer je woning in slechte staat is.

Deze cijfers zijn niet nieuw, en ondanks noodkreten van op het terrein verandert er nauwelijks iets aan situatie. Het hele land is momenteel in de ban van de coronacrisis, maar voor veel mensen woedt al jaren een wooncrisis. Door de - overigens terechte - oproep van de overheid om, in de strijd tegen de onzichtbare vijand braaf thuis te blijven komen de twee crisissen samen.

Plots beseffen we allemaal hoe belangrijk het is om thuis voldoende ruimte te hebben. Maar wat als je die ruimte niet hebt? Wat als je met heel je gezin moet leven in een studio of klein appartement? Voor heel wat ouders met kinderen is dit de harde dagelijkse realiteit. Om nog maar te zwijgen over vochtproblemen en een gebrek aan isolatie.

De voorstellen van Decenniumdoelen op Vlaams niveau om een sociaal noodfonds op te zetten voor de meest kwetsbare gezinnen kunnen we daarom alleen maar ondersteunen. Het verbod op uithuiszettingen was een eerste stap, een financiële tegemoetkoming voor kwetsbare huurders op de private en sociale huurmarkt zou de volgende moeten zijn. Bestuurders op alle niveaus - federaal, Vlaams én lokaal - moeten hun steentje bijdragen.

Dat veel mensen nu heel de dag met meerdere huisgenoten samen moeten leven, kan misschien leiden tot een groeiend bewustwording omtrent de stresserende situatie waarin menig huurder zich, ook zonder lockdown en vaak in kleinere ruimtes, bevindt. Hopelijk leidt dat na de coronacrisis dan ook tot de broodnodige, grondige discussie over ons huurbeleid. Het aanbod aan sociale huisvesting, de rol van wooncoöperaties, de kwaliteit van huurwoningen en het systeem van huurtoelages en - subsidies zijn maar enkele zaken die daarbij moeten worden besproken. Laten we de vaststelling dat 'Blijf in uw kot' niet voor iedereen hetzelfde betekent aangrijpen om hier eindelijk werk van te maken.

Sinds het uitbreken van COVID-19 heeft de overheid al heel wat steunmaatregelen ingezet om de economie en de koopkracht van gezinnen te vrijwaren. Zo is er voor gezinnen die door tijdelijke werkloosheid worden getroffen de eenmalige tegemoetkoming van 202,68 euro om de kosten van water-, gas- en elektriciteit te dekken. In deze onzekere periode kunnen we zo'n initiatief alleen maar toejuichen. Hetzelfde geldt voor de mogelijkheid om, indien men in financiële moeilijkheden geraakt, de terugbetaling van het woningkrediet 6 maanden kosteloos uit te stellen. Tegelijkertijd is het opvallend hoe een aantal initiatieven zeer specifiek gericht zijn op woningeigenaars. Zo is er het uitstel van de aanslagbrief onroerende voorheffing en de termijnverlenging voor de meeneembaarheid van de registratierechten.Voor huurders daarentegen, zijn er nauwelijks maatregelen. Zij zijn weliswaar gevrijwaard van uithuiszetting en ontvangen ook de eenmalige forfaitaire vergoeding voor de water- en elektriciteitsfactuur, maar voor een tijdelijk vrijstelling van de huurgelden zijn ze volledig aangewezen op de goodwill van de verhuurder. Waar huiseigenaars vandaag dankzij een federale maatregel naar hun bank kunnen stappen voor opschorting, kunnen huurders dat niet.Nochtans zijn er duidelijke cijfers dat ook hier betalingsproblemen kunnen opduiken. Uit de Vlaamse Woonsurvey 2018 van Steunpunt Wonen blijkt dat maar liefst 52 procent van de private huurders een financieel risico loopt. Bij eigenaars met een hypotheek (27 procent) en sociale huurders (23 procent) ligt dat percentage veel lager. In de laagste inkomensgroep zijn de betaalbaarheidsproblemen nog veel erger: volgens het onderzoek houdt niet minder dan 93 procent van de private huurders na betaling van de woonuitgaven onvoldoende over om menswaardig van te leven. Een extra maatregel gericht op huurders die door de coronacrisis in financiële moeilijkheden komen, zou dus geen overbodige luxe zijn.Een ander probleem is de woningkwaliteit. 'In uw kot blijven' is wellicht voor niemand evident, maar wordt nog veel moeilijker wanneer je woning in slechte staat is. Volgens het onderzoek van Steunpunt Wonen bevond 16 procent van de private huurwoningen en 17 procent van de sociale huurwoningen anno 2018 in slechte tot zeer slechte staat, in vergelijking met 9 procent van de eigendomswoningen.Deze cijfers zijn niet nieuw, en ondanks noodkreten van op het terrein verandert er nauwelijks iets aan situatie. Het hele land is momenteel in de ban van de coronacrisis, maar voor veel mensen woedt al jaren een wooncrisis. Door de - overigens terechte - oproep van de overheid om, in de strijd tegen de onzichtbare vijand braaf thuis te blijven komen de twee crisissen samen.Plots beseffen we allemaal hoe belangrijk het is om thuis voldoende ruimte te hebben. Maar wat als je die ruimte niet hebt? Wat als je met heel je gezin moet leven in een studio of klein appartement? Voor heel wat ouders met kinderen is dit de harde dagelijkse realiteit. Om nog maar te zwijgen over vochtproblemen en een gebrek aan isolatie.De voorstellen van Decenniumdoelen op Vlaams niveau om een sociaal noodfonds op te zetten voor de meest kwetsbare gezinnen kunnen we daarom alleen maar ondersteunen. Het verbod op uithuiszettingen was een eerste stap, een financiële tegemoetkoming voor kwetsbare huurders op de private en sociale huurmarkt zou de volgende moeten zijn. Bestuurders op alle niveaus - federaal, Vlaams én lokaal - moeten hun steentje bijdragen. Dat veel mensen nu heel de dag met meerdere huisgenoten samen moeten leven, kan misschien leiden tot een groeiend bewustwording omtrent de stresserende situatie waarin menig huurder zich, ook zonder lockdown en vaak in kleinere ruimtes, bevindt. Hopelijk leidt dat na de coronacrisis dan ook tot de broodnodige, grondige discussie over ons huurbeleid. Het aanbod aan sociale huisvesting, de rol van wooncoöperaties, de kwaliteit van huurwoningen en het systeem van huurtoelages en - subsidies zijn maar enkele zaken die daarbij moeten worden besproken. Laten we de vaststelling dat 'Blijf in uw kot' niet voor iedereen hetzelfde betekent aangrijpen om hier eindelijk werk van te maken.