Tot 60.000 euro renteloos lenen voor energierenovaties

De Vlaamse regering lanceert de renteloze energielening. Die is gericht op nieuwe eigenaars die binnen de vijf jaar hun woning of appartement veel energiezuiniger maken. Er komen ook nieuwe premies, zoals de EPC-labelpremie en een asbestpremie, terwijl sommige bestaande premies worden verhoogd.

De renteloze energielening sluit je bij een bank af samen met een hypothecair krediet om de woning of het appartement te kopen. Het maximale bedrag van de renteloze lening hangt af van welk EPC-label (energieprestatiecertificaat, red.) de woonst heeft, en tot welk label je haar wil opwaarderen. Nog niet alle banken zullen deze lening vanaf 1 januari aanbieden.

Iedereen die zijn 'energetisch minderwaardige woning' renoveert, heeft vanaf 2021 ook recht op een EPC-labelpremie. Die kan tot 5.000 euro bedragen (of 6.000 euro voor wie recht heeft op de sociale maximumprijzen).

Wie al een idee wil hebben hoe zijn woonst scoort op energievlak, kan via de tool 'test-uw-epc' een eerste indicatie krijgen van zijn EPC-label.

Nog nieuw is de asbestpremie. Die geldt voor mensen die bij het isoleren van dak of buitenmuren ook asbest verwijderen (bijvoorbeeld asbestleien). Zij krijgen bovenop de isolatiepremie een forfaitaire premie van 8 euro per vierkante meter.

Voorts worden de premies voor buitengevelisolatie en hoogrendementsglas verdubbeld.

Nieuwe huizen moeten 'bijna energieneutraal' zijn

De energie-eisen voor nieuwe huizen in Vlaanderen worden opnieuw strenger. Nieuwe woningen moeten voortaan 'bijna energieneutraal' zijn: hun E-peil mag nog maximaal E30 bedragen.

Het E-peil is een maat voor het energieverbruik van de woning. Het werd de voorbije jaren stelselmatig verstrengd. In 2006 stond het maximale E-peil nog op E100, in 2008 werd dat E80 enzovoort tot vorig jaar E35. Nu wordt dat dus E30. Het strengere E-peil geldt voor bouwaanvragen die vanaf 1 januari 2021 worden ingediend.

De verstrenging zal in de praktijk niet zo veel gevolgen hebben. Want uit cijfers die het Vlaams Energieagentschap eerder dit jaar publiceerde, blijkt dat het gemiddelde E-peil van bouwaanvragen al sinds 2016 lager ligt dan E30. En acht op de tien bouwaanvragen die in 2018 werden ingediend, haalden al die norm van "bijna energieneutraal" wonen.

Normaal zou nu ook het maximale S-peil aangescherpt worden, een maat voor hoeveel energie een woning nodig heeft om de temperatuur op peil te houden. De verstrenging, van S31 naar S28, is echter met een jaar uitgesteld.

Stookolieketels niet langer toegelaten bij nieuwbouwprojecten

Bij bouwwerken waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, mag vanaf 2021 geen gebruik meer worden gemaakt van stookolieketels. Bij nieuwbouw en ingrijpende energetische renovaties moet vanaf 2021 gekozen worden voor een andere energiedrager dan stookolie. Dat besliste de Vlaamse regering. De maatregel komt er als gevolg van de Europese Ecodesign-verordening van 2015, die de minimumvereisten voor nieuwe verwarmingstoestellen verhoogde.

Een bestaande ketel mag wel nog altijd vervangen worden, maar dat nieuwe toestel moet dan wel voldoen aan de minimumvereisten. Het nieuwe toestel moet een condenserende ketel zijn die voldoet aan de strengere Ecodesign-eisen van 26 september 2018. De nieuwe ketels moeten minder NOx uitstoten.

B1-ketels kunnen enkel nog bij vervanging in appartementen met collectieve verwarming met gemeenschappelijke schouwen waar de andere bestaande ketels ook B1 zijn.

Er bestaat geen verplichting om een bestaande ketel te vervangen, zolang die maar goed onderhouden is, want dat is veiliger, zuiniger en ook beter voor het milieu.

Btw op afbraak en heropbouw naar 6 procent, en verhoging en verlenging van Vlaamse premie

De Vlaamse sloop- en heropbouwpremie wordt verlengd tot eind 2022, en verhoogd van 7.500 naar 10.000 euro. De federale btw-verlaging voor afbraak en heropbouw, van 21 naar 6 procent, wordt op 1 januari uitgebreid naar het hele land, maar die verlaging geldt niet voor alle woningen. Enkel wie niet in aanmerking komt voor de federale btw-maatregel kan vanaf 2021 van de Vlaamse sloop- en heropbouwpremie genieten. Zo werken beide systemen aanvullend op elkaar, is te horen op het kabinet van bevoegd Vlaams minister Zuhal Demir.

De bestaande Vlaamse premie zou oorspronkelijk tot eind 2020 lopen. Met de verhoging wil Demir renoveerders een duw in de rug geven, maar ook de bouwsector, die zware hinder ondervindt van de coronacrisis, steunen. Er wordt een budget van 26 miljoen euro voorzien voor 2021.

De federale regeling bestond al in een verlaging van de btw, van 21 naar 6 procent, voor heropbouwprojecten in 32 centrumsteden. Die btw-verlaging wordt begin 2021 eveneens verlengd, tot eind 2022, en uitgebreid tot het hele Belgische grondgebied. De verlaging geldt echter enkel tot 200 m² bewoonbare vloeroppervlakte en voor de enige en eigen woning. De bedoeling van de federale btw-verlaging is ook 'een belangrijke fiscale stimulans' geven aan zowel bouwsector als belastingplichtigen. Daarnaast is er ook de positieve ecologische impact, omdat zo een deel van het woonpatrimonium versneld zal worden vernieuwd.

De Vlaamse premier moet online worden aangevraagd bij het VEKA, het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap. Dat is vanaf 1 januari de nieuwe naam van het Vlaams Energieagentschap (VEA), dat versterkt wordt met een deel van de afdeling Energie, Klimaat en Groene Economie (EKG) van het departement Omgeving.

Terugdraaiende teller voor zonnepanelen verdwijnt

Wie in 2021 in Vlaanderen zonnepanelen plaatst, kan geen aanspraak meer maken op de terugdraaiende teller. Er komt wel een investeringspremie om het plaatsen van pv-installaties aan te moedigen.

Het principe van de terugdraaiende teller verdwijnt voor alle installaties die worden gekeurd na 1 januari. Dus ook wie in de laatste weken van 2020 nog snel zonnepanelen plaatste, maar ze niet meer gekeurd kreeg, hoeft niet meer te rekenen op het principe van de terugdraaiende teller.

Eigenaars van zonnepanelen kunnen elektriciteit die ze niet direct verbruiken weer in het stroomnet injecteren. Doordat de elektriciteitsteller terugdraait, kunnen die overschotten opgesoupeerd worden op momenten dat de zon niet schijnt. Ze worden dus niet meegerekend in de factuur. Omdat die eigenaars op die manier het stroomnet dubbel gebruiken, dienden ze wel al enkele jaren een specifiek nettarief - een prosumententarief - te betalen.

Nu de elektriciteitsteller niet meer gaat terugdraaien voor nieuwe installaties, verdwijnt dit voordeel voor deze zonnepanelen-eigenaars. Niet verbruikte stroom kan dus niet meer opgespaard worden voor wanneer de zon niet schijnt. 'De elektriciteit uit zon die je onmiddellijk verbruikt, is voortaan de rendabelste', klinkt het bij ODE, het kenniscentrum voor zonne-energie.

Elektriciteit die niet onmiddellijk wordt verbruikt, wordt wel nog steeds in het net geïnjecteerd maar aan een veel lagere prijs. Dat zal gebeuren via een vergoeding, te betalen door de energieleverancier met wie de eigenaars van de zonnepanelen een contract hebben. Geschat wordt dat dit zal gebeuren aan 5 à 6 cent per KWh. Daartegenover staat dat het prosumententarief komt te vervallen.

Maar wat als er veel zon en wind is, en de prijzen op de groothandelsmarkt negatief zijn? Geldt er dan ook een negatieve prijs voor eigenaars van zonnepanelen? Wie een vast contract heeft met een energieleverancier zal daar geen last van hebben. Maar wie een dynamisch contract heeft (ook dat is een nieuwigheid voor 2021), zou in dat scenario dreigen te moeten bijbetalen voor zelf opgewekte stroom. Om dat te vermijden, heeft de regering beslist dat die vergoeding voor eigenaars van zonnepanenelen nooit onder nul kan zakken.

Om het plaatsen van zonnepanelen interessant te houden, heeft de Vlaamse regering vanaf 1 januari een nieuw subsidiesysteem in het leven geroepen. Het gaat om een investeringspremie, die kan oplopen tot 1.500 euro en dit afhankelijk van de grootte van de installatie. Het vermogen van de omvormer moet wel kleiner dan of gelijk zijn aan 10 kVA.

Wie voor 1 januari 2021 zonnepanelen plaatste en liet keuren, blijft 15 jaar lang recht hebben op het principe van de terugdraaiende teller. Een garantie is dit evenwel niet. Onder meer de Vlaamse energieregulator Vreg stapte naar het Grondwettelijk Hof tegen het principe van het recht op de terugdraaiende teller. Een uitspraak is er nog niet.

Distributienettarieven elektriciteit dalen opnieuw

De distributienettarieven voor elektriciteit, die een groot deel uitmaken van de energiefactuur, dalen in 2021 opnieuw. Dat heeft de Vlaamse energieregulator Vreg beslist. Voor aardgas is er een lichte stijging. Eigenaars van zonnepanelen betalen ook wat extra.

De distributienettarieven zijn de tarieven voor de aanleg en het onderhoud van de netten voor het vervoer van elektriciteit en aardgas en voor de daarbij geleverde diensten. Ze maken een groot deel uit van eindfactuur: 34 procent van de totale elektriciteitsfactuur en 25 procent van de totale aardgasfactuur.

Voor een gemiddeld gezin dalen de distributienettarieven in 2021 gemiddeld met 16 euro per jaar, of een daling met 4 procent. Voor aardgas komt er jaarlijks 2 euro bij. Opgelet, het gaat om gemiddelden. Per intercommunale kunnen er grote verschillen zijn. Zo bedraagt de daling van de distributienettarieven voor elektriciteit voor Fluvius Antwerpen 48 euro (ex-Imea), en voor intercommunale PBE (Vlaams-Brabant) 79 euro.

Er zijn ook intercommunales waar de inwoners meer mogen ophoesten voor hun distributienettarieven voor stroom. Voor intercommunale Intergem gaat het om een stijging per jaar van 45 euro. Het gaat om gemeenten in het oosten van Oost-Vlaanderen, gaande van het Waasland tot de Vlaamse Ardennen. Ook in de intercommunale Iveka (Kempen) is er een stijging: 41 euro.

Voor aardgas zijn er eveneens grote verschillen tussen intercommunales. De stijging bedraagt jaarlijks bijvoorbeeld 43 euro voor Fluvius Antwerpen (ex-Imea), terwijl de tarieven met 37 euro dalen voor de intercommunale Gaselwest (stukken van West- en Oost-Vlaanderen). Ook Iverlek (delen Antwerpen en Vlaams-Brabant) ziet de tarieven dalen (29 euro), net als Sibelgas (56 euro, Vlaams-Brabant).

Ook bedrijven zien in 2021 de distributienettarieven verder dalen. Een KMO met een standaardverbruik betaalt gemiddeld 249 euro minder voor elektriciteit, en 41 euro minder voor aardgas. Voor grotere bedrijven op middenspanning dalen de elektriciteitsdistributienettarieven gemiddeld zelfs met 24 procent.

Wie zonnepanelen heeft, ziet zijn factuur licht stijgen. Het prosumententarief - dat is de vergoeding die zonnepaneleneigenaars met een terugdraaiende teller betalen voor het gebruik van het distributienet - stijgt gemiddeld 5 procent. Een prosument met een standaardinstallatie van 4,2 kW betaalt gemiddeld 387 euro in 2021, tegenover 368 euro in 2020.

Bijna 150.000 gezinnen zien stroomfactuur fors stijgen

Door het verdwijnen van het exclusief nachttarief zien bijna 150.000 gezinnen hun stroomfactuur in 2021 gevoelig stijgen. Voor gezinnen die verwarmen met accumulatoren, stijgen de distributienettarieven volgend jaar gemiddeld met 113 euro.

Het uitsluitend nachttarief voor elektriciteit en het daarbij horende speciaal voordeeltarief wordt afgebouwd. Dat betekent dat de distributienettarieven voor die groep consumenten fors omhoog gaan. Om de pil wat te verzachten, wordt de verhoging gespreid over acht jaar. Er zijn momenteel iets minder dan 150.000 exclusief nacht-klanten in Vlaanderen.

De grootste stijging is wel voor 2021. Voor een gemiddeld huishouden met een exclusief nachtverbruik van 5.500 kWh per jaar bedraagt de stijging gemiddeld 113 euro, klinkt het bij de Vreg. Daarmee zitten de distributienettarieven voor die groep wel weer op het niveau van 2018, nuanceert de energieregulator.

Het gaat vooral om gezinnen die hun huis verwarmen met elektrische accumulatoren, die 's nachts opladen en overdag warmte afgeven. Maar het kunnen bijvoorbeeld ook gezinnen zijn die 's nachts hun elektrische boiler laten werken, met een exclusief nachttarief. Voor die gezinnen zal de stijging minder groot zijn.

Vaak gaat het om oudere woningen. Een deel van de getroffen gezinnen huurt ook sociale woningen. Sommigen vallen wel onder het sociaal tarief.

De Vlaamse regering heeft vanaf 2021 verhoogde premies voorzien voor onder meer het isoleren van woningen of het installeren van warmtepompen voor die gezinnen getroffen door het verdwijnen van het exclusief nachttarief.

Sociale tarieven

De sociale tarieven voor energie gaan op 1 januari 2021 omhoog. Het sociaal tarief voor elektriciteit stijgt met 10 procent (enkelvoudige en tweevoudige tarieven) en dat van aardgas wordt 15 procent duurder, zo bepaalde de energiewaakhond CREG.

De sociale tarieven zijn de laagste tarieven op de markt. Ze worden toegekend aan personen of gezinnen die genieten van bepaalde tegemoetkomingen, zoals bijvoorbeeld personen met een handicap of mensen met een leefloon. De sociale tarieven volgen de marktprijzen. De prijsstijgingen van de sociale tarieven worden wel geplafonneerd. De CREG legt deze tarieven elk kwartaal vast, vroeger gebeurde dat pas om de zes maanden. Op die manier worden prijsschommelingen sneller gevolgd.

Strengere sancties bij ontbreken van rookmelder in woning

Vanaf 2021 worden schendingen van de rookmeldersverplichting strenger gesanctioneerd in Vlaanderen. Wie geen rookmelder(s) in zijn woning heeft, riskeert voortaan dat zijn woning ongeschikt verklaard wordt.

Sinds 1 januari 2020 moeten alle woningen in Vlaanderen een rookmelder of branddetectiesysteem hebben. De verplichting geldt zowel voor huurwoningen als voor woningen die de eigenaar zelf bewoont.

De strengere sancties vanaf 2021 passen binnen een verandering van de meetmethodiek die woningcontroleurs gebruiken, klinkt het bij Wonen Vlaanderen. Tot nu toe werd er met strafpunten gewerkt, en kon men vanaf 15 strafpunten in aanmerking komen voor een ongeschiktheidsverklaring. Het ontbreken van een rookmelder was geen reden om strafpunten te geven, dus kon ook niet leiden tot het ongeschikt verklaren van een woning.

Vanaf 1 januari verdwijnt het systeem van strafpunten, en wordt elk gebrek op zichzelf bekeken. Er komen drie categorieën en het ontbreken van rookmelders valt binnen categorie II (een ernstig gebrek). Een gebrek van die categorie kan leiden tot een ongeschiktheidsverklaring.

Met de veranderingen wil Wonen Vlaanderen vooral de meetmethodiek nuanceren en optimaliseren. Een ander voorbeeld van een verandering is dat voortaan in elke woning in de woonkamer een vast verwarmingstoestel moet staan, terwijl het vroeger enkel verplicht was om een aansluiting voor zo'n verwarmingstoestel te voorzien.

De Vlaamse regering lanceert de renteloze energielening. Die is gericht op nieuwe eigenaars die binnen de vijf jaar hun woning of appartement veel energiezuiniger maken. Er komen ook nieuwe premies, zoals de EPC-labelpremie en een asbestpremie, terwijl sommige bestaande premies worden verhoogd.De renteloze energielening sluit je bij een bank af samen met een hypothecair krediet om de woning of het appartement te kopen. Het maximale bedrag van de renteloze lening hangt af van welk EPC-label (energieprestatiecertificaat, red.) de woonst heeft, en tot welk label je haar wil opwaarderen. Nog niet alle banken zullen deze lening vanaf 1 januari aanbieden.Iedereen die zijn 'energetisch minderwaardige woning' renoveert, heeft vanaf 2021 ook recht op een EPC-labelpremie. Die kan tot 5.000 euro bedragen (of 6.000 euro voor wie recht heeft op de sociale maximumprijzen).Wie al een idee wil hebben hoe zijn woonst scoort op energievlak, kan via de tool 'test-uw-epc' een eerste indicatie krijgen van zijn EPC-label.Nog nieuw is de asbestpremie. Die geldt voor mensen die bij het isoleren van dak of buitenmuren ook asbest verwijderen (bijvoorbeeld asbestleien). Zij krijgen bovenop de isolatiepremie een forfaitaire premie van 8 euro per vierkante meter.Voorts worden de premies voor buitengevelisolatie en hoogrendementsglas verdubbeld.De energie-eisen voor nieuwe huizen in Vlaanderen worden opnieuw strenger. Nieuwe woningen moeten voortaan 'bijna energieneutraal' zijn: hun E-peil mag nog maximaal E30 bedragen.Het E-peil is een maat voor het energieverbruik van de woning. Het werd de voorbije jaren stelselmatig verstrengd. In 2006 stond het maximale E-peil nog op E100, in 2008 werd dat E80 enzovoort tot vorig jaar E35. Nu wordt dat dus E30. Het strengere E-peil geldt voor bouwaanvragen die vanaf 1 januari 2021 worden ingediend.De verstrenging zal in de praktijk niet zo veel gevolgen hebben. Want uit cijfers die het Vlaams Energieagentschap eerder dit jaar publiceerde, blijkt dat het gemiddelde E-peil van bouwaanvragen al sinds 2016 lager ligt dan E30. En acht op de tien bouwaanvragen die in 2018 werden ingediend, haalden al die norm van "bijna energieneutraal" wonen.Normaal zou nu ook het maximale S-peil aangescherpt worden, een maat voor hoeveel energie een woning nodig heeft om de temperatuur op peil te houden. De verstrenging, van S31 naar S28, is echter met een jaar uitgesteld.Bij bouwwerken waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, mag vanaf 2021 geen gebruik meer worden gemaakt van stookolieketels. Bij nieuwbouw en ingrijpende energetische renovaties moet vanaf 2021 gekozen worden voor een andere energiedrager dan stookolie. Dat besliste de Vlaamse regering. De maatregel komt er als gevolg van de Europese Ecodesign-verordening van 2015, die de minimumvereisten voor nieuwe verwarmingstoestellen verhoogde.Een bestaande ketel mag wel nog altijd vervangen worden, maar dat nieuwe toestel moet dan wel voldoen aan de minimumvereisten. Het nieuwe toestel moet een condenserende ketel zijn die voldoet aan de strengere Ecodesign-eisen van 26 september 2018. De nieuwe ketels moeten minder NOx uitstoten. B1-ketels kunnen enkel nog bij vervanging in appartementen met collectieve verwarming met gemeenschappelijke schouwen waar de andere bestaande ketels ook B1 zijn.Er bestaat geen verplichting om een bestaande ketel te vervangen, zolang die maar goed onderhouden is, want dat is veiliger, zuiniger en ook beter voor het milieu.De Vlaamse sloop- en heropbouwpremie wordt verlengd tot eind 2022, en verhoogd van 7.500 naar 10.000 euro. De federale btw-verlaging voor afbraak en heropbouw, van 21 naar 6 procent, wordt op 1 januari uitgebreid naar het hele land, maar die verlaging geldt niet voor alle woningen. Enkel wie niet in aanmerking komt voor de federale btw-maatregel kan vanaf 2021 van de Vlaamse sloop- en heropbouwpremie genieten. Zo werken beide systemen aanvullend op elkaar, is te horen op het kabinet van bevoegd Vlaams minister Zuhal Demir.De bestaande Vlaamse premie zou oorspronkelijk tot eind 2020 lopen. Met de verhoging wil Demir renoveerders een duw in de rug geven, maar ook de bouwsector, die zware hinder ondervindt van de coronacrisis, steunen. Er wordt een budget van 26 miljoen euro voorzien voor 2021.De federale regeling bestond al in een verlaging van de btw, van 21 naar 6 procent, voor heropbouwprojecten in 32 centrumsteden. Die btw-verlaging wordt begin 2021 eveneens verlengd, tot eind 2022, en uitgebreid tot het hele Belgische grondgebied. De verlaging geldt echter enkel tot 200 m² bewoonbare vloeroppervlakte en voor de enige en eigen woning. De bedoeling van de federale btw-verlaging is ook 'een belangrijke fiscale stimulans' geven aan zowel bouwsector als belastingplichtigen. Daarnaast is er ook de positieve ecologische impact, omdat zo een deel van het woonpatrimonium versneld zal worden vernieuwd.De Vlaamse premier moet online worden aangevraagd bij het VEKA, het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap. Dat is vanaf 1 januari de nieuwe naam van het Vlaams Energieagentschap (VEA), dat versterkt wordt met een deel van de afdeling Energie, Klimaat en Groene Economie (EKG) van het departement Omgeving.Wie in 2021 in Vlaanderen zonnepanelen plaatst, kan geen aanspraak meer maken op de terugdraaiende teller. Er komt wel een investeringspremie om het plaatsen van pv-installaties aan te moedigen.Het principe van de terugdraaiende teller verdwijnt voor alle installaties die worden gekeurd na 1 januari. Dus ook wie in de laatste weken van 2020 nog snel zonnepanelen plaatste, maar ze niet meer gekeurd kreeg, hoeft niet meer te rekenen op het principe van de terugdraaiende teller.Eigenaars van zonnepanelen kunnen elektriciteit die ze niet direct verbruiken weer in het stroomnet injecteren. Doordat de elektriciteitsteller terugdraait, kunnen die overschotten opgesoupeerd worden op momenten dat de zon niet schijnt. Ze worden dus niet meegerekend in de factuur. Omdat die eigenaars op die manier het stroomnet dubbel gebruiken, dienden ze wel al enkele jaren een specifiek nettarief - een prosumententarief - te betalen.Nu de elektriciteitsteller niet meer gaat terugdraaien voor nieuwe installaties, verdwijnt dit voordeel voor deze zonnepanelen-eigenaars. Niet verbruikte stroom kan dus niet meer opgespaard worden voor wanneer de zon niet schijnt. 'De elektriciteit uit zon die je onmiddellijk verbruikt, is voortaan de rendabelste', klinkt het bij ODE, het kenniscentrum voor zonne-energie. Elektriciteit die niet onmiddellijk wordt verbruikt, wordt wel nog steeds in het net geïnjecteerd maar aan een veel lagere prijs. Dat zal gebeuren via een vergoeding, te betalen door de energieleverancier met wie de eigenaars van de zonnepanelen een contract hebben. Geschat wordt dat dit zal gebeuren aan 5 à 6 cent per KWh. Daartegenover staat dat het prosumententarief komt te vervallen.Maar wat als er veel zon en wind is, en de prijzen op de groothandelsmarkt negatief zijn? Geldt er dan ook een negatieve prijs voor eigenaars van zonnepanelen? Wie een vast contract heeft met een energieleverancier zal daar geen last van hebben. Maar wie een dynamisch contract heeft (ook dat is een nieuwigheid voor 2021), zou in dat scenario dreigen te moeten bijbetalen voor zelf opgewekte stroom. Om dat te vermijden, heeft de regering beslist dat die vergoeding voor eigenaars van zonnepanenelen nooit onder nul kan zakken.Om het plaatsen van zonnepanelen interessant te houden, heeft de Vlaamse regering vanaf 1 januari een nieuw subsidiesysteem in het leven geroepen. Het gaat om een investeringspremie, die kan oplopen tot 1.500 euro en dit afhankelijk van de grootte van de installatie. Het vermogen van de omvormer moet wel kleiner dan of gelijk zijn aan 10 kVA.Wie voor 1 januari 2021 zonnepanelen plaatste en liet keuren, blijft 15 jaar lang recht hebben op het principe van de terugdraaiende teller. Een garantie is dit evenwel niet. Onder meer de Vlaamse energieregulator Vreg stapte naar het Grondwettelijk Hof tegen het principe van het recht op de terugdraaiende teller. Een uitspraak is er nog niet.De distributienettarieven voor elektriciteit, die een groot deel uitmaken van de energiefactuur, dalen in 2021 opnieuw. Dat heeft de Vlaamse energieregulator Vreg beslist. Voor aardgas is er een lichte stijging. Eigenaars van zonnepanelen betalen ook wat extra.De distributienettarieven zijn de tarieven voor de aanleg en het onderhoud van de netten voor het vervoer van elektriciteit en aardgas en voor de daarbij geleverde diensten. Ze maken een groot deel uit van eindfactuur: 34 procent van de totale elektriciteitsfactuur en 25 procent van de totale aardgasfactuur.Voor een gemiddeld gezin dalen de distributienettarieven in 2021 gemiddeld met 16 euro per jaar, of een daling met 4 procent. Voor aardgas komt er jaarlijks 2 euro bij. Opgelet, het gaat om gemiddelden. Per intercommunale kunnen er grote verschillen zijn. Zo bedraagt de daling van de distributienettarieven voor elektriciteit voor Fluvius Antwerpen 48 euro (ex-Imea), en voor intercommunale PBE (Vlaams-Brabant) 79 euro.Er zijn ook intercommunales waar de inwoners meer mogen ophoesten voor hun distributienettarieven voor stroom. Voor intercommunale Intergem gaat het om een stijging per jaar van 45 euro. Het gaat om gemeenten in het oosten van Oost-Vlaanderen, gaande van het Waasland tot de Vlaamse Ardennen. Ook in de intercommunale Iveka (Kempen) is er een stijging: 41 euro.Voor aardgas zijn er eveneens grote verschillen tussen intercommunales. De stijging bedraagt jaarlijks bijvoorbeeld 43 euro voor Fluvius Antwerpen (ex-Imea), terwijl de tarieven met 37 euro dalen voor de intercommunale Gaselwest (stukken van West- en Oost-Vlaanderen). Ook Iverlek (delen Antwerpen en Vlaams-Brabant) ziet de tarieven dalen (29 euro), net als Sibelgas (56 euro, Vlaams-Brabant).Ook bedrijven zien in 2021 de distributienettarieven verder dalen. Een KMO met een standaardverbruik betaalt gemiddeld 249 euro minder voor elektriciteit, en 41 euro minder voor aardgas. Voor grotere bedrijven op middenspanning dalen de elektriciteitsdistributienettarieven gemiddeld zelfs met 24 procent.Wie zonnepanelen heeft, ziet zijn factuur licht stijgen. Het prosumententarief - dat is de vergoeding die zonnepaneleneigenaars met een terugdraaiende teller betalen voor het gebruik van het distributienet - stijgt gemiddeld 5 procent. Een prosument met een standaardinstallatie van 4,2 kW betaalt gemiddeld 387 euro in 2021, tegenover 368 euro in 2020.Door het verdwijnen van het exclusief nachttarief zien bijna 150.000 gezinnen hun stroomfactuur in 2021 gevoelig stijgen. Voor gezinnen die verwarmen met accumulatoren, stijgen de distributienettarieven volgend jaar gemiddeld met 113 euro.Het uitsluitend nachttarief voor elektriciteit en het daarbij horende speciaal voordeeltarief wordt afgebouwd. Dat betekent dat de distributienettarieven voor die groep consumenten fors omhoog gaan. Om de pil wat te verzachten, wordt de verhoging gespreid over acht jaar. Er zijn momenteel iets minder dan 150.000 exclusief nacht-klanten in Vlaanderen. De grootste stijging is wel voor 2021. Voor een gemiddeld huishouden met een exclusief nachtverbruik van 5.500 kWh per jaar bedraagt de stijging gemiddeld 113 euro, klinkt het bij de Vreg. Daarmee zitten de distributienettarieven voor die groep wel weer op het niveau van 2018, nuanceert de energieregulator.Het gaat vooral om gezinnen die hun huis verwarmen met elektrische accumulatoren, die 's nachts opladen en overdag warmte afgeven. Maar het kunnen bijvoorbeeld ook gezinnen zijn die 's nachts hun elektrische boiler laten werken, met een exclusief nachttarief. Voor die gezinnen zal de stijging minder groot zijn.Vaak gaat het om oudere woningen. Een deel van de getroffen gezinnen huurt ook sociale woningen. Sommigen vallen wel onder het sociaal tarief.De Vlaamse regering heeft vanaf 2021 verhoogde premies voorzien voor onder meer het isoleren van woningen of het installeren van warmtepompen voor die gezinnen getroffen door het verdwijnen van het exclusief nachttarief.De sociale tarieven voor energie gaan op 1 januari 2021 omhoog. Het sociaal tarief voor elektriciteit stijgt met 10 procent (enkelvoudige en tweevoudige tarieven) en dat van aardgas wordt 15 procent duurder, zo bepaalde de energiewaakhond CREG.De sociale tarieven zijn de laagste tarieven op de markt. Ze worden toegekend aan personen of gezinnen die genieten van bepaalde tegemoetkomingen, zoals bijvoorbeeld personen met een handicap of mensen met een leefloon. De sociale tarieven volgen de marktprijzen. De prijsstijgingen van de sociale tarieven worden wel geplafonneerd. De CREG legt deze tarieven elk kwartaal vast, vroeger gebeurde dat pas om de zes maanden. Op die manier worden prijsschommelingen sneller gevolgd. Vanaf 2021 worden schendingen van de rookmeldersverplichting strenger gesanctioneerd in Vlaanderen. Wie geen rookmelder(s) in zijn woning heeft, riskeert voortaan dat zijn woning ongeschikt verklaard wordt.Sinds 1 januari 2020 moeten alle woningen in Vlaanderen een rookmelder of branddetectiesysteem hebben. De verplichting geldt zowel voor huurwoningen als voor woningen die de eigenaar zelf bewoont.De strengere sancties vanaf 2021 passen binnen een verandering van de meetmethodiek die woningcontroleurs gebruiken, klinkt het bij Wonen Vlaanderen. Tot nu toe werd er met strafpunten gewerkt, en kon men vanaf 15 strafpunten in aanmerking komen voor een ongeschiktheidsverklaring. Het ontbreken van een rookmelder was geen reden om strafpunten te geven, dus kon ook niet leiden tot het ongeschikt verklaren van een woning.Vanaf 1 januari verdwijnt het systeem van strafpunten, en wordt elk gebrek op zichzelf bekeken. Er komen drie categorieën en het ontbreken van rookmelders valt binnen categorie II (een ernstig gebrek). Een gebrek van die categorie kan leiden tot een ongeschiktheidsverklaring.Met de veranderingen wil Wonen Vlaanderen vooral de meetmethodiek nuanceren en optimaliseren. Een ander voorbeeld van een verandering is dat voortaan in elke woning in de woonkamer een vast verwarmingstoestel moet staan, terwijl het vroeger enkel verplicht was om een aansluiting voor zo'n verwarmingstoestel te voorzien.