De woningprijzen zijn in 2019 met 3,52 procent gestegen. Die stijging is meer dan vier keer groter dan de inflatie (0,76 %). Dat blijk uit een studie van het makelaarsnetwerk ERA Belgium in samenwerking met de KU Leuven.

De ERA-KULeuven-Vastgoedindex (EKVI) houdt rekening met factoren zoals de grootte, de afwerking en de ligging van de verkochte woningen. Daardoor geeft het de prijsevolutie van gelijkaardige woningen weer. Johan Krijgsman, de CEO van ERA Belgium, heeft het over een boerenjaar voor vastgoedeigenaars. "Het is al tien jaar geleden dat het verschil tussen de inflatie en de stijging van de woningprijzen zo groot was", zegt hij.

Johan Krijgsman en Sven Damen, de vastgoedeconoom van de KU Leuven die de studie uitvoerde, verwachten dat de prijzen in de komende jaren een versnelling lager schakelen. De afschaffing van de woonbonus zal een 'prijsdempend' effect hebben, omdat ze de ontleencapaciteit van de gezinnen verkleint. "Maar", benadrukt Sven Damen, "dat betekent niet noodzakelijk dat prijzen onmiddellijk zullen dalen. De woningprijs is ook afhankelijk van andere factoren, die zeer moeilijk te voorspellen zijn, zoals de hypotheekrente."

Duur Leuven, goedkoop Genk

Uit de studie van ERA en de KU Leuven komen Leuven, Antwerpen en Brugge naar voren als de duurste centrumsteden. De hekkensluiters zijn Kortrijk, Roeselare en Genk. Zo betaal je voor een Leuvense woning liefst 60,29 procent meer dan voor een gelijkaardige woning in Genk. "Leuven heeft zijn hoge vastgoedprijzen voor een groot deel te danken aan een immens grote vraag van hoogopgeleiden", stelt Sven Damen. "Zij hebben een groter budget te spenderen, en als het aanbod onvoldoende toeneemt, leidt dat tot hoge woningprijzen."

Uit de cijfers van ERA 2020 blijkt nog dat een Vlaamse woning het afgelopen jaar gemiddeld 97 dagen te koop stond voor het finale bod werd aanvaard. Het nieuws van de afschaffing van de woonbonus zorgde in het vierde kwartaal voor een versnelling: de gemiddelde verkoopperiode daalde naar 88 dagen. "In werkelijkheid was het versnellende effect van de woonbonus natuurlijk nog veel groter", merkt Johan Krijgsman op. "De cijfers geven het gemiddelde weer van het hele kwartaal, terwijl de 'woonbonus-rush' maar zes weken heeft geduurd."

De woningprijzen zijn in 2019 met 3,52 procent gestegen. Die stijging is meer dan vier keer groter dan de inflatie (0,76 %). Dat blijk uit een studie van het makelaarsnetwerk ERA Belgium in samenwerking met de KU Leuven.De ERA-KULeuven-Vastgoedindex (EKVI) houdt rekening met factoren zoals de grootte, de afwerking en de ligging van de verkochte woningen. Daardoor geeft het de prijsevolutie van gelijkaardige woningen weer. Johan Krijgsman, de CEO van ERA Belgium, heeft het over een boerenjaar voor vastgoedeigenaars. "Het is al tien jaar geleden dat het verschil tussen de inflatie en de stijging van de woningprijzen zo groot was", zegt hij.Johan Krijgsman en Sven Damen, de vastgoedeconoom van de KU Leuven die de studie uitvoerde, verwachten dat de prijzen in de komende jaren een versnelling lager schakelen. De afschaffing van de woonbonus zal een 'prijsdempend' effect hebben, omdat ze de ontleencapaciteit van de gezinnen verkleint. "Maar", benadrukt Sven Damen, "dat betekent niet noodzakelijk dat prijzen onmiddellijk zullen dalen. De woningprijs is ook afhankelijk van andere factoren, die zeer moeilijk te voorspellen zijn, zoals de hypotheekrente."Uit de studie van ERA en de KU Leuven komen Leuven, Antwerpen en Brugge naar voren als de duurste centrumsteden. De hekkensluiters zijn Kortrijk, Roeselare en Genk. Zo betaal je voor een Leuvense woning liefst 60,29 procent meer dan voor een gelijkaardige woning in Genk. "Leuven heeft zijn hoge vastgoedprijzen voor een groot deel te danken aan een immens grote vraag van hoogopgeleiden", stelt Sven Damen. "Zij hebben een groter budget te spenderen, en als het aanbod onvoldoende toeneemt, leidt dat tot hoge woningprijzen."Uit de cijfers van ERA 2020 blijkt nog dat een Vlaamse woning het afgelopen jaar gemiddeld 97 dagen te koop stond voor het finale bod werd aanvaard. Het nieuws van de afschaffing van de woonbonus zorgde in het vierde kwartaal voor een versnelling: de gemiddelde verkoopperiode daalde naar 88 dagen. "In werkelijkheid was het versnellende effect van de woonbonus natuurlijk nog veel groter", merkt Johan Krijgsman op. "De cijfers geven het gemiddelde weer van het hele kwartaal, terwijl de 'woonbonus-rush' maar zes weken heeft geduurd."