Uit de studie door PwC in opdracht van de Vreg blijkt dat enkel in Duitsland een gemiddeld gezin vorig jaar meer betaalde voor elektriciteit dan bij ons. In Brussel, Wallonië, Nederland, Frankrijk en Groot-Brittannië ligt de eindfactuur van de gezinnen lager. De reden is bekend: de distributienettarieven in Vlaanderen swingen de pan uit.

'Geen prettige vaststelling', erkent Vreg-directeur Dirk Van Evercooren. 'Onze factuur wordt overladen met zaken die er niet in thuishoren.' De Vreg roept dan ook de beleidsmakers op de factuur te 'ontvetten' van kosten die er niet in thuishoren. Bovendien zorgt de hoge elektriciteitsfactuur ervoor dat elektriciteit minder interessant is dan andere energiebronnen. Dat maakt dat bijvoorbeeld warmtepompen niet aantrekkelijk zijn. 'De energietransitie naar hernieuwbare energie en de elektrificatie worden gedwarsboomd', stelt Van Evercooren vast.

Een gemiddeld bedrijf (jaarverbruik van 160 MWh) betaalde de op twee na hoogste elektriciteitsfactuur in vergelijking met de buurlanden en -regio's. Enkel in Wallonië en Duitsland betaalt een bedrijf nog meer voor elektriciteit. Voor bedrijven die evenwel veel elektriciteit verbruiken (jaarverbruik van 2 GWh) was Vlaanderen vorig jaar de op één na goedkoopste, na Nederland.

Aardgasverbruikers zijn dan weer in vergelijking goedkoop af in Vlaanderen. Voor een gemiddeld gezin was Vlaanderen in 2018 het goedkoopst van alle regio's, op het Verenigd Koninkrijk na. Nederlandse gezinnen hebben de hoogste aardgasfactuur. De aardgasfactuur van bedrijven lag zelf het laagst in Vlaanderen in vergelijking met de omliggende landen en regio's.