Ook transport en communicatie nemen met 15 procent een stevig hap uit het budget. Daarna kwamen persoonlijke verzorging en diensten (10 procent), cultuur en vrije tijd (7,5 procent), horeca (6,4 procent), gezondheid (4,6 procent) en kleding en schoenen (4,3 procent).

De gegevens komen uit het huishoudbudgetonderzoek dat de Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium heeft georganiseerd in 2016. Deze enquête wordt ook gebruikt voor de berekening van de consumptieprijsindex, voor de actualisering van de indexkorf en voor de schatting van de consumptieve bestedingen van de huishoudens voor de nationale rekeningen.

Vlamingen gaven verhoudingsgewijs meer uit voor meubels, huishoudtoestellen en onderhoudsproducten en voor hotels, cafés en restaurants. Walen besteedden meer geld aan energie-uitgaven en aan transport. De Brusselse huishoudens ten slotte besteedden meer geld aan hun woning, voeding en niet -alcoholische dranken. Opvallend detail: van de 100 huishoudens in België beschikten er 82 over een wagen, maar slechts in Brussel zijn dat er slechts 53. De file- en tunnelproblemen van de hoofdstad zullen daar niet vreemd aan zijn.