We hebben een aantal hete zomers achter de rug. Die leidden de voorbije jaren geregeld tot tijdelijke, plaatselijke beperkingen op het gebruik van leidingwater. Met de klimaatverandering in het achterhoofd moeten we er ook structureel alles aan doen om spaarzamer om te springen met leidingwater. Daarom neemt de overheid steeds meer initiatieven om de opvang en het gebruik van hemelwater te promoten. Zo helpt Fluvius al ruim vijftig Vlaamse gemeenten, waarvan het ook het rioleringsstelsel beheert, met de opmaak van een gemeentelijk hemelwaterplan.
...

We hebben een aantal hete zomers achter de rug. Die leidden de voorbije jaren geregeld tot tijdelijke, plaatselijke beperkingen op het gebruik van leidingwater. Met de klimaatverandering in het achterhoofd moeten we er ook structureel alles aan doen om spaarzamer om te springen met leidingwater. Daarom neemt de overheid steeds meer initiatieven om de opvang en het gebruik van hemelwater te promoten. Zo helpt Fluvius al ruim vijftig Vlaamse gemeenten, waarvan het ook het rioleringsstelsel beheert, met de opmaak van een gemeentelijk hemelwaterplan. "Het idee is dat we dat hemelwater niet langer zo snel mogelijk naar riolen en waterlopen moeten afvoeren, maar dat het de kans moet krijgen in de bodem door te sijpelen", zegt Katrien Vanhove, coördinator hemelwaterplannen bij Fluvius. De gemeenten doen op hun beurt ook almaar meer inspanningen om de burger te betrekken bij dat hemelwaterbeleid. Zo ontstaan hier en daar initiatieven om de verharding van tuinen en opritten tegen te gaan, en bestaat er al veel langer een verplichting om bij nieuwbouw of een grondige renovatie van een woning een regenwaterput aan te leggen. Bij de verkoop van een bestaande woning is een regenwaterput voorlopig nog geen bindende vereiste. "Sinds enkele jaren is daar de verplichting van een eigen infiltratievoorziening bovenop gekomen", zegt hydroloog Patrick Willems (KU Leuven). "Die moet ervoor zorgen dat het regenwater in de bodem kan infiltreren. Ook de overloop van de regenwaterput moet daarop aangesloten zijn." Zo'n infiltratievoorziening is vereist bij elke nieuwbouw en bij renovatie- of uitbreidingswerken groter dan 40 vierkante meter, op voorwaarde dat het volledige perceel een minimumoppervlakte van 250 vierkante meter heeft. Zelfs wanneer de installatie van een regenwaterput verplicht is, blijft het de vraag hoeveel mensen die daadwerkelijk gebruiken. Daarvoor moeten ze ook een parallelle leiding aanleggen, waardoor bijvoorbeeld het toilet en de wasmachine op regenwater kunnen functioneren. Er bestaat in ons land nog geen wettelijke verplichting om het opgevangen hemelwater ook echt te gebruiken. Nochtans kan een regenwaterput met een voldoende ruime capaciteit op jaarbasis een stevig verschil maken in de waterrekening. Patrick Willems: "Vroeger ging men uit van een opvangcapaciteit van 5000 liter. Nu lijkt 8000 tot 10.000 liter een realistischer inschatting. Het stijgende aantal droge periodes zorgt ervoor dat zo'n put in de zomer anders sneller droog dreigt te staan. Maar veel hangt uiteraard af van de dakoppervlakte en dus de opvangcapaciteit van de woning, en van het aantal gezinsleden. In 2018 - de droogste zomer van de voorbije jaren - stelden we vast dat een put van 10.000 liter in de zomer net niet leegstond. Dat gold voor een gemiddeld gezin van twee tot drie personen met een dakoppervlakte van 100 vierkante meter en een dagverbruik van zowat 100 liter per dag. Van dat gemiddelde dagverbruik kun je in theorie zowat 40 procent opvangen met regenwater. Dat water gaat vooral naar het toilet, de wasmachine en buitengebruik. Op die manier kun je de jaarlijkse waterfactuur tot ongeveer de helft terugbrengen." Voor de installatie van een put met een inhoud van 10.000 liter mag u - alle leidingen inbegrepen - gemiddeld op zowat 2500 tot 3000 euro rekenen. Wilt u het regenwater ook gebruiken voor de dagelijkse douche, dan loopt het prijskaartje op: u hebt dan niet enkel een grotere put nodig, u moet dan ook investeren in een extra filter. "Vlamingen moeten af van het idee dat de investering in een waterput en de aansluiting ervan niet rendabel zou zijn", benadrukt Willems. "Op jaarbasis valt hier nog altijd voldoende regen. De investering betaalt zich na meerdere jaren terug." Uit een enquête die De Watergroep in juni 2020 bij haar klanten uitvoerde, blijkt dat het stilaan de goede richting uitgaat. "Ongeveer twee derde van onze klanten kiest voor de opvang van regenwater in een regenwaterput, een regenwaterton of beide. Die cijfers zien we ook jaarlijks stijgen", vertelt woordvoerster Kathleen De Schepper. "Onze klanten gebruiken het water uit de regenwaterput vooral voor het toilet (62%), buitenkraantjes (57%), de wasmachine en de kraan in de garage (bijvoorbeeld om de auto te wassen)." Tienduizenden Vlamingen beschikken al over een eigen grondwaterput. Volgens de meest recente cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) liep dat aantal in 2019 op tot zowat 55.000. 70 procent van hen gebruikte enkel nog eigen putwater. Samen pompen zij jaarlijks zowat 3 miljoen kubieke meter water op. Het aantal particuliere grondwaterputten nam de voorbije jaren volgens de officiële cijfers nauwelijks toe, maar die cijfers zijn mogelijk een stevige onderschatting. Het boren van een zogenoemde grondwaterwinning moet sinds 2017 gebeuren door een erkend boorbedrijf, en de opdrachtgever moet ook een vergunning kunnen voorleggen. Tegelijk bestaat er een meldingsplicht: elke nieuwe grondwaterput moet in theorie worden gemeld aan de VMM, die die gegevens doorgeeft aan het gemeentebestuur en de watermaatschappij.Op die vergunningsplicht geldt wel een belangrijke uitzondering, en daar wringt het schoentje. Een grondwaterput die uitsluitend voor huiselijk gebruik bedoeld is en waaruit jaarlijks minder dan 500 kubieke meter wordt opgepompt, ontsnapt aan de vergunningsplicht. Ook voor een grondwaterwinning waarbij het water uitsluitend met een handpomp wordt opgepompt, is geen vergunning nodig. De kans bestaat dus dat nogal wat gezinnen over zo'n grondwaterput voor eigen gebruik beschikken, maar die nooit hebben aangemeld. Katrien Smet, woordvoerster van de VMM, betwijfelt toch dat het aantal grondwaterputten de voorbije jaren spectaculair is gestegen. "Over illegale putten hebben we geen cijfers, maar mijn buikgevoel zegt me dat er geen grote stijging is. Niet enkel omdat het prijskaartje voor de boring van zo'n put en de bijbehorende pomp redelijk hoog uitvalt, maar ook omdat je dan nog altijd geen idee hebt van de kwaliteit van het water dat je oppompt. Een labo-analyse daarvan brengt ook weer extra kosten met zich mee. Als er leidingwater in je straat ligt, is het veel goedkoper om daarop aan te sluiten." Patrick Willems ziet dat enigszins anders. "Met de huidige wetgeving wil de overheid vooral de grootverbruikers die grondwater aan de bodem onttrekken - bedrijven en landbouwers - controleren. In functie van de evolutie van de grondwaterstanden in een bepaalde regio worden zulke grondwaterputten al dan niet vergund. Een grondwaterwinning van maximaal 500 kubieke meter per jaar heeft geen significante impact, maar vele kleintjes maken op termijn stilaan wel een verschil. We stellen vast dat de grondwaterstanden door de klimaatverandering in de zomer niet meer herstellen, en dat zal er de komende jaren niet op verbeteren. Misschien dringt een strengere aanpak zich stilaan op. Ofwel moeten we nog veel meer inspanningen doen om het hemelwater massaal in de bodem te doen infiltreren." Wie de voorbije jaren investeerde in een grondwaterput, doet dat in zeven op de tien gevallen om volledig onafhankelijk te worden van leidingwater, blijkt uit cijfers van de VMM. Op voorwaarde dat die put diep genoeg is, beschikt de gebruiker altijd over water. De minimale diepte varieert van de ene regio tot de andere, afhankelijk van de grondlagen en de grondwaterspiegel. Dat gaat van enkele meters tot soms tientallen meters diep. "Dat water is meestal ook van goede kwaliteit", bevestigt Willems. "Het prijskaartje daarvan ligt wel flink wat hoger: reken minimaal 6000 tot soms wel 10.000 euro. Maar laat me duidelijk zijn: als waterexpert ben ik daar hoegenaamd geen voorstander van. Zowel de drinkwaterbedrijven als enkele grote industriële spelers hebben dat grondwater echt nodig. Mochten ook particulieren dat steeds massaler gaan oppompen, dreigen we op termijn echt in de problemen te komen. Een strengere controle is vandaag nog niet echt noodzakelijk, maar op termijn is het misschien geen slecht idee om de wetgeving strenger te maken. Consumenten die vinden dat het leidingwater stilaan te duur wordt, kan ik maar één goede raad geven: investeer in een regenwaterput, zodat we in de toekomst meer regenwater kunnen bufferen. Dat is de duurzaamste en goedkoopste oplossing."