Dertig jaar geleden ontstond de VVH grotendeels als gevolg van de regionalisering van het sociaal huisvestingsbeleid. Momenteel telt de vereniging ongeveer 90 sociale huisvestingsmaatschappijen, allemaal samen goed voor zowat 155.000 sociale woningen. 'Aanvankelijk waren de maatschappijen een soort van regionale kantoren onder een voogdijadministratie. In 2006 zijn we verder geprofessionaliseerd en werken we autonomer en op een andere manier', zegt Mallants.

Volgens de VVH-directeur is het sociaal woonmodel in Vlaanderen eerder klein. 'Het gaat om ongeveer 6 procent sociale huurwoningen. Dat is weinig in vergelijking met de buurlanden. Daar zijn er veel hogere percentages in vergelijkbare welvaartsstaten.' Met het beperkte aanbod scoort Vlaanderen wel heel goed wat 'efficiëntie en effectiviteit' betreft. 'We richten ons goed op onze doelgroep, met de laagste inkomens. Bovendien werken we binnen ons model ook herverdelend. Mensen met de laagste inkomens betalen een lagere huur voor dezelfde woning dan mensen met hogere inkomens', legt Mallants uit.

Toch blijft er nood aan hervormingen. 'De rode draad tijdens ons 30-jarige bestaan is wel dat we altijd vaststellen dat we meer en betere sociale woningen nodig hebben', aldus Mallants. Tijdens de viering dinsdag in het Vlaams Parlement wees hij onder meer minister van Wonen Matthias Diependaele (N-VA) op de uitdagingen waarvoor de huisvestingsmaatschappijen staan. Zo is 'een aangehouden - en zelfs hoger - investeringsvolume cruciaal', luidt het. Sociale woningen moeten namelijk almaar duurzamer zijn en de lange wachtlijsten moeten weggewerkt worden. Wat dat betreft wijst Mallants op het belang van 'creatieve en innovatieve oplossingen en een goede samenwerking met lokale publieke en private actoren'. Als voorbeeld haalt hij het 'ASTER-project' aan, waarmee de sector wil inzetten op de installatie op grote schaal van zonnepanelen voor sociale huurders.

Voorts hield de VVH-directeur ook onder meer een pleidooi voor de vereenvoudiging van 'het kluwen van regels' en riep hij op tot een einde aan 'het continue gemorrel aan de structuur van onze maatschappijen'.

Dertig jaar geleden ontstond de VVH grotendeels als gevolg van de regionalisering van het sociaal huisvestingsbeleid. Momenteel telt de vereniging ongeveer 90 sociale huisvestingsmaatschappijen, allemaal samen goed voor zowat 155.000 sociale woningen. 'Aanvankelijk waren de maatschappijen een soort van regionale kantoren onder een voogdijadministratie. In 2006 zijn we verder geprofessionaliseerd en werken we autonomer en op een andere manier', zegt Mallants.Volgens de VVH-directeur is het sociaal woonmodel in Vlaanderen eerder klein. 'Het gaat om ongeveer 6 procent sociale huurwoningen. Dat is weinig in vergelijking met de buurlanden. Daar zijn er veel hogere percentages in vergelijkbare welvaartsstaten.' Met het beperkte aanbod scoort Vlaanderen wel heel goed wat 'efficiëntie en effectiviteit' betreft. 'We richten ons goed op onze doelgroep, met de laagste inkomens. Bovendien werken we binnen ons model ook herverdelend. Mensen met de laagste inkomens betalen een lagere huur voor dezelfde woning dan mensen met hogere inkomens', legt Mallants uit.Toch blijft er nood aan hervormingen. 'De rode draad tijdens ons 30-jarige bestaan is wel dat we altijd vaststellen dat we meer en betere sociale woningen nodig hebben', aldus Mallants. Tijdens de viering dinsdag in het Vlaams Parlement wees hij onder meer minister van Wonen Matthias Diependaele (N-VA) op de uitdagingen waarvoor de huisvestingsmaatschappijen staan. Zo is 'een aangehouden - en zelfs hoger - investeringsvolume cruciaal', luidt het. Sociale woningen moeten namelijk almaar duurzamer zijn en de lange wachtlijsten moeten weggewerkt worden. Wat dat betreft wijst Mallants op het belang van 'creatieve en innovatieve oplossingen en een goede samenwerking met lokale publieke en private actoren'. Als voorbeeld haalt hij het 'ASTER-project' aan, waarmee de sector wil inzetten op de installatie op grote schaal van zonnepanelen voor sociale huurders.Voorts hield de VVH-directeur ook onder meer een pleidooi voor de vereenvoudiging van 'het kluwen van regels' en riep hij op tot een einde aan 'het continue gemorrel aan de structuur van onze maatschappijen'.