De stroomprijs breekt maand na maand records en de prijs van zonnepanelen daalt gestaag. Het lijkt dus vanzelfsprekend dat investeren in zonnepanelen een steeds beter idee wordt. Toch werden dit jaar weinig nieuwe zonnepanelen geplaatst. De mensen zijn het vertrouwen kwijt omdat het beleid en diverse media horrorverhalen verspreiden. Recent nog deed een verhaal de ronde over een gezin dat 28.000 euro verloor door zonnepanelen. Van die beweringen zie ik echter nooit een berekening of onderbouwing. Daarom reken ik het graag voor u uit.

Ik reken met een doorsneegezin met een stroomverbruik van 4000 kWh per jaar. We bekijken drie scenario's. Een eerste zonder zonnepanelen, een tweede waarin het gezin net genoeg zonnepanelen legt die op jaarbasis 4000 kWh leveren, en een derde waarin het gezin het hele dak vol legt met zonnepanelen die 8000 kWh per jaar produceren.

(Berekening door Kris Voorspools)
© (Berekening door Kris Voorspools)

Voor de stroomprijs kijkt het gezin naar de tariefkaart van de leverancier. Ze betalen 18,61 cent/kWh voor de afname van stroom en krijgen 10,95 cent/kWh voor de stroom die ze terugsturen naar het net. Bij de afname komen nog kosten voor distributie, transport, bijdragen voor groene stroom en warmte-krachtkoppeling en nog wat federale en regionale bijdragen. Het gezin is nog niet bezig met de optimalisatie van het zelfverbruik. Dat betekent dat ze met net genoeg zonnepanelen om hun jaarverbruik te dekken ongeveer 32 procent van hun geproduceerde stroom zelf verbruiken. De rest van hun verbruik moeten ze nog kopen en het overschot van de productie die ze niet zelf gebruiken sturen ze terug naar net tegen het injectietarief. Als ze het dak vol leggen met zonnepanelen, daalt de fractie van de stroom die ze zelf gebruiken tot 19 procent.

De tabel toont de stroomfactuur van het gezin in de drie scenario's. Met de huidige stroomprijzen bespaart het gezin jaarlijks 771 euro met net genoeg zonnepanelen. Dat betekent een terugverdientijd op de investering van amper vijf jaar. Opvallend is dat ook als het gezin een het hele dak vol panelen legt en veel meer stroom produceert dan het nodig heeft, de terugverdientijd opnieuw ongeveer vijf jaar is. De conclusie is in elk scenario dat zonnepanelen een goede investering zijn.

Hoe zit het met de vervanging van de terugdraaiende teller door de digitale meter. Is dat nadelig?

De scenario's voor het gezin hierboven werden uitgerekend op basis van de digitale meter. Het heeft geen zin meer om te rekenen met een terugdraaiende teller. Die verdwijnt vroeg of laat. De terugdraaiende teller was niet in staat om het netgebruik correct in beeld te brengen. Daarom werd een kunstgreep doorgevoerd in de vorm van het prosumententarief. Dat verdwijnt met de digitale meter, omdat je met die meter juist kan rekenen.

Investeren in zonnepanelen was nooit een beter idee.

De digitale meter brengt ook nieuwe kansen mee. De simulaties tonen dat het rendabel is om een installatie te 'overdimensioneren'. Dat betekent dat je je hele dak vol legt, ook als je niet zoveel stroom nodig hebt. Dat blijft rendabel, omdat je voor de stroom die je naar het net stuurt een injectievergoeding krijgt. Dat is nieuw, want dat is enkel zo bij de digitale meter. Met de terugdraaiende teller ben je de stroom die je terugstuurt kwijt. Toen was enkel een krappe installatie rendabel, een grotere installatie niet.

Het is niet mogelijk om alle geproduceerde stroom zelf te verbruiken. Is dat een probleem?

Er is een misverstand ontstaan, omdat je bij de terugdraaiende teller al je stroom virtueel zelf kon verbruiken op een ander tijdstip. In de realiteit is dat niet zo. Daardoor waren er bij de terugdraaiende teller altijd correcties nodig in de stroomtarieven en de distributietarieven om dat achter de schermen recht te trekken.

Bij de digitale meter zijn die kunstgrepen niet meer nodig. Je betaalt de correcte prijs voor je afname, je krijgt de correcte prijs voor de zelf opgewekte energie en de rekening klopt. Bovendien tonen de scenario's dat investeren in zonnepanelen rendabel is, ook met de digitale meter.

Binnenkort wordt het capaciteitstarief ingevoerd. Wat verandert dat aan de rendabiliteit van zonnepanelen?

Het capaciteitstarief is een nieuwe verdeelsleutel voor een deel van het distributietarief. Vroeger werd het distributietarief berekend op basis van je verbruik. Met het capaciteitstarief zal dat deels volgens je verbruikspiek gebeuren.

De verbruikspiek ligt bij de meeste gezinnen in de vroege avond, en dan schijnt de zon niet meer. Je verbruikspiek wordt dus niet beïnvloed door zonnepanelen. Met andere woorden heeft het wel of niet hebben van zonnepanelen geen invloed op wat je betaalt als capaciteitstarief. De besparing ten gevolge van zonnepanelen ligt in het stroomgebruik, niet in het netgebruik.

Moet je met een digitale meter en zonnepanelen continu je verbruik proberen af te stemmen op wat uit je zonnepanelen komt?

Je rendement verbetert uiteraard als je je zelfverbruik optimaler inplant. Dat betekent: een elektrische auto laden, de was doen, een cake bakken, enzovoort, als de zon schijnt. Of als je helemaal los wil gaan, kan je apparaten of stopcontacten plaatsen die slim en automatisch sturen volgens de productie van je zonnepanelen.

Daar heb ik allemaal geen rekening mee gehouden in de uitgerekende scenario's. Als je al die dingen niet wilt doen, haal je ook al een mooi rendement en een terugverdientijd van vijf jaar met een zelfverbruik van ongeveer 30 procent.

Zijn mensen met een warmtepomp, zonnepanelen en een digitale meter de grote verliezers?

Een warmtepomp en zonnepanelen zijn geen ideale match. De zon schijnt vooral in de zomer en de warmtepomp gebruik je vooral in de winter. Maar dat betekent niet dat zonnepanelen geen goed idee zijn als je een warmtepomp hebt. In onderstaande tabel rekende ik een scenario uit van een gezin met een warmtepomp en een dak vol zonnepanelen. Het zelfverbruik is 'maar' 23 procent (omdat de zonnepanelen vooral stroom leveren als de warmtepomp niet veel werk heeft), maar toch is de terugverdientijd van de zonnepanelen opnieuw ongeveer vijf jaar.

Je moet een warmtepomp en zonnepanelen dus afzonderlijk bekijken en evalueren. Zonnepanelen zijn een goed idee. Bij een warmtepomp, daarentegen, is nog wat werk aan het verdienmodel.

(Berekening door Kris Voorspools)
© (Berekening door Kris Voorspools)

Zonnepanelen staan nu sterk dankzij de hoge stroomprijzen, maar wat als die morgen weer dalen? Is de investering dan voor niks geweest?

Vorig jaar waren de stroomprijzen veel lager dan nu. De terugverdientijd van zonnepanelen was toen ongeveer tien jaar. Dat is nog altijd prima voor een investering die meer dan twintig jaar meegaat. Daaruit blijkt een bijkomend voordeel van zonnepanelen. Je produceert je eigen stroom, en bent dus minder afhankelijk van de grillen van de groothandelsmarkt. Het is dus niet alleen een prima investering, maar ook een verzekering tegen schommelende prijzen op de groothandelsmarkt.

De stroomprijs breekt maand na maand records en de prijs van zonnepanelen daalt gestaag. Het lijkt dus vanzelfsprekend dat investeren in zonnepanelen een steeds beter idee wordt. Toch werden dit jaar weinig nieuwe zonnepanelen geplaatst. De mensen zijn het vertrouwen kwijt omdat het beleid en diverse media horrorverhalen verspreiden. Recent nog deed een verhaal de ronde over een gezin dat 28.000 euro verloor door zonnepanelen. Van die beweringen zie ik echter nooit een berekening of onderbouwing. Daarom reken ik het graag voor u uit.Ik reken met een doorsneegezin met een stroomverbruik van 4000 kWh per jaar. We bekijken drie scenario's. Een eerste zonder zonnepanelen, een tweede waarin het gezin net genoeg zonnepanelen legt die op jaarbasis 4000 kWh leveren, en een derde waarin het gezin het hele dak vol legt met zonnepanelen die 8000 kWh per jaar produceren.Voor de stroomprijs kijkt het gezin naar de tariefkaart van de leverancier. Ze betalen 18,61 cent/kWh voor de afname van stroom en krijgen 10,95 cent/kWh voor de stroom die ze terugsturen naar het net. Bij de afname komen nog kosten voor distributie, transport, bijdragen voor groene stroom en warmte-krachtkoppeling en nog wat federale en regionale bijdragen. Het gezin is nog niet bezig met de optimalisatie van het zelfverbruik. Dat betekent dat ze met net genoeg zonnepanelen om hun jaarverbruik te dekken ongeveer 32 procent van hun geproduceerde stroom zelf verbruiken. De rest van hun verbruik moeten ze nog kopen en het overschot van de productie die ze niet zelf gebruiken sturen ze terug naar net tegen het injectietarief. Als ze het dak vol leggen met zonnepanelen, daalt de fractie van de stroom die ze zelf gebruiken tot 19 procent.De tabel toont de stroomfactuur van het gezin in de drie scenario's. Met de huidige stroomprijzen bespaart het gezin jaarlijks 771 euro met net genoeg zonnepanelen. Dat betekent een terugverdientijd op de investering van amper vijf jaar. Opvallend is dat ook als het gezin een het hele dak vol panelen legt en veel meer stroom produceert dan het nodig heeft, de terugverdientijd opnieuw ongeveer vijf jaar is. De conclusie is in elk scenario dat zonnepanelen een goede investering zijn.De scenario's voor het gezin hierboven werden uitgerekend op basis van de digitale meter. Het heeft geen zin meer om te rekenen met een terugdraaiende teller. Die verdwijnt vroeg of laat. De terugdraaiende teller was niet in staat om het netgebruik correct in beeld te brengen. Daarom werd een kunstgreep doorgevoerd in de vorm van het prosumententarief. Dat verdwijnt met de digitale meter, omdat je met die meter juist kan rekenen.De digitale meter brengt ook nieuwe kansen mee. De simulaties tonen dat het rendabel is om een installatie te 'overdimensioneren'. Dat betekent dat je je hele dak vol legt, ook als je niet zoveel stroom nodig hebt. Dat blijft rendabel, omdat je voor de stroom die je naar het net stuurt een injectievergoeding krijgt. Dat is nieuw, want dat is enkel zo bij de digitale meter. Met de terugdraaiende teller ben je de stroom die je terugstuurt kwijt. Toen was enkel een krappe installatie rendabel, een grotere installatie niet.Er is een misverstand ontstaan, omdat je bij de terugdraaiende teller al je stroom virtueel zelf kon verbruiken op een ander tijdstip. In de realiteit is dat niet zo. Daardoor waren er bij de terugdraaiende teller altijd correcties nodig in de stroomtarieven en de distributietarieven om dat achter de schermen recht te trekken.Bij de digitale meter zijn die kunstgrepen niet meer nodig. Je betaalt de correcte prijs voor je afname, je krijgt de correcte prijs voor de zelf opgewekte energie en de rekening klopt. Bovendien tonen de scenario's dat investeren in zonnepanelen rendabel is, ook met de digitale meter.Het capaciteitstarief is een nieuwe verdeelsleutel voor een deel van het distributietarief. Vroeger werd het distributietarief berekend op basis van je verbruik. Met het capaciteitstarief zal dat deels volgens je verbruikspiek gebeuren.De verbruikspiek ligt bij de meeste gezinnen in de vroege avond, en dan schijnt de zon niet meer. Je verbruikspiek wordt dus niet beïnvloed door zonnepanelen. Met andere woorden heeft het wel of niet hebben van zonnepanelen geen invloed op wat je betaalt als capaciteitstarief. De besparing ten gevolge van zonnepanelen ligt in het stroomgebruik, niet in het netgebruik.Je rendement verbetert uiteraard als je je zelfverbruik optimaler inplant. Dat betekent: een elektrische auto laden, de was doen, een cake bakken, enzovoort, als de zon schijnt. Of als je helemaal los wil gaan, kan je apparaten of stopcontacten plaatsen die slim en automatisch sturen volgens de productie van je zonnepanelen.Daar heb ik allemaal geen rekening mee gehouden in de uitgerekende scenario's. Als je al die dingen niet wilt doen, haal je ook al een mooi rendement en een terugverdientijd van vijf jaar met een zelfverbruik van ongeveer 30 procent.Een warmtepomp en zonnepanelen zijn geen ideale match. De zon schijnt vooral in de zomer en de warmtepomp gebruik je vooral in de winter. Maar dat betekent niet dat zonnepanelen geen goed idee zijn als je een warmtepomp hebt. In onderstaande tabel rekende ik een scenario uit van een gezin met een warmtepomp en een dak vol zonnepanelen. Het zelfverbruik is 'maar' 23 procent (omdat de zonnepanelen vooral stroom leveren als de warmtepomp niet veel werk heeft), maar toch is de terugverdientijd van de zonnepanelen opnieuw ongeveer vijf jaar.Je moet een warmtepomp en zonnepanelen dus afzonderlijk bekijken en evalueren. Zonnepanelen zijn een goed idee. Bij een warmtepomp, daarentegen, is nog wat werk aan het verdienmodel.Vorig jaar waren de stroomprijzen veel lager dan nu. De terugverdientijd van zonnepanelen was toen ongeveer tien jaar. Dat is nog altijd prima voor een investering die meer dan twintig jaar meegaat. Daaruit blijkt een bijkomend voordeel van zonnepanelen. Je produceert je eigen stroom, en bent dus minder afhankelijk van de grillen van de groothandelsmarkt. Het is dus niet alleen een prima investering, maar ook een verzekering tegen schommelende prijzen op de groothandelsmarkt.