Stel, je hebt vijf jaar geleden een hypothecaire krediet afgesloten van 250.000 euro tegen een vaste rentevoet van vier procent. Over de looptijd van twintig jaar betaal je maandelijks zo'n 1.505 euro aan interesten en kapitaal terug (vaste maandelijkse aflossingen). Vandaag, vijf jaar later, heb je - mede dankzij een erfenis van een oude tante - een spaarpot van 30.000 euro bij elkaar gebracht.

Je laat het geld op je spaarrekening

Laat je die 30.000 euro op je spaarrekening staan, dan groeit dit bedrag tegen een rentevoet van één procent op vijftien jaar uit tot 34.829 euro. We gaan er hier gemakshalve van uit dat de rente ongewijzigd blijft door de jaren heen.

Je betaalt vervroegd af...

Daarnaast kan je de 30.000 euro ook aanwenden om je woonkrediet gedeeltelijk af te betalen. Dat resulteert in een nieuwe maandelijkse aflossing (tegen dezelfde voorwaarden) van 1.285 euro. Op die manier bespaar je elke maand 220 euro, en over de volledige resterende looptijd boek je bijna 39.750 euro winst.

... en je spaart opnieuw

Wanneer je het bespaarde bedrag van 220 euro bovendien elke maand op een spaarboekje plaatst, dan heb je bij een rentevoet van één procent na vijftien jaar zelfs 42.888 euro bij elkaar gespaard.

Rekening houdende met de verplichte wederbeleggingsvergoeding (die komt overeen met drie maanden interest op 30.000 euro), is je uiteindelijke winst 42.593 euro.

Dus vervroegd afbetalen is beter?

Is het nu altijd voordeliger om je woonkrediet vervroegd af te betalen met spaargeld? Neen. Er zijn namelijk een heleboel bijkomende elementen die mee bepalen welk scenario uiteindelijk het meest interessante is: het ontleende bedrag, de (resterende) looptijd, de rentevoeten en het bedrag dat je vervroegd kan terugbetalen. En ook het fiscale aspect - lees: de hervormde woonbonus - speelt een grote rol. (RVE)

Stel, je hebt vijf jaar geleden een hypothecaire krediet afgesloten van 250.000 euro tegen een vaste rentevoet van vier procent. Over de looptijd van twintig jaar betaal je maandelijks zo'n 1.505 euro aan interesten en kapitaal terug (vaste maandelijkse aflossingen). Vandaag, vijf jaar later, heb je - mede dankzij een erfenis van een oude tante - een spaarpot van 30.000 euro bij elkaar gebracht.Daarnaast kan je de 30.000 euro ook aanwenden om je woonkrediet gedeeltelijk af te betalen. Dat resulteert in een nieuwe maandelijkse aflossing (tegen dezelfde voorwaarden) van 1.285 euro. Op die manier bespaar je elke maand 220 euro, en over de volledige resterende looptijd boek je bijna 39.750 euro winst.Wanneer je het bespaarde bedrag van 220 euro bovendien elke maand op een spaarboekje plaatst, dan heb je bij een rentevoet van één procent na vijftien jaar zelfs 42.888 euro bij elkaar gespaard. Is het nu altijd voordeliger om je woonkrediet vervroegd af te betalen met spaargeld? Neen. Er zijn namelijk een heleboel bijkomende elementen die mee bepalen welk scenario uiteindelijk het meest interessante is: het ontleende bedrag, de (resterende) looptijd, de rentevoeten en het bedrag dat je vervroegd kan terugbetalen. En ook het fiscale aspect - lees: de hervormde woonbonus - speelt een grote rol. (RVE)