De fiscus beschouwt dat huurinkomen als een onroerend inkomen. Dat betekent dat je wordt belast op het geïndexeerd kadastraal inkomen van het appartement, verhoogd met 40 procent.

Je kunt dat inkomen verminderen met de betaalde leningslasten van een krediet dat je hebt afgesloten om het appartement te kopen of te verbouwen. In uitzonderlijke gevallen kan de fiscus de verhuur van studentenkamers kwalificeren als een beroepsinkomen. Dat is het geval als je je professioneel organiseert om kamers te verhuren.

Op zich is het aantal kamers dat je verhuurt niet doorslaggevend om te spreken van een beroepsverhuur. Dat kan ook blijken uit het feit dat je uitgebreid reclame maakt voor de kamers, of dat je een vastgoedkantoor inschakelt voor het beheer van de gebouwen en de inning van de huur.

Huurinkomsten die worden beschouwd als een beroepsinkomen, worden belast tegen de progressieve belastingvoeten. Je moet dan tot 50 procent afdragen op het inkomen (plus de gemeentebelasting).