Het rapport van de VMM vergelijkt de milieuschadekosten van de verschillende methodes om een woning te verwarmen. De uitstoot die gegenereerd wordt door diverse verwarmingstechnieken leidt tot ziektes, schade aan gebouwen, schade aan ecosystemen en klimaatverandering. Al die kosten samengeteld vormen de milieuschadekost.

Volgens de VMM kan de jaarlijkse milieuschadekost door de uitstoot van woningverwarming geraamd worden op 2,6 miljard euro, waarvan 2,1 miljard door directe schadekosten of kosten door de directe uitstoot. Indirecte kosten bestaan uit de uitstoot door ontginning, transport en opwekking van de brandstof. Hout staat in voor 60 percent van de totale directe milieuschadekosten, voornamelijk door fijn stof en de uitstoot van CO2, terwijl maar 20 percent van de Vlaamse gezinnen met hout verwarmt.

Toestellen met stukken hout of houtpellets kosten de maatschappij dus het meest. Gecondenseerde gasinstallaties met bijvoorbeeld aardgas, propaan of LPG doen het beter en hebben vooral indirecte kosten. Warmtenetten en bodem- en luchtwarmtepompen hebben de laagste milieuschadekosten, van 1.000 tot meer dan 6.000 keer lagere schadekosten dan open haarden.

De studie gebeurde in opdracht van Milieurapport Vlaanderen (MIRA) als bijdrage aan de Green Deal Huishoudelijke Houtverwarming. Dat is een akkoord tussen de Vlaamse overheid, producenten en verkopers van houtkachels en open haarden, en milieubewegingen, met als doelstelling de uitstoot van fijn stof door houtkachels en open haarden te verlagen.