Bij een overlijden erft de langstlevende partner vaak het vruchtgebruik van bepaalde goederen en de (stief)kinderen de naakte eigendom. Of ouders kochten het vruchtgebruik en de kinderen de naakte eigendom van een woning.

Als men dat onroerend goed wil verkopen of het vruchtgebruik wil laten stoppen, moet de waarde van het vruchtgebruik worden vastgesteld.

Tabel

Sinds kort geeft de wet aan hoe die berekening moet gebeuren als je het onderling niet eens bent. Jaarlijks worden twee tabellen gepubliceerd in het Staatsblad. De ene tabel geldt voor vrouwen, de andere voor mannen.

Het volstaat de waarde van het goed te vermenigvuldigen met de coëfficiënt die je in de derde kolom van de tabel vind. Deze tabel vind je in het Belgisch Staatsblad van 15 januari 2015, pagina 1597.

Voorbeeld

Een huis van 300.000 euro is opgesplitst in naakte eigendom en vruchtgebruik. De vruchtgebruiker is 50 jaar en is een man. In dat geval is het vruchtgebruik 56,59 % waard (169.770 euro) en de naakte eigendom 43,41% (130.230 euro). Is de vruchtgebruiker een vrouw van 50 jaar, dan is haar vruchtgebruik 60,14 % waard (180.420 euro) en de naakte eigendom 39,86 % (zijnde 119.580 euro).

Is de vruchtgebruiker de stiefouder van de andere erfgenamen, dan wordt hij voor de berekening van de waarde van het vruchtgebruik geacht ten minste twintig jaar ouder te zijn dan de oudste afstammeling uit een vorig huwelijk.

Successierechten

Als je een aangifte moet doen in het kader van de successierechten, moet je andere coëfficiënten gebruiken. Deze staan in het Wetboek van Successierechten. (JR)