De energiehuizen op zich bestaan al langer. Ze werden in 2015 in het leven geroepen en stonden de voorbije jaren vooral in voor de energieleningen, die na de zesde staatshervorming gewestelijke in plaats van federale bevoegdheid werden.

Maar omdat de banken intussen energieleningen aan lagere tarieven verstrekken, besliste de Vlaamse regering eerder al haar energieleningen aan 2 procent vanaf 2019 af te schaffen. Daarmee valt een groot deel van het takenpakket van de gemeentelijke energiehuizen weg en komt er ruimte vrij voor nieuwe taken. 'De overheid kan zich nu beter concentreren op haar kerntaak: alle Vlamingen wegwijs maken in het energiebeleid en kwetsbare Vlamingen energieleningen verschaffen', zegt energieminister Tommelein.

Uniek loket

Bedoeling is dat de energiehuizen vanaf 2019 een uniek loket worden voor al wie vragen heeft over energie. Wie een energierenovatie overweegt zal bij de energiehuizen bijvoorbeeld terecht kunnen voor energiepremies, renovatieadvies, energiescans, enzovoort. Energiehuizen die dat willen kunnen nog aanvullende diensten aanbieden tegen betaling, zoals bijvoorbeeld ondersteuning bij groepsaankopen, coördinatie bij een collectieve renovatie, of vernieuwende diensten waarvoor ze een projectsubsidie kunnen krijgen.

De energiehuizen blijven ook verantwoordelijk voor het toekennen van renteloze leningen aan de sociale doelgroep, die zelfs wordt uitgebreid. Voortaan tellen personen ten laste mee om de inkomensgrens te bepalen, waardoor meer mensen in aanmerking komen.

De sociale energielening zit volgens minister Tommelein in de lift. 'Dit jaar werd ze al 1.287 keer uitgereikt, al bijna dubbel zo vaak als vorig jaar (713 keer). Logisch, doordat we de terugbetalingstermijn verdubbeld hebben, kunnen mensen de renteloze lening terugbetalen met het verschil op hun energiefactuur', klinkt het.