Laten we het voorbeeld nemen van Jan en Ilse. Dit gehuwd koppel is eigenaar van een gezinswoning, 15 jaar geleden gebouwd en deels gefinancierd met een lening van 100.000 euro, afgesloten in 1995. Jan en Ilse hebben drie kinderen, maar niet elk kind heeft een eigen slaapkamer. Daarom hebben Jan en Ilse een aannemer onder de arm genomen om de woning grondig te verbouwen.

Zowel boven als beneden wordt er een deel bijgebouwd. Het kostenplaatje bedraagt 70.000 euro waarvan 15.000 euro moet worden geleend. De andere 55.000 euro wordt betaald met gelden die Jan en Ilse geschonken hebben gekregen. Het eerste idee van Jan en Ilse is een zogenaamde wederopname te doen in het kader van hun lopende lening. Dit betekent dat ze 15.000 euro lenen bij de bank waar ze hun eerste lening hebben afgesloten en dit zonder betaling van nieuwe notariskosten. Fiscaal moeten Jan en Ilse dan kiezen. Ofwel laten ze de oude en de nieuwe lening onder het oude woonfiscaliteit vallen. Ofwel kiezen Jan en Ilse voor de nieuwe, interessantere woonbonus, maar dit kan enkel voor de leningslasten van de nieuwe lening van 15.000 euro.

Gezien het kleine bedrag van de nieuwe lening, opteren Jan en Ilse best voor de oude woonfiscaliteit. Toch is er een betere oplossing. Jan en Ilse betalen het uitstaand saldo van de lopende lening van 100.000 euro terug met eigen middelen en sluiten een volledig nieuwe lening af gelijk aan het uitstaand saldo plus het bedrag van de bijkomende lening. Op dit ogenblik moeten Jan en Ilse nog 31.000 euro terugbetalen aan de bank in het kader van hun oude lening. Met het bedrag van de nieuwe lening daarbij, betekent dit dat er een volledig nieuwe lening van 46.000 euro (31.000 euro plus 15.000 euro) wordt afgesloten bij deze bank. Het voordeel is dat alle leningslasten vallen onder de nieuwe woonbonus.

Concreet betekent dit dat Jan en Ilse interesten en kapitaalaflossingen van de nieuwe lening voor een bedrag van twee keer 2840 euro of 5680 euro per jaar fiscaal kunnen aftrekken. Hun fiscale besparing is op die manier gelijk aan maximaal 50% (plus uitgespaarde gemeentebelasting) van dat bedrag. Let wel, de bank zal in principe een eenmalige wederbeleggingsvergoeding van maximaal 3 maanden interesten en een eenmalige dossierkost van 250 euro aanrekenen. Mits wat onderhandelen, kan de bank de dossierkost laten vallen. Voor de rest zijn er geen bijkomende kosten. De lopende hypothecaire inschrijving kan ook voor de nieuwe lening worden gebruikt. Houd er rekening mee dat Jan en Ilse moeten kunnen aantonen aan de fiscus dat ze het uitstaand saldo van 31.000 euro met eigen middelen hebben terugbetaald. Dit kan bijvoorbeeld door een overschrijving voor te leggen van een spaarboekje. Wat gebeurt er met de lopende schuldsaldoverzekering die Jan en Ilse in 1995 hebben afgesloten? Deze wordt afgesloten en een nieuwe verzekering wordt afgesloten waarbij 46.000 euro wordt verzekerd. De premie die hiervoor moet worden betaald kan mee worden ontleend, maar geeft als dusdanig geen recht op toepassing van de woonbonus.


Johan Steenackers

Laten we het voorbeeld nemen van Jan en Ilse. Dit gehuwd koppel is eigenaar van een gezinswoning, 15 jaar geleden gebouwd en deels gefinancierd met een lening van 100.000 euro, afgesloten in 1995. Jan en Ilse hebben drie kinderen, maar niet elk kind heeft een eigen slaapkamer. Daarom hebben Jan en Ilse een aannemer onder de arm genomen om de woning grondig te verbouwen.Zowel boven als beneden wordt er een deel bijgebouwd. Het kostenplaatje bedraagt 70.000 euro waarvan 15.000 euro moet worden geleend. De andere 55.000 euro wordt betaald met gelden die Jan en Ilse geschonken hebben gekregen. Het eerste idee van Jan en Ilse is een zogenaamde wederopname te doen in het kader van hun lopende lening. Dit betekent dat ze 15.000 euro lenen bij de bank waar ze hun eerste lening hebben afgesloten en dit zonder betaling van nieuwe notariskosten. Fiscaal moeten Jan en Ilse dan kiezen. Ofwel laten ze de oude en de nieuwe lening onder het oude woonfiscaliteit vallen. Ofwel kiezen Jan en Ilse voor de nieuwe, interessantere woonbonus, maar dit kan enkel voor de leningslasten van de nieuwe lening van 15.000 euro. Gezien het kleine bedrag van de nieuwe lening, opteren Jan en Ilse best voor de oude woonfiscaliteit. Toch is er een betere oplossing. Jan en Ilse betalen het uitstaand saldo van de lopende lening van 100.000 euro terug met eigen middelen en sluiten een volledig nieuwe lening af gelijk aan het uitstaand saldo plus het bedrag van de bijkomende lening. Op dit ogenblik moeten Jan en Ilse nog 31.000 euro terugbetalen aan de bank in het kader van hun oude lening. Met het bedrag van de nieuwe lening daarbij, betekent dit dat er een volledig nieuwe lening van 46.000 euro (31.000 euro plus 15.000 euro) wordt afgesloten bij deze bank. Het voordeel is dat alle leningslasten vallen onder de nieuwe woonbonus.Concreet betekent dit dat Jan en Ilse interesten en kapitaalaflossingen van de nieuwe lening voor een bedrag van twee keer 2840 euro of 5680 euro per jaar fiscaal kunnen aftrekken. Hun fiscale besparing is op die manier gelijk aan maximaal 50% (plus uitgespaarde gemeentebelasting) van dat bedrag. Let wel, de bank zal in principe een eenmalige wederbeleggingsvergoeding van maximaal 3 maanden interesten en een eenmalige dossierkost van 250 euro aanrekenen. Mits wat onderhandelen, kan de bank de dossierkost laten vallen. Voor de rest zijn er geen bijkomende kosten. De lopende hypothecaire inschrijving kan ook voor de nieuwe lening worden gebruikt. Houd er rekening mee dat Jan en Ilse moeten kunnen aantonen aan de fiscus dat ze het uitstaand saldo van 31.000 euro met eigen middelen hebben terugbetaald. Dit kan bijvoorbeeld door een overschrijving voor te leggen van een spaarboekje. Wat gebeurt er met de lopende schuldsaldoverzekering die Jan en Ilse in 1995 hebben afgesloten? Deze wordt afgesloten en een nieuwe verzekering wordt afgesloten waarbij 46.000 euro wordt verzekerd. De premie die hiervoor moet worden betaald kan mee worden ontleend, maar geeft als dusdanig geen recht op toepassing van de woonbonus. Johan Steenackers