Ben je eigenaar van meerdere woningen, dan is het belangrijk de juiste woning als 'gezinswoning' aan te duiden. De gezinswoning is de woning waar de echtgenoten/partners en hun eventuele kinderen hun hoofdverblijfplaats hebben. Het gaat om een feitelijke kwestie, namelijk de plaats waar men effectief, dagdagelijks verblijft.

Bescherming in het burgerlijk recht

De burgerrechtelijke bescherming van de gezinswoning geldt niet alleen voor echtgenoten, maar ook voor koppels die zich hebben laten registreren als wettelijk samenwonenden. Deze bescherming houdt in dat voor elke beslissing die de bewoning in het gedrang kan brengen, toestemming van beide echtgenoten/partners is vereist.

Zo moeten beide echtgenoten/partners akkoord zijn als ze de woning willen verkopen, wegschenken of in hypotheek geven. Het speelt daarbij geen rol wie de eigenaar is.

Een andere bescherming geldt voor een handelaar of een vrij beroeper. Wie als natuurlijk persoon in België een beroepsactiviteit in hoofdberoep uitoefent, kan zijn gezinswoning onbeslagbaar laten verklaren via de opmaak van een verklaring voor een notaris.

Bescherming in het erfrecht

Ook bij het overlijden van één van de echtgenoten is er een bescherming van de gezinswoning in het voordeel van de langstlevende. De langstlevende huwelijkspartner heeft altijd minstens recht op het vruchtgebruik van de gezinswoning, met inbegrip van de huisraad.

Dat betekent echter niet dat de langstlevende partner verplicht in de gezinswoning moet blijven wonen. Hij of zij kan als vruchtgebruiker de woning ook verhuren en verhuizen naar een kleiner appartement.

Geen belastbare meerwaarde

De winst bij een verkoop van de gezinswoning is meestal vrijgesteld van personenbelasting (behoudens speculatie of beroepsinkomen). Wie echter een tweede verblijf verkoopt en dit doet binnen de vijf jaar na aankoop, betaalt 16,5% meerwaardebelasting, te verhogen met gemeentebelasting. Dit kan echter in sommige gevallen vermeden worden door tijdig het tweede verblijf fiscaal te kiezen als 'gezinswoning'.

Lagere successierechten

Sinds 1 januari 2007 geldt er in Vlaanderen een vrijstelling van successierechten voor het vererven van de gezinswoning. De 'gezinswoning' is de woning waar de partners op het ogenblik van het overlijden samenleefden (te bewijzen door bijvoorbeeld een uittreksel uit het bevolkingsregister).

De vrijstelling is enkel van toepassing voor gehuwden, wettelijk samenwonenden en feitelijk samenwonenden na drie jaar. Bloedverwanten in de rechte lijn genieten de vrijstelling niet. Kinderen blijven dus successierechten betalen.

Een tweede verblijf zoals een buitenverblijf aan de Belgische kust voldoet dan ook niet aan de voorwaarden, tenzij je op je oude dag daar effectief gaat wonen. (JS)