Het grootste deel, meer bepaald 145.000, heeft betrekking op een tweede verblijf in België. De overige 62.000 zijn Belgische gezinnen die een buitenlands tweede verblijf hebben. Zoals gezegd, gaat het om officiële cijfers.

De fiscus weet perfect of u een tweede verblijf in België hebt. Alle vastgoedtransacties in België moeten immers via een notaris gebeuren en worden aan de fiscus, meer bepaald de Administratie van het kadaster, doorgegeven. Anders is het gesteld met buitenlands onroerend goed. Daarvoor is de Belgische fiscus voor een groot deel aangewezen op de belastingplichtige zelf. Deze is immers verplicht om zijn buitenlands onroerend goed te vermelden in zijn Belgische aangifte personenbelasting. De praktijk wijst echter uit dat dit nogal eens wordt vergeten. In 2007 bijvoorbeeld werden er slechts 27.500 buitenlandse onroerende goederen vermeld in de aangiftes personenbelasting van Belgische inwoners.

Toch kan de Belgische fiscus zelf informatie opvragen bij andere landen en dit op basis van de zogenaamde dubbele belastingverdragen. Dit zijn internationale overeenkomsten die België met heel wat landen heeft afgesloten en waarin vermeld wordt welk land de belasting mag heffen.

Als het gaat om onroerende goederen, dan is het meestal het land waar het onroerend goed gelegen is. Als u bijvoorbeeld een huis in Frankrijk hebt, dan zal u hierop belastingen betalen in Frankrijk. U moet, zoals hoger vermeld, wel melding maken van uw Frans huis (meer bepaald de huurinkomsten, of bij gebrek daaraan, de huurwaarde) in uw Belgische aangifte. De Belgische fiscus zal de inkomsten van uw Franse woning geen tweede keer meer belasten, maar zal er wel rekening mee houden om uw hoogste belastingvoet (het zogenaamde marginale tarief) te bepalen. Het kan dus zijn dat uw marginale tarief op die manier stijgt van 45% tot 50% (hoogste percentage). Maar als u reeds het hoogste tarief van 50% betaalt, dan heeft de aangifte van uw buitenlands onroerend goed geen fiscale gevolgen. Houd er tenslotte ook rekening mee dat België met een aantal landen zoals Frankrijk en Nederland afspraken heeft gemaakt om automatisch gegevens uit te wisselen. Zo weet de Belgische fiscus perfect welke Belgen een onroerend goed hebben in Frankrijk of in Nederland. Het is dus gevaarlijk om uw Franse of Nederlandse woning niet aan te geven in België.

Johan Steenackers


Het grootste deel, meer bepaald 145.000, heeft betrekking op een tweede verblijf in België. De overige 62.000 zijn Belgische gezinnen die een buitenlands tweede verblijf hebben. Zoals gezegd, gaat het om officiële cijfers. De fiscus weet perfect of u een tweede verblijf in België hebt. Alle vastgoedtransacties in België moeten immers via een notaris gebeuren en worden aan de fiscus, meer bepaald de Administratie van het kadaster, doorgegeven. Anders is het gesteld met buitenlands onroerend goed. Daarvoor is de Belgische fiscus voor een groot deel aangewezen op de belastingplichtige zelf. Deze is immers verplicht om zijn buitenlands onroerend goed te vermelden in zijn Belgische aangifte personenbelasting. De praktijk wijst echter uit dat dit nogal eens wordt vergeten. In 2007 bijvoorbeeld werden er slechts 27.500 buitenlandse onroerende goederen vermeld in de aangiftes personenbelasting van Belgische inwoners. Toch kan de Belgische fiscus zelf informatie opvragen bij andere landen en dit op basis van de zogenaamde dubbele belastingverdragen. Dit zijn internationale overeenkomsten die België met heel wat landen heeft afgesloten en waarin vermeld wordt welk land de belasting mag heffen. Als het gaat om onroerende goederen, dan is het meestal het land waar het onroerend goed gelegen is. Als u bijvoorbeeld een huis in Frankrijk hebt, dan zal u hierop belastingen betalen in Frankrijk. U moet, zoals hoger vermeld, wel melding maken van uw Frans huis (meer bepaald de huurinkomsten, of bij gebrek daaraan, de huurwaarde) in uw Belgische aangifte. De Belgische fiscus zal de inkomsten van uw Franse woning geen tweede keer meer belasten, maar zal er wel rekening mee houden om uw hoogste belastingvoet (het zogenaamde marginale tarief) te bepalen. Het kan dus zijn dat uw marginale tarief op die manier stijgt van 45% tot 50% (hoogste percentage). Maar als u reeds het hoogste tarief van 50% betaalt, dan heeft de aangifte van uw buitenlands onroerend goed geen fiscale gevolgen. Houd er tenslotte ook rekening mee dat België met een aantal landen zoals Frankrijk en Nederland afspraken heeft gemaakt om automatisch gegevens uit te wisselen. Zo weet de Belgische fiscus perfect welke Belgen een onroerend goed hebben in Frankrijk of in Nederland. Het is dus gevaarlijk om uw Franse of Nederlandse woning niet aan te geven in België. Johan Steenackers