Een kortlopende huurovereenkomst mag maximaal voor drie jaar worden aangegaan. De duurtijd mag ook korter zijn (bijvoorbeeld één of twee jaar). De overeenkomst moet schriftelijk worden afgesloten.

De overeenkomst voor korte duur mag één keer verlengd worden op voorwaarde dat de duur van de beide overeenkomsten samen drie jaar niet te boven gaat. Ook deze verlenging moet schriftelijk gebeuren. De voorwaarden van het verlengde contract moeten dezelfde zijn als die van de oorspronkelijke overeenkomst.

Zeg tijdig op

Een huurovereenkomst die je voor korte duur aanging, eindigt niet automatisch op het einde van de looptijd. Als je het contract met je huurder niet wil verderzetten, moet je de huurder een opzeg geven.

Je moet dat doen minstens drie maanden voor het verstrijken van de lopende periode.

Zeggen noch jijzelf, noch de huurder de huurovereenkomst op, dan loopt het huurcontract gewoon verder. Het contract wordt dan automatisch omgezet in een 'gewoon' huurcontract voor negen jaar. Er wordt daarbij wel van uitgegaan dat dit huurcontract inging op het moment dat de overeenkomst voor korte duur van start ging.

Tussentijds beëindigen?

Je kan een huurovereenkomst voor korte duur niet tussentijds stopzetten, tenzij in onderling akkoord met de huurder. Je kan dit zelfs niet doen als je zelf in het verhuurde huis wil gaan wonen. Ook je huurder kan dit niet doen.

Bepalingen in het huurcontract van korte duur die dit wel zouden voorzien, zijn eigenlijk niet geldig. Volgens heel wat rechters kunnen huurders zich beroepen op die ongeldige bepalingen maar verhuurders niet. (JR)