Steeds meer mensen investeren in een tweede onroerend goed. 28 procent van de hypothecaire kredieten die in 2021 bij BNP Paribas Fortis werden aangevraagd, waren bestemd voor een tweede verblijf, ongeacht het doel (verhuur of recreatief gebruik) of de geografische bestemming. In vergelijking met een jaar eerder steeg het aantal kredieten met dat doel met 27 procent en stegen de volumes zelfs met 39 procent. Dat blijkt uit de jaarlijkse Barometer van de tweede verblijven die de bank publiceert.

Bijna alle kredietnemers blijven in België: 95 procent van de aankopen bevinden zich in eigen land. De bank ziet daarvoor verschillende verklaringen. 'De reisbeperkingen door corona, de nieuwe vrijheid die telewerk meebrengt, het minder complexe beheer van een verhuurd eigendom in eigen land, plus het feit dat de eigenaars er zelf regelmatiger gebruik van kunnen maken, verklaren de populariteit', klinkt het.

Gemiddeld ontleend bedrag voor een tweede verblijf in België ongeacht het doel (verhuur of recreatieve doeleinden)., BNP Paribas Fortis
Gemiddeld ontleend bedrag voor een tweede verblijf in België ongeacht het doel (verhuur of recreatieve doeleinden). © BNP Paribas Fortis

Beleggers

Opvallend is dat de meeste tweede onroerende goeden in België bestemd zijn voor de huurmarkt (62%). Dat percentage blijft de laatste jaren stijgen (56% in 2019 en 60% in 2020). Die trend is toe te schrijven aan de lage rentes voor hypotheekleningen en spaarrekeningen en het feit dat de beurs voor veel Belgen te weinig zekerheid biedt, terwijl vastgoed in hun ogen een vaste waarde is. De kredietnemers zijn dus voor het grootste deel beleggers.

Wie verwacht dat mensen in eigen land naar de kust of de Ardennen trekken, heeft het fout. Beide toeristische regio's hebben aan populariteit moeten inboeten. In 2021 bevond 4% van het gekochte vastgoed zich aan de Belgische kust, tegenover 8% in 2020. De drie meest gegeerde badplaatsen waren Knokke (23%), Oostende (21%) en Koksijde (8%). In het zuiden van het land waren Verviers (10%), Bastenaken (7%) en Spa (5%) de populairste steden en dorpen. Toch zijn de tweede verblijven in de Ardennen goed voor nog maar 1,3% van alle kredieten die werden toegekend voor tweede verblijven. Vorig jaar was dat nog 3,3%.

Vakantiehuizen

Van de tweede verblijven in het buitenland werd in 2021 slechts 13% aangekocht als opbrengsteigendom. Vakantiehuizen dienen dus meer voor eigen plezier dan als opbrengsteigendom. Dat is ook logisch: hoe dichter bij huis, hoe makkelijker voor de opvolging van de huurders. In het buitenland moet al gauw een extern bedrijf of syndicus worden aangesteld.

Slechts 13 procent van de tweede verblijven in het buitenland werd aangekocht om huuropbrengsten te genereren, een lichte stijging ten opzichte van 2020., BNP Paribas Fortis
Slechts 13 procent van de tweede verblijven in het buitenland werd aangekocht om huuropbrengsten te genereren, een lichte stijging ten opzichte van 2020. © BNP Paribas Fortis

Spanje is de populairste bestemming om een tweede verblijf aan te kopen (48%) in het buitenland, gevolgd door Frankrijk, Nederland en Italië. De gemiddelde leenbedragen voor vastgoed dat voor recreatieve doeleinden wordt gekocht, liggen rond de 320.000 euro voor een eigendom in Nederland, 235.000 euro voor een in Frankrijk en 179.000 euro voor een in Spanje. Wanneer we kijken naar vastgoed bestemd voor verhuur, wordt er gemiddeld 301.000 euro geleend voor een verblijf in Frankrijk, 269.000 euro voor eentje in Nederland en 228.000 euro voor een in Spanje.

Geen jonge kopers

De gemiddelde leeftijd van kopers van tweede verblijven - in België of in het buitenland - is 44 jaar. Meer dan een op de drie kredietnemers (35%) is zelfs jonger dan 40 jaar. In tweede verblijven in het buitenland investeren wel vooral 50-plussers. Ze maken 77 procent van de kopers uit.

Voor tweede verblijven in het buitenland is het aandeel van de min 45-jarigen geslonken tot een op de vijf kredietnemers. In 2020 kwam daarentegen nog meer dan de helft uit die leeftijdsgroep.

De digitale nomaden onder de 35 jaar zijn zelfs volledig van de markt verdwenen: ze tellen nog maar voor 1%, tegenover 20% in 2020.

Steeds meer mensen investeren in een tweede onroerend goed. 28 procent van de hypothecaire kredieten die in 2021 bij BNP Paribas Fortis werden aangevraagd, waren bestemd voor een tweede verblijf, ongeacht het doel (verhuur of recreatief gebruik) of de geografische bestemming. In vergelijking met een jaar eerder steeg het aantal kredieten met dat doel met 27 procent en stegen de volumes zelfs met 39 procent. Dat blijkt uit de jaarlijkse Barometer van de tweede verblijven die de bank publiceert. Bijna alle kredietnemers blijven in België: 95 procent van de aankopen bevinden zich in eigen land. De bank ziet daarvoor verschillende verklaringen. 'De reisbeperkingen door corona, de nieuwe vrijheid die telewerk meebrengt, het minder complexe beheer van een verhuurd eigendom in eigen land, plus het feit dat de eigenaars er zelf regelmatiger gebruik van kunnen maken, verklaren de populariteit', klinkt het. BeleggersOpvallend is dat de meeste tweede onroerende goeden in België bestemd zijn voor de huurmarkt (62%). Dat percentage blijft de laatste jaren stijgen (56% in 2019 en 60% in 2020). Die trend is toe te schrijven aan de lage rentes voor hypotheekleningen en spaarrekeningen en het feit dat de beurs voor veel Belgen te weinig zekerheid biedt, terwijl vastgoed in hun ogen een vaste waarde is. De kredietnemers zijn dus voor het grootste deel beleggers. Wie verwacht dat mensen in eigen land naar de kust of de Ardennen trekken, heeft het fout. Beide toeristische regio's hebben aan populariteit moeten inboeten. In 2021 bevond 4% van het gekochte vastgoed zich aan de Belgische kust, tegenover 8% in 2020. De drie meest gegeerde badplaatsen waren Knokke (23%), Oostende (21%) en Koksijde (8%). In het zuiden van het land waren Verviers (10%), Bastenaken (7%) en Spa (5%) de populairste steden en dorpen. Toch zijn de tweede verblijven in de Ardennen goed voor nog maar 1,3% van alle kredieten die werden toegekend voor tweede verblijven. Vorig jaar was dat nog 3,3%.VakantiehuizenVan de tweede verblijven in het buitenland werd in 2021 slechts 13% aangekocht als opbrengsteigendom. Vakantiehuizen dienen dus meer voor eigen plezier dan als opbrengsteigendom. Dat is ook logisch: hoe dichter bij huis, hoe makkelijker voor de opvolging van de huurders. In het buitenland moet al gauw een extern bedrijf of syndicus worden aangesteld.Spanje is de populairste bestemming om een tweede verblijf aan te kopen (48%) in het buitenland, gevolgd door Frankrijk, Nederland en Italië. De gemiddelde leenbedragen voor vastgoed dat voor recreatieve doeleinden wordt gekocht, liggen rond de 320.000 euro voor een eigendom in Nederland, 235.000 euro voor een in Frankrijk en 179.000 euro voor een in Spanje. Wanneer we kijken naar vastgoed bestemd voor verhuur, wordt er gemiddeld 301.000 euro geleend voor een verblijf in Frankrijk, 269.000 euro voor eentje in Nederland en 228.000 euro voor een in Spanje. Geen jonge kopersDe gemiddelde leeftijd van kopers van tweede verblijven - in België of in het buitenland - is 44 jaar. Meer dan een op de drie kredietnemers (35%) is zelfs jonger dan 40 jaar. In tweede verblijven in het buitenland investeren wel vooral 50-plussers. Ze maken 77 procent van de kopers uit. Voor tweede verblijven in het buitenland is het aandeel van de min 45-jarigen geslonken tot een op de vijf kredietnemers. In 2020 kwam daarentegen nog meer dan de helft uit die leeftijdsgroep. De digitale nomaden onder de 35 jaar zijn zelfs volledig van de markt verdwenen: ze tellen nog maar voor 1%, tegenover 20% in 2020.