Sven Damen, vastgoedeconoom aan de KU Leuven, onderzocht in opdracht van het Vlaams Energieagentschap de relatie tussen energetische kenmerken van woningen, de verkoopprijs en de verwachte verkooptijd. Uit zijn onderzoek blijkt dat de introductie van het EPC, in november 2008, het belang van die kenmerken deed toenemen. Zo is de minwaarde van enkele beglazing sinds 2009 gestegen van gemiddeld 4,1 procent naar gemiddeld 5,4 procent. De impact van dakisolatie op de woningprijs is gestegen van 1,5 procent naar 2,8 procent.

De EPC-score beïnvloedt in grote mate de waarde van het huis. Een daling van die score met 100 betekent gemiddeld een prijsstijging van 2,3 procent voor woonhuizen en 1,8 procent voor appartementen. Dat effect wordt groter bij lagere EPC-scores. Een woonhuis met een EPC tussen 100 en 199 is gemiddeld 10,9 procent meer waard dan exact hetzelfde huis met een EPC tussen 400 en 499. Ze worden ook gemiddeld 25 dagen sneller verkocht. Bij appartementen is de EPC minder doorslaggevend.

Ook in 2019 zal de energiekost meer dan ooit een rol spelen bij de beslissing om een bepaald type woning al dan niet te kopen, voorspelt Iain Cook, bestuurder van ERA Belgium. 'Dat kan haast ook niet anders want vanaf 1 januari zijn verkopers verplicht om ook in Vlaanderen heel duidelijk het energielabel bij iedere verkoopadvertentie te plaatsen. Hierdoor kunnen kopers onmiddellijk zien hoe energiezuinig een woning is.'

Sinds begin dit jaar wordt de EPC niet langer met een energiescore maar met een label tussen A en F uitgedrukt. Het vernieuwde EPC bevat ook concrete aanbevelingen over mogelijke energiebesparende maatregelen, hoeveel die ongeveer zullen kosten en hoe energie-efficiënt de woning daarna zal zijn.