Partners kunnen feitelijk of wettelijk samenwonen. Om wettelijk samen te wonen, moeten ze een verklaring van samenwoning afleggen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand. Wettelijk samenwonende partners zijn fiscaal gelijkgesteld met getrouwde koppels. Zo kunnen ze in Vlaanderen en Wallonië samen aanspraak maken op de fiscale voordelen voor een hypothecair krediet. Feitelijk samenwonende partners moeten ieder een aparte belastingaangifte indienen en worden belast als alleenstaande.
...

Partners kunnen feitelijk of wettelijk samenwonen. Om wettelijk samen te wonen, moeten ze een verklaring van samenwoning afleggen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand. Wettelijk samenwonende partners zijn fiscaal gelijkgesteld met getrouwde koppels. Zo kunnen ze in Vlaanderen en Wallonië samen aanspraak maken op de fiscale voordelen voor een hypothecair krediet. Feitelijk samenwonende partners moeten ieder een aparte belastingaangifte indienen en worden belast als alleenstaande. Feitelijk en wettelijk samenwonende partners hebben ieder een eigen vermogen. De samenstelling van hun vermogen loopt in grote lijnen gelijk met dat van het huwelijksstelsel van de scheiding van goederen. Ze kunnen wel eigen goederen in de gemeenschap brengen, zodat ze er samen eigenaar van zijn. Daarvoor moeten ze een notaris in de arm nemen om een samenlevingscontract op te stellen. Belangrijk om te weten is dat als ze een onroerend goed, zoals een woning, in de gemeenschap inbrengen, de fiscus dat beschouwt als een verkoop. In het Vlaams Gewest moeten ze dan 10 procent registratierechten afdragen (12,5% in het Brussels en het Waals Gewest). Net zoals huwelijkspartners kunnen feitelijk en wettelijk samenwonende partners elkaar schenkingen doen en in de akte een beding van terugkeer opnemen. Als een van beiden overlijdt, gaat de schenking terug naar de ander, en niet naar de erfgenamen van de overleden partner. Anders dan bij getrouwde koppels kunnen schenkingen tussen samenwonenden niet worden herroepen. Als de samenwonende partners uit elkaar gaan, verliest de schenker zijn geschonken goed. Huwelijkspartners erven automatisch van elkaar. Ze hoeven daarvoor geen testament op te maken. Ook wettelijk samenwonende partners erven automatisch van elkaar, maar dat erfrecht is beperkt. De langstlevende partner krijgt automatisch het vruchtgebruik van de gezinswoning en de huisraad. Hij kan in de woning blijven wonen of die verhuren, zonder dat de erfgenamen van de overleden partner er aanspraak op kunnen maken. Om meer te erven dan alleen het vruchtgebruik van de gezinswoning, moeten ze een testament opstellen, waarin ze de verdeling vastleggen. Feitelijk samenwonenden erven niets van elkaar, ook niet het vruchtgebruik van de gezinswoning. Zij moeten altijd een testament maken, als ze willen dat de langstlevende partner erft van de overledene. Tien jaar geleden werden samenwonende partners in Vlaanderen nog beschouwd als 'vreemden' om de erfbelasting te berekenen. Dat betekende dat de langstlevende partner tot 65 procent erfbelasting moest afdragen. Nu geven de drie gewesten een vrijstelling aan samenwonenden die de gezinswoning erven van de andere partner. Er zijn belangrijke verschillen tussen de gewesten. In Vlaanderen hoeven wettelijk samenwonende partners geen erfbelasting te betalen op de gezinswoning. Dat geldt ook voor wie geen verklaring van samenwoning heeft afgelegd en voor het overlijden drie jaar ononderbroken heeft samengewoond, en in die tijd een gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd. In het Waals Gewest krijgen enkel wettelijk samenwonende partners een gedeeltelijke vrijstelling van de erfbelasting op de gezinswoning. Is het netto-erfdeel van de langstlevende partner lager dan 160.000 euro, dan is geen belasting verschuldigd. Op het netto-erfdeel tussen 160.000 en 175.000 euro moet 5 procent belasting betaald worden, op de schijf tussen 175.000 en 250.000 euro 12 procent; op de schijf tussen 250.000 en 500.000 euro 24 procent, en boven 500.000 euro 30 procent. Feitelijk samenwonenden gelden in het Waals Gewest als vreemden. Dat tarief kan oplopen tot 80 procent op de schijf boven 175.000 euro. Ook in het Brussels Gewest kunnen enkel wettelijk samenwonenden aanspraak maken op een vrijstelling van de erfbelasting op de gezinswoning, zoals in Vlaanderen. Feitelijk samenwonende koppels betalen in Brussel een tarief tot 80 procent boven 175.000 euro. Samenwonende partners die een gezinswoning kopen, kunnen in de notariële akte een zogenoemd tontine- of aanwasbeding opnemen. Overlijdt een van de partners, dan wordt de ander de volle eigenaar van de woning. De wettelijke erfgenamen van de overleden partner kunnen dan geen aanspraak maken op zijn deel in de woning. Wel moet rekening worden gehouden met het reservataire erfrecht van de kinderen. Zij hebben recht op een minimumdeel van de erfenis van de overledene. We nemen als voorbeeld een stel dat niet getrouwd is, geen kinderen heeft en samen een woning van 400.000 euro koopt. Ieder brengen ze 200.000 euro in. Ze betalen daarop registratierechten. Staat er een tontine- of aanwasbeding in het koopcontract en overlijdt de ene partner, dan krijgt de ander zijn deel ter waarde van 200.000 euro in volle eigendom. Daarop is geen erfbelasting verschuldigd, maar wel een tweede keer registratierechten. Een tontine- of aanwasbeding moet een kanscontract zijn. Is de ene partner veel ouder dan de andere, of is een van beiden ongeneeslijk ziek als ze de akte opstellen, dan is het veel waarschijnlijker dat die het eerst overlijdt. Gebeurt dat, dan beschouwt de fiscus het tontinebeding als een vermomde schenking en moet de langstlevende partner toch nog schenkbelasting betalen. Er kan enkel nog sprake zijn van een kanscontract als de jongere of de gezonde partner een groter deel van de woning koopt dan de andere. De tontine was lang een interessante techniek voor samenwonende koppels die een woning kochten. Maar dat is niet altijd meer het geval, nu getrouwden en samenwonenden evenveel erfbelasting betalen en de gezinswoning minstens gedeeltelijk is vrijgesteld van erfbelasting voor wettelijk samenwonende partners. Elk samenwonend koppel moet voor zichzelf nagaan of de registratierechten door een tontinebeding niet hoger uitvallen dan de erfbelasting zonder tontinebeding. Michel Maus, hoogleraar fiscaal recht, geeft het voorbeeld van Jan en Els. Ze zijn al jaren een stel en kopen een woning voor 600.000 euro om er feitelijk samen te wonen. Ieder betaalt de helft van dat bedrag. Om elkaar te beschermen nemen ze een tontine- of aanwasbeding in het koopcontract op. Twee jaar later komt Els om in een verkeersongeval. Haar deel in de woning van 300.000 euro wast aan bij het vermogen van Jan. Els heeft bij testament ook de rest van haar vermogen, 200.000 euro, aan Jan overgemaakt. In de drie gewesten hebben Jan en Els een voordeel als ze een tontinebeding opnemen in de akte. In het Brussels en het Waals Gewest is de winst veel groter, omdat feitelijk samenwonende partners er meer erfbelasting betalen. Maar een tontinebeding is niet altijd de beste oplossing, zeker niet voor wettelijk samenwonende partners die aanspraak kunnen maken op dezelfde lagere erfbelasting als huwelijkspartners en van wie de gezinswoning is vrijgesteld van erfbelasting. Om zeker te zijn dat ze de beste oplossing kiezen, kunnen ze terecht bij een notaris, een vermogensbeheerder of een estateplanner. Wettelijk samenwonende stellen die een gezinswoning hebben gekocht met een tontine voordat de erfbelasting werd hervormd, doen er goed aan het contract te laten herzien door een expert. Het risico bestaat dat de langstlevende partner 10 of 12,5 procent registratierechten afdraagt op het deel van de overleden partner, terwijl hij recht had op een vrijstelling van de erfbelasting.