Een eigen huis is natuurlijk fantastisch, maar het wordt al wat minder leuk als na een tijdje blijkt dat je niet meer op vakantie kunt gaan omdat al je geld naar de aflossing van de lening gaat. Om dit te vermijden, ga je als volgt te werk.

Stap 1: hoeveel kan/wil je afbetalen?

Bepaal hoeveel je zelf wenst te betalen aan een lening, hoeveel je mag afbetalen van de bank en hoeveel je kan terugbetalen als je rekening houdt met alle toekomstige uitgaven en fiscale voordelen.

Stap 2: bepaal de maximale totale kost

Bepaal de maximale totale projectkost (koopprijs + alle kosten) die je mag uitgeven. Volgende vragen zijn daarbij essentieel:

- Op welke looptijd wens je te lenen en wat is de rentevoet die je hiervoor moet betalen?

- Hoeveel kan je dan lenen met je gekozen afbetalingsbedrag?

- Hoeveel kan je met dit leenbedrag en je eigen geld dan uitgeven aan kopen/bouwen?

Stap 3: hou rekening met aanschafkosten

Na het vastleggen van de maximale totale projectkost, moet je bepalen met welke kosten je rekening moet houden bij de aanschaf van een woning. De grootste fiscale kost zit bij vastgoed helemaal aan het begin.

De 'aanschafkosten' op een vastgoedinvestering zijn behoorlijk hoog. We spreken over registratierechten van 10% in Vlaanderen en 12,5% in Brussel en Wallonië.

Enkel bij onroerende goederen met een laag kadastraal inkomen, kan men onder bepaalde voorwaarden genieten van een verlaagd tarief 5% in Vlaanderen en 6% in Wallonië.

Voor de aankoop van nieuwbouw ligt de instapkost in principe nog hoger, u betaalt 10% of 12,5% registratierechten op de grond en 21% btw op de constructie of 21% btw op alles (de grond en de constructiewaarde).

Deze kost wordt nog verhoogd met de notariskosten, de kredietkosten (notariskosten, hypothecaire inschrijving of hypothecaire volmacht) en dossierkosten.

Vergeet ook niet dat openbaar kopen al snel enkele procenten meer kosten betekent ten opzichte van een aankoop uit de hand. Uiteraard zal het enkele jaren duren voor deze kosten terugverdiend kunnen worden. (JS)

Een eigen huis is natuurlijk fantastisch, maar het wordt al wat minder leuk als na een tijdje blijkt dat je niet meer op vakantie kunt gaan omdat al je geld naar de aflossing van de lening gaat. Om dit te vermijden, ga je als volgt te werk. Bepaal hoeveel je zelf wenst te betalen aan een lening, hoeveel je mag afbetalen van de bank en hoeveel je kan terugbetalen als je rekening houdt met alle toekomstige uitgaven en fiscale voordelen. Bepaal de maximale totale projectkost (koopprijs + alle kosten) die je mag uitgeven. Volgende vragen zijn daarbij essentieel:- Op welke looptijd wens je te lenen en wat is de rentevoet die je hiervoor moet betalen?- Hoeveel kan je dan lenen met je gekozen afbetalingsbedrag?- Hoeveel kan je met dit leenbedrag en je eigen geld dan uitgeven aan kopen/bouwen?De 'aanschafkosten' op een vastgoedinvestering zijn behoorlijk hoog. We spreken over registratierechten van 10% in Vlaanderen en 12,5% in Brussel en Wallonië. Enkel bij onroerende goederen met een laag kadastraal inkomen, kan men onder bepaalde voorwaarden genieten van een verlaagd tarief 5% in Vlaanderen en 6% in Wallonië.Voor de aankoop van nieuwbouw ligt de instapkost in principe nog hoger, u betaalt 10% of 12,5% registratierechten op de grond en 21% btw op de constructie of 21% btw op alles (de grond en de constructiewaarde). Deze kost wordt nog verhoogd met de notariskosten, de kredietkosten (notariskosten, hypothecaire inschrijving of hypothecaire volmacht) en dossierkosten.Vergeet ook niet dat openbaar kopen al snel enkele procenten meer kosten betekent ten opzichte van een aankoop uit de hand. Uiteraard zal het enkele jaren duren voor deze kosten terugverdiend kunnen worden. (JS)