De Vlaamse woningmarkt heeft de afgelopen jaren enkele grondige veranderingen ondergaan. Dat blijkt uit het Grote Woononderzoek van het Steunpunt Wonen. "Waar traditioneel de Vlaming bouwde of kocht 'once in a lifetime', zijn er nu duidelijke tekens van het bestaan van een 'woonladder", vertelt de vereniging in een persbericht.

Jongeren kopen eerst een kleine woning of appartement om die later te verkopen en met de opbrengst een groter huis te financieren. Die zogenoemde 'woonladder' kan zelfs eindigen in nieuwbouw. Meer dan de helft van bouwend Vlaanderen heeft tussen 2011 en 2013 de werken voor een deel betaald met de opbrengsten uit de verkoop van een woning.

Volgens het Steunpunt Wonen hebben de sterk toegenomen woningprijzen en de meeneembaarheid van het registratierecht die evolutie bevorderd.

Ook ouders en grootouders helpen meer mee om een woning te financiëren. "Gemiddeld betalen zij 4,5 procent van de totale kosten.Voor bouwers liggen de cijfers iets hoger."

© Grote Woononderzoek 2013

Minder eigenaars

Toch is het aantal woningeigenaars in 2013 voor het eerst gedaald in Vlaanderen. Twee effecten hebben een belangrijke rol gespeeld. "Dat het aandeel eigenaars de afgelopen jaren steeg, was mede omdat de vooroorlogse generatie, die veel minder dan de daaropvolgende generaties kans had om eigenaar te worden, uit de statistieken aan het verdwijnen was. Dit effect geraakt uitgespeeld.", vertelt het steunpunt.

De economische situatie maakt bovendien dat mensen minder snel een lening aangaan. De banken zijn ook veel strenger geworden bij het verlenen van kredieten. Die gewijzigde houding zorgde er samen met de aanpassing van de woonbonus voor dat het Vlaamse Woningfonds en de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen vorig jaar een recordaantal sociale leningen hebben afgesloten.

Vooral gezinnen met de laagste inkomens kopen minder een eigen woning. De strengere houding van de banken speelt parten, want zij beschikken over minder startkapitaal. De kans om eigenaar van een woning te worden is met andere woorden sterk afhankelijk geworden van je inkomen. Ter vergelijking: in 1976 was eigen woningbezit ongeveer gelijk verdeeld over alle inkomensgroepen.

© Socio-economisch Panel '76, '85 en '97; Pannecoucke et al. (2001), Woonsurvey 2005; Grote Woononder¬zoek 2013

Bij de hoogste inkomensgroepen is de daling zeer gering. "De goedkopere woningen sterker in prijs gestegen dan de duurdere. Ook dat kan een invloed hebben gehad voor de lagere inkomens", vertelde één van de coördinatoren, Sien Winters (KU Leuven) aan de Standaard.

Toenemende betaalbaarheidsproblemen

Het aantal Vlamingen dat moeite heeft om zijn hypotheeklening af te lossen of zijn huur te betalen, neemt toe. Uit de enquête blijkt dat 20 procent van de gezinnen meer dan 30 procent van zijn inkomen besteedt aan afbetalen of huren. In 2005 was dat nog 13 procent.

De stijging is voornamelijk voelbaar op de huurmarkt. 50 procent van de twee private huurders betaalde in 2013 meer dan 30 procent van zijn inkomen voor een dak boven zijn hoofd. Acht jaar voordien was dat nog maar 39 procent.

Ook bij eigenaars die nog een woning afbetalen namen de betaalbaarheidsproblemen met 10 procent toe. In 2005 gaf 17 procent aan moeilijkheden te hebben om een woning afbetalen. Acht jaar later kampte 27 procent met aflossingsproblemen. (NS)

Klik hier als je wilt weten of je in aanmerking komt voor een Vlaamse woonlening.