In 2006 introduceerde de Vlaamse overheid groenestroomcertificaten om het gebruik van zonne-energie aan te moedigen. Daar hangt een bedrag aan vast dat varieert naargelang het moment waarop u de zonnepanelen in gebruik nam. De certificaten kunt u tegen een bepaalde prijs verkopen via uw energiemarktregulator. In 2014 schrapten Vlaanderen en Wallonië dat systeem evenwel voor nieuwe residentiële installaties. In Brussel bestaan de groenestroomcertificaten nog altijd, maar op 1 januari 2021 wordt daar een hervorming doorgevoerd.
...

In 2006 introduceerde de Vlaamse overheid groenestroomcertificaten om het gebruik van zonne-energie aan te moedigen. Daar hangt een bedrag aan vast dat varieert naargelang het moment waarop u de zonnepanelen in gebruik nam. De certificaten kunt u tegen een bepaalde prijs verkopen via uw energiemarktregulator. In 2014 schrapten Vlaanderen en Wallonië dat systeem evenwel voor nieuwe residentiële installaties. In Brussel bestaan de groenestroomcertificaten nog altijd, maar op 1 januari 2021 wordt daar een hervorming doorgevoerd.Er is evenwel goed nieuws: vorige week kondigde Vlaams minister van Energie Zuhal Demir (N-VA) nieuwe subsidies aan. Wie vanaf volgend jaar zonnepanelen op het dak van zijn bestaande woning (met een bouwaanvraag van vóór 2014) plaatst, kan tot 1500 euro aan steun krijgen: 300 euro per geïnstalleerde kilowattpiek voor de eerste vier kilowattpiek, en 150 euro per kilowattpiek voor de schijf tussen vier en zes kilowattpiek. In de daaropvolgende jaren zakken de bedragen telkens met respectievelijk 75 en 37,5 euro per kilowattpiek.Een gemiddeld Vlaams gezin verbruikt 3500 kilowattuur aan elektriciteit per jaar. Een installatie van 4 kilowattpiek is dan aangewezen. De prijs is afhankelijk van de kwaliteit van de zonnepanelen, het type dak waarop ze moeten verankerd worden en de leeftijd van de woning (het btw-tarief zakt van 21 naar 6% na tien jaar). Reken op een bedrag tussen 6000 en 7000 euro. Maar voor zo'n installatie van 4 kilowattpiek heeft u volgend jaar recht op een subsidie van 1200 euro, voor zover het gaat om een bestaande woning.De energieleverancier Lampiris lanceerde een tijd geleden al een leenformule die toelaat de investering nog verder te spreiden. 'Produceer je eigen elektriciteit vanaf 119,88 euro per maand' leest u op de website. Dat klinkt erg aanlokkelijk, maar we stellen vast dat dat aanbod gebaseerd is op een gezinsverbruik van slechts 2500 kilowattuur en een investering van 4200 euro. De lening op afbetaling heeft een jaarlijks kostenpercentage (JKP) van 1,79 procent en een looptijd van drie jaar. In totaal betaalt u 4316 euro voor de installatie.Lampiris noemt het cijfervoorbeeld op zijn website 'representatief', maar naar onze mening wordt het financiële plaatje te rooskleurig voorgesteld voor een standaardgezin. Dat neemt evenwel niet weg dat een JKP van 1,79 procent erg laag is, waardoor die formule zeker het overwegen waard is. De energieleverancier werkt daarvoor samen met Cetelem. Opmerkelijk is dat diezelfde kredietgever voor een energielening (zelfde bedrag en looptijd) op Spaargids.be een jaarlijks kostenpercentage van 3,49 procent vermeldt."Een JKP van 1,79 procent lijkt me momenteel zeker concurrentieel", meent ook Sebastien Lizin, professor milieueconomie aan de Universiteit Hasselt. "Op Spaargids.be vind ik inderdaad zowel licht goedkopere als duurdere energiekredieten terug. Dat zijn leningen op afbetaling die banken aanbieden voor energiebesparende investeringen, bijvoorbeeld in zonnepanelen. Een verschil is dat je je via de Lampiris-formule meteen verbindt aan de verkoper van het product waarvoor je leent."De samenwerking tussen een energieleverancier en een kredietgever is niet zo uitzonderlijk. Engie heeft bijvoorbeeld een deal met Beobank afgesloten. Het rekenvoorbeeld op de website is met een investering van 5800 euro realistischer dan dat van Lampiris, en bovendien bedraagt het JKP hier slechts 1,50 procent. Sluit u een gelijkaardige energielening rechtstreeks af bij Beobank, dan betaalt u 1,85 procent. Luminus verwijst u door naar de website van KBC, die met een JKP van 1,35 procent een van de goedkoopste spelers is.Bent u op zoek naar een manier om de investering in zonnepanelen te spreiden, dan loont het zeker de moeite om het aanbod van de energieleveranciers te bekijken. Hun leenformules zijn mogelijk interessanter dan die van de afzonderlijke banken. Vergeet overigens niet dat ook de Vlaamse overheid in een renteloze energielening voorziet. Die is evenwel voorbehouden aan onder meer personen met een bescheiden inkomen, uitkeringsgerechtigden, OCMW-begunstigden en personen in schuldbemiddeling.De Vlaamse energielening kan gebruikt worden voor onder andere de installatie van zonnepanelen. Er gelden wel bepaalde voorwaarden: het dak van de woning moet voldoende geïsoleerd zijn en de ramen moeten minstens voorzien zijn van dubbele beglazing. Voor dat krediet geldt een maximumbedrag van 15.000 euro, op te nemen in hoogstens vier schijven. De terugbetaling loopt over een periode tot tien jaar. De aanvraag gebeurt via het Energiehuis van uw gemeente.Er bestaan nog andere alternatieven om de aankoop van een zonnepaneleninstallatie te financieren. De huurformule van de doe-het-zelfketen Brico bespraken we een tijd geleden al. Louter vanuit financieel oogpunt leek die ons niet interessant. "Wanneer je de terugverdientijd als enig criterium in rekening brengt, deel ik die mening", bevestigt Sebastien Lizin. "Anderzijds kan de volledige ontzorging via de Assistance-formule voor sommigen een meerwaarde zijn. Je hoeft niet wakker te liggen van het onderhoud en eventuele herstellingen."Zonnepanelen huren blijkt in ons land nog veel minder ingeburgerd dan in Nederland. "Woningeigenaars investeren wellicht liever in de aankoop van de zonnepaneleninstallatie", vermoedt Lizin. "Enerzijds omdat de kosten relatief laag zijn in verhouding met de prijs van een huis, anderzijds vanwege de kortere terugverdientijd ten opzichte van de huurformule en de bestaande garanties."En dan is er nog het wettelijke kader, dat in België minder goed afgestemd is op de verhuur van zonnepanelen dan in Nederland. "Ons Burgerlijk Wetboek vermeldt het recht van natrekking", verduidelijkt Bernard Vanheusden, professor milieurecht aan de Universiteit Hasselt. "Daardoor wordt de eigenaar van een gebouw ook de eigenaar van alles wat aan dat gebouw hangt. Dat bemoeilijkt de verhuur van zonnepanelen.""Het recht van natrekking kan opgevangen worden door een opstalrecht af te spreken. De eigenaar van de zonnepanelen krijgt dan van de woningeigenaar de toelating op diens onroerend goed zijn installatie te plaatsen. Gedurende de afgesproken termijn vindt de natrekking niet plaats en blijft de opstalhouder de eigenaar. Een opstalrecht kan voor maximaal vijftig jaar bedongen worden, en is hernieuwbaar. Na afloop moet de opstalhouder de constructie op eigen kosten verwijderen, maar beide partijen kunnen ook een andere regeling afspreken."