De Nationale Bank voerde begin 2020 richtlijnen ('toezichtsverwachtingen') in. Daarbij werden de banken aangemaand om voorzichtiger te zijn met het toekennen van hypothecaire leningen, zeker bij een hoge 'loan to value'-ratio. Dat is het geval wanneer het geleende bedrag stijgt in de richting van de volledige waarde van het huis. Een van de nieuwe normen is dat voor een eigen woning maximaal 90 procent van de waarde mag worden geleend. De koper moet de rest zelf op tafel leggen. Dat leidde tot de kritiek dat het daardoor voor jongeren moeilijker is geworden om een woning te kopen.

Maar dat de toegang tot de markt moeilijker zou zijn geworden voor jongeren, 'wordt niet bevestigd door de cijfers', zo zei gouverneur Wunsch tijdens een persconferentie over het 'Financial Stability Report'. Dat komt volgens hem onder meer omdat de Nationale Bank in de richtlijnen 'rekening had gehouden met deze terechte bekommernis door in meer flexibele richtlijnen te voorzien voor het specifieke segment van de 'first-time buyers' (mensen die voor het eerst een huis kopen, red.)'. Banken kunnen voor dat segment in beperkte mate afwijken van de 90 procent-richtlijn.

Wunsch haalde enkele cijfers aan om zijn standpunt te staven. Zo wees hij erop dat er in 2020 voor 42 miljard euro aan nieuwe hypothecaire leningen werd uitgegeven, 'een grand cru ondanks de coronacrisis', en dat het aandeel van de jongeren de afgelopen jaren stabiel bleef rond de 35 procent. Volgens de Nationale Bank bewijst dat dat ze er met de richtlijnen in is geslaagd 'de toegang tot krediet voor solvabele kredietnemers, waaronder startende kopers, te handhaven'.

Ook de tweede doelstelling van de richtlijnen, om het aandeel risicovollere leningen te verlagen, is bereikt. Zo daalde het aandeel leningen met een 'loan to value'-ratio van meer dan 90 procent bij de startende kopers van 45 procent in 2019 naar 30 procent in 2020, en van 28 naar 14 procent bij de andere leningen voor een eigen woning. 'Deze percentages zijn aldus lager dan de door de Nationale Bank gehanteerde tolerantiemarges (van respectievelijk 35 en 20 procent)', luidt het.

De Nationale Bank is wel aandachtig voor de hypothecaire leningen voor de aankoop van woningen om die te verhuren (investeringsvastgoed of 'buy-to-let'). De banken voldoen op dat vlak meestal nog niet aan de toezichtsverwachtingen, luidt het. Het aandeel leningen buiten de richtlijn (maximaal 80 procent van de woningwaarde) daalde wel van 33 naar 18 procent, maar de NBB had een tolerantiemarge van 10 procent vooropgesteld. 'De redenen hiervoor zullen grondig en kritisch worden geanalyseerd' en besproken worden met de instellingen.

De Nationale Bank voerde begin 2020 richtlijnen ('toezichtsverwachtingen') in. Daarbij werden de banken aangemaand om voorzichtiger te zijn met het toekennen van hypothecaire leningen, zeker bij een hoge 'loan to value'-ratio. Dat is het geval wanneer het geleende bedrag stijgt in de richting van de volledige waarde van het huis. Een van de nieuwe normen is dat voor een eigen woning maximaal 90 procent van de waarde mag worden geleend. De koper moet de rest zelf op tafel leggen. Dat leidde tot de kritiek dat het daardoor voor jongeren moeilijker is geworden om een woning te kopen.Maar dat de toegang tot de markt moeilijker zou zijn geworden voor jongeren, 'wordt niet bevestigd door de cijfers', zo zei gouverneur Wunsch tijdens een persconferentie over het 'Financial Stability Report'. Dat komt volgens hem onder meer omdat de Nationale Bank in de richtlijnen 'rekening had gehouden met deze terechte bekommernis door in meer flexibele richtlijnen te voorzien voor het specifieke segment van de 'first-time buyers' (mensen die voor het eerst een huis kopen, red.)'. Banken kunnen voor dat segment in beperkte mate afwijken van de 90 procent-richtlijn.Wunsch haalde enkele cijfers aan om zijn standpunt te staven. Zo wees hij erop dat er in 2020 voor 42 miljard euro aan nieuwe hypothecaire leningen werd uitgegeven, 'een grand cru ondanks de coronacrisis', en dat het aandeel van de jongeren de afgelopen jaren stabiel bleef rond de 35 procent. Volgens de Nationale Bank bewijst dat dat ze er met de richtlijnen in is geslaagd 'de toegang tot krediet voor solvabele kredietnemers, waaronder startende kopers, te handhaven'.Ook de tweede doelstelling van de richtlijnen, om het aandeel risicovollere leningen te verlagen, is bereikt. Zo daalde het aandeel leningen met een 'loan to value'-ratio van meer dan 90 procent bij de startende kopers van 45 procent in 2019 naar 30 procent in 2020, en van 28 naar 14 procent bij de andere leningen voor een eigen woning. 'Deze percentages zijn aldus lager dan de door de Nationale Bank gehanteerde tolerantiemarges (van respectievelijk 35 en 20 procent)', luidt het.De Nationale Bank is wel aandachtig voor de hypothecaire leningen voor de aankoop van woningen om die te verhuren (investeringsvastgoed of 'buy-to-let'). De banken voldoen op dat vlak meestal nog niet aan de toezichtsverwachtingen, luidt het. Het aandeel leningen buiten de richtlijn (maximaal 80 procent van de woningwaarde) daalde wel van 33 naar 18 procent, maar de NBB had een tolerantiemarge van 10 procent vooropgesteld. 'De redenen hiervoor zullen grondig en kritisch worden geanalyseerd' en besproken worden met de instellingen.