Verwarmen met stookolie is, net zoals autorijden op diesel, in ongenade gevallen. Alleen steenkool en houtverbranding worden nog meer verguisd, maar in ons land stookt minder dan 8 procent van de gezinnen nog met steenkool, hout of houtpellets. Aardgas (61%) en stookolie (25%) zijn de belangrijkste aandrijvers voor de centrale verwarming. De overheden lijken vastbesloten stookolie als brandstof voor de centrale verwarming te verbannen.
...

Verwarmen met stookolie is, net zoals autorijden op diesel, in ongenade gevallen. Alleen steenkool en houtverbranding worden nog meer verguisd, maar in ons land stookt minder dan 8 procent van de gezinnen nog met steenkool, hout of houtpellets. Aardgas (61%) en stookolie (25%) zijn de belangrijkste aandrijvers voor de centrale verwarming. De overheden lijken vastbesloten stookolie als brandstof voor de centrale verwarming te verbannen. Het regeerakkoord van de Vlaamse regering verbiedt vanaf 2021 stookolieketels bij nieuwbouw of bij ingrijpende energetische renovaties. In straten met een aardgasnet mag men vanaf 2021 geen nieuwe stookolieketel meer installeren. Brussel doet stookolieketels vanaf 2025 in de ban, Wallonië pas vanaf 2035. Vooral in Wallonië zijn er nog heel wat gebieden waar geen gasleidingen liggen. Twee vragen dringen zich dan op. Doet de overheid er goed aan van het verbod op stookolieketels een prioriteit te maken? En is aardgas als brandstof voor centrale verwarming wel zaligmakend? Volgens Christophe Leroy, managing director van Remeha Belgium en voorzitter van de Associatie voor de Thermische Technieken in België (ATTB), zal het verbod op de verkoop van nieuwe stookolieketels weinig zoden aan de dijk brengen. De verkoop van stookolieketels daalt sowieso al meer dan twintig jaar en stelt niet zoveel meer voor. "In nieuwbouwwoningen worden geen stookolieketels meer geïnstalleerd", zegt Christophe Leroy. "En de oude stookolieketels in gietijzer zijn niet kapot te krijgen. Als je af en toe de brander vervangt, kunnen die verouderde ketels nog heel lang meegaan. De uitdaging is dat enorme park van oude, inefficiënte ketels te vervangen door moderne en efficiënte technologie." Het rendement van moderne verwarmingsketels ligt veel hoger, omdat zij gebruikmaken van de condensatie van de waterdamp in de rookgassen of de gassen die overblijven na de verbranding van de brandstof. De consultant BRG Building Solutions schat dat in ons land 2 miljoen verouderde verwarmingstoestellen in gebruik zijn. "Als we die verouderde ketels vervangen door condensatieketels of warmtepompen, daalt de CO2-uitstoot zodanig dat we al een groot deel van de Europese klimaatdoelstellingen kunnen halen. Tegen 1 ton CO2 per ketel betekent dat 2 miljoen ton minder CO2-uitstoot per jaar. Tegelijk besparen we 15.000 GWh, ruim 10 procent van alle energie die we gebruiken voor het verwarmen van onze gebouwen", rekent Christophe Leroy voor. Hij vindt dat er een soort van lage-emissiezone voor verwarmingsinstallaties nodig is. "We bannen, terecht, verouderde wagens uit de stadscentra, maar verwarmen veel gebouwen in die steden met een technologie die vaak nog veel ouder is." Als het de beleidsmakers menens is de luchtkwaliteit in de steden te verbeteren, dan moeten ze ook die verouderde verwarmingstoestellen de wereld uithelpen. Stokoude verwarmingsketels staan vooral in appartementsgebouwen, waar de toestemming van alle mede-eigenaars nodig is om over te schakelen naar een moderner verwarmingssysteem. "Als de wetgever geen definitieve einddatum zet op het gebruik van die verouderde ketels, dan schuiven de mede-eigenaars die investering voor zich uit. Het volstaat dat één of enkele mede-eigenaars dwarsliggen", legt Christophe Leroy uit. De spreekbuis van de fabrikanten stelt 2030 voor als definitieve einddatum voor niet-condenserende gas- of stookolieketels. "Dat is voldoende ver in de toekomst om te vermijden dat een politieke partij daarvoor bij de volgende verkiezingen wordt afgestraft. En als er een datum is, dan zullen de syndici en de mede-eigenaars beginnen te sparen om die oude ketels te vervangen. De overheid kan ook in begeleidende sociale maatregelen voorzien. Vooral in Wallonië zal dat nodig zijn, want daar verwarmen nog veel meer gezinnen hun woning met stookolieketels - of ze grijpen zelfs terug naar houtkachels."Christophe Leroy is ervan overtuigd dat nog veel laaghangend fruit te plukken valt. Hij vindt zijn voorstel haalbaar, maar hij stelt vast dat er onvoldoende politiek draagvlak is om de maatregel door te voeren. Nochtans zijn er succesvolle voorbeelden in het buitenland. "In het Verenigd Koninkrijk is er een versnelde uitfasering van de minst efficiënte verwarmingsketels. In Duitsland is de vervanging van ketels van 15 tot 20 jaar in steeds meer regio's verplicht. Ook in eigen land is een voorbeeld te vinden: de normen voor dakisolatie die de Vlaamse overheid vanaf 2020 heeft ingevoerd voor koop- en huurwoningen." De fabrikanten maken zich ook sterk dat ze in tien jaar 2 miljoen ketels, of 200.000 ketels per jaar, kunnen vervangen. "Met de technologie die vandaag beschikbaar is, zijn de klimaatdoelstellingen van 2030 perfect haalbaar." Christophe Leroy spreekt zich niet uit voor verwarmingsketels op aardgas of stookolie of voor warmtepompen op elektriciteit. Hij verdedigt de belangen van de fabrikanten van allerlei soorten toestellen. Maar de consument moet natuurlijk wel een keuze maken. "Als we tegen 2050 CO2-neutraal willen zijn, moeten we fossiele brandstoffen afzweren", zegt Wouter Hilderson, senior technisch adviseur van het kennisplatform voor energieneutraal bouwen Pixii. "Dat wil zeggen dat stookolie, maar ook aardgas en kolen uitgesloten zijn." De verwarmingstechnologie van de toekomst zal volgens Hilderson zo goed als zeker gebruik moeten maken van duurzaam geproduceerde elektriciteit. Christophe Leroy beaamt dat fossiel gas op termijn uit de energiemix moet. "Net zoals fossiele elektriciteit. We zullen nooit in staat zijn volledig duurzame elektriciteit te maken, als we onze mobiliteit en verwarming elektrificeren."Christophe Leroy vindt dat we ook aan duurzame gasoplossingen moeten denken: "Biogas, synthetisch gas, maar vooral waterstofgas. Gasketels zullen ook in de toekomst nog een rol spelen, maar het zullen waterstofketels zijn." Wouter Hilderson sluit niet uit dat waterstof een rol zal spelen in onze toekomstige energiebevoorrading, maar plaatst een kanttekening: "Het vergt heel veel elektriciteit om dat gas via elektrolyse uit water te halen. Er gaat meer energie in de productie dan je er nadien kan uithalen." De specialist van Pixii ziet er vooral een oplossing in voor de opslag van elektriciteit die opgewekt wordt door windmolens of zonnepanelen en niet onmiddellijk volledig kan worden gebruikt. "Als veel hernieuwbare energie wordt geproduceerd, kan het teveel worden omgezet in waterstof. De productie van hernieuwbare energie is afhankelijk van de weersomstandigheden. Bij de grote windmolenparken op zee kan het rendabeler zijn waterstofgas te produceren en dat via een pijpleiding aan land te brengen, dan de elektriciteit rechtstreeks via elektriciteitskabels te transporteren", merkt Wouter Hilderson op. De meeste Belgische gezinnen verwarmen hun woning en het water voor hun badkamer met aardgas. "De gezinnen denken in de eerste plaats aan hun portemonnee", meent Jozefien Vanbecelaere, beleidsmedewerker bij de Organisatie Duurzame Energie (ODE). "Vanuit een puur economische logica is er nu geen enkele reden om in een bestaand gebouw voor een andere verwarmingstechnologie dan aardgas te kiezen." Ze maakt hier extractie van warmtenetten, die bijna altijd goed zijn voor de portemonnee van de consument en voor het klimaat. De bron van het warmtenet is restwarmte van fabrieken of industrie, of een centrale verbrandingsoven voor houtafval, zoals Indaver en Suez er een in de Waaslandhaven willen bouwen. De consument heeft zelf niet in de hand of er een warmtenet voorhanden is of niet. "Zowel in installatie als in verbruik is een centrale verwarming op aardgas het goedkoopste", vervolgt Jozefien Vanbecelaere. "De consumenten kunnen geen besparing op de energiefactuur realiseren, om hun investering in een warmtepomp bijvoorbeeld terug te verdienen." Een warmtepomp vergroot de warmte die er al is, in de lucht of in de bodem, met behulp van elektriciteit. Een koelkast draait op een gelijkaardige technologie om de warmte uit de lucht te halen. "De elektriciteit die je nodig hebt voor de centrale verwarming en de verwarming van het sanitair water van een gezinswoning met een warmtepomp kost 10 tot 50 procent meer dan aardgas, afhankelijk van het soort warmtepomp dat je gebruikt", stelt Jozefien Vanbecelaere. "We houden daarbij rekening met de huidige elektriciteits- en aardgasprijzen." Het is sowieso moeilijk voorspellingen te doen over toekomstige energieprijzen. De installatie van een warmtepomp kost al snel 10.000 tot 16.500 euro. De duurste maken gebruik van de warmte in de bodem. Daarvoor zijn boringen in de grond nodig. De goedkoopste halen warmte uit de lucht. Een condensatieketel op aardgas is het goedkoopste in installatie en kost gemiddeld 4000 euro.In Vlaanderen zijn er onder meer premies ter ondersteuning van de aankoop van warmtepompen voor verwarming: van 300 euro (lucht-luchtwarmtepomp) tot 4000 euro (geothermische warmtepomp), met een maximum van 40 procent van de factuur. In Brussel zijn er premies van 4250 tot 4750 euro, beperkt tot maximaal 50 procent van de factuur. In Wallonië zijn er premies van 1000 tot 6000 euro. "Die premies zijn onvoldoende om over een periode van twintig jaar - vanuit een zuiver financieel standpunt - de balans te doen overhellen naar warmtepompen", zegt Jozefien Vanbecelaere. Volgens Bram Claeys, algemeen directeur van ODE, zorgen de normen voor energieprestaties en binnenklimaat (EPB) ervoor dat in woningen wel vaker met de modernste technologie gewerkt wordt. "Warmtepompen hebben ook vooral zin in nieuwbouwwoningen of bestaande woningen na grondige renovaties, waar met wand- of vloerverwarming zeer efficiënt verwarmd kan worden. Ze zorgen voor meer comfort, met koeling in de zomer. Met zonnepanelen kan je de elektriciteitsfactuur onder controle houden." Voor Bram Claeys en Jozefien Vanbecelaere is het duidelijk dat de overheid de verkeerde consumenten belast. "De elektriciteitsprijzen in België zijn bij de hoogste in Europa, terwijl de gasprijzen in België bij de laagste in Europa zijn", merkt Bram Claeys op. "Op de elektriciteitsfactuur worden allerhande kosten voor openbare diensten en allerlei heffingen aangerekend. Als de overheid de nieuwe en minder vervuilende verwarmingstechnologieën wil promoten, dan moeten die kosten en taksen verschuiven naar de aardgas- en de stookoliefactuur. Dat kan budgetneutraal voor de overheid en de gezinnen. Maar zo geef je een positief signaal aan de mensen die bereid zijn te investeren in warmtepompen bijvoorbeeld." ODE liet een rekentool ontwikkelen om verwarmingstechnologieën te vergelijken, door het studiebureau Thermiek (zie kader De slotsom). "We wilden niet enkel de kosten vergelijken, maar ook het gebruik van primaire energie en de CO2-uitstoot", legt Jozefien Vanbecelaere uit. Daaruit blijkt dat warmtepompen 30 tot 50 procent minder primaire energie verbruiken en 70 tot 80 procent minder CO2 uitstoten dan een gasketel voor centrale verwarming en de verwarming van sanitair water. "Warmtepompen zijn met andere woorden veel beter in een toekomstgerichte en duurzame visie, maar ze kosten de consument over een periode van twintig jaar 40 tot 70 procent meer." Er worden verschillende kosten in rekening gebracht: de kosten voor de installatie, het onderhoud en de energiekosten. De rekentool voorziet in nog meer opties dan aardgas en warmtepompen, zoals warmtenetten en pelletketels. Geen enkele technologie kost minder dan een gasketel. Ook de financiële case voor aardgas versus stookolie is heel duidelijk. "Een centrale verwarming op stookolie, in combinatie met een elektrische verwarming van het sanitair warm water, gebruikt 20 tot 30 procent meer primaire energie dan een gasketel voor de verwarming en sanitair warm water en de jaarlijkse energiekosten liggen dubbel zo hoog", zegt Jozefien Vanbecelaere. Bovendien is ook de installatie van een stookolieketel duurder dan de installatie van een gelijkaardige aardgasketel.