Trouwen in tijden van corona: huwelijk kan doorgaan, het feest niet
...

Notaris Anthony Wittesaele omschrijft het als drie totaal verschillende doosjes: trouwen, wettelijk samenwonen en feitelijk samenwonen. De meest klassieke vorm van samenwonen - die aan beide partners financieel ook de meeste garanties biedt - blijft het huwelijk, dat wordt afgesloten voor een ambtenaar van de burgerlijke stand. "Maar almaar meer jonge koppels besluiten op een mooie dag gewoon samen onder hetzelfde dak te gaan wonen. Ze wijzigen hun domicilie, maar leggen geen verklaring af voor de ambtenaar van de burgerlijke stand", zegt notaris Wittesaele. "Feitelijk samenwonen kan perfect zonder formaliteiten. Willen de partners toch een stukje verder gaan, dan kunnen ze een verklaring van wettelijke samenwoonst afleggen in hun gemeente. Dat ze samenwonen, staat dan in het rijksregister." Koppels die aan die wettelijke samenwoonst ook een regeling willen koppelen - bijvoorbeeld wie de huur betaalt of de kinderen opvoedt - kunnen dat met een samenlevingscontract. "Daarvoor moeten ze aankloppen bij een notaris", zegt Wittesaele. "Maar wij krijgen die vraag bijna nooit. Dat gebeurt pas als een koppel besluit samen vastgoed aan te kopen. Dan moeten ze wel een beroep doen op een notaris en wordt de financiële impact van hun keuze plots veel groter. Op dat moment wordt ook de vraag relevant wie eigenaar is van welke goederen." - Feitelijke samenwoners hebben ieder hun eigen goederen en hun financiële vermogen, en blijven daar ook de eigenaar van, ongeacht of die voor of tijdens het samenwonen verworven zijn. Gezamenlijk verworven goederen, bijvoorbeeld een woning, worden automatisch eigendom van beide partners. - Ook wettelijke samenwoners hebben ieder hun eigen vermogen en delen dat in principe niet. Goederen die ze samen aankopen, zijn in theorie voor de helft eigendom van beiden, tenzij een van hen (bijvoorbeeld met facturen) kan aantonen dat een goed volledig zijn of haar eigendom is. - Voor wie getrouwd is, hangt de verdeling van de goederen en de inkomsten af van het huwelijksstelsel. Als beide partners geen specifieke overeenkomst afsluiten, vallen zowel goederen die tijdens het huwelijk zijn aangekocht als alle verworven inkomsten onder het gemeenschappelijke vermogen. "Na het overlijden van een van de partners worden de verschillen nog iets scherper", legt Wittesaele uit. "Als een koppel feitelijk samenwoont, vloeit daar geen erfrecht uit voort. Overlijdt een van de partners, dan moet de ander eigenlijk de helft van de huur betalen aan de erfgenamen van de overleden partner. Woont het koppel wettelijk samen, dan heeft de langstlevende partner wel een erfrecht: hij krijgt het vruchtgebruik van de gezamenlijke woning en de inboedel. Is het koppel getrouwd, dan geldt dat vruchtgebruik voor de hele nalatenschap, dus ook voor de wagen en de bankrekeningen." Vooral een stel dat wettelijk samenwoont, moet dus uitkijken: de helft van de financiële tegoeden gaat naar de langstlevende partner, terwijl de andere helft naar zijn erfgenamen gaat. Dat kunnen de kinderen zijn; als die er niet zijn, kan die gaan naar de broers of zussen of zelfs de ouders van de overleden partner. "Koppels die wettelijk gaan samenwonen, moeten dus goed nadenken over wat ze met hun al opgebouwde spaargeld doen", waarschuwt Wittesaele. "Stel dat de vrouw van een stel over 90.000 euro spaargeld beschikt, en de man over 10.000 euro. Als zij wettelijk gaan samenwonen en al hun spaargeld op een gezamenlijke rekening zetten, worden die bedragen bij een scheiding of het overlijden van een van de partners in tweeën gesplitst. De vrouw zou er bekaaid afkomen, omdat ze maar de helft krijgt. De andere helft gaat naar de erfgenamen van de man. In zulke gevallen raad ik koppels aan ieder een aparte rekening aan te houden en daarnaast een gemeenschappelijke rekening te openen." Partners die feitelijk samenwonen, hebben dus geen enkel wettelijk recht als hun partner overlijdt. Toch kunnen ze daar een mouw aan passen en met een testament bijvoorbeeld het vruchtgebruik op de woning aan hun partner schenken. "We merken vaak dat mensen er heel weloverwogen niet voor opteren wettelijk te gaan samenwonen", weet Wittesaele. "Zeker oudere koppels doen dat niet, bijvoorbeeld om het pensioen vrij te stellen dat een van beide partners ontvangt." Ook wettelijk samenwonende stellen kunnen ervoor kiezen met een testament het vruchtgebruik voor de partner uit te breiden na een overlijden. Nog iets lastiger wordt het bij nieuw samengestelde gezinnen, waar er soms zowel kinderen uit een vroegere relatie als gemeenschappelijke kinderen zijn. "Een recente wijziging in het erfrecht heeft ervoor gezorgd dat de partners in een nieuw samengesteld gezin ervoor kunnen kiezen alle kinderen in dat gezin - ook als het niet hun natuurlijke kinderen zijn - een gelijk deel van de erfenis na te laten", benadrukt notaris Wittesaele. In tijden dat steeds minder koppels trouwen, biedt wettelijk samenwonen dus bijna een identieke bescherming als het huwelijk. "Op één uitzondering na", benadrukt Wittesaele. "Als een van partners een eigen woning heeft uit een vorige relatie, wordt het complexer. Vaak wil dat koppel in die woning trekken, waarna ons wordt gevraagd hoe de nieuwe partner de helft van die woning kan erven, vanuit het idee dat die er mettertijd ook wel wat geld in zal investeren. Zo'n investering, bijvoorbeeld in een renovatie, zou voor die partner verloren gaan als de ander overlijdt of als het koppel uit elkaar gaat. In zo'n situatie rest eigenlijk geen andere optie dan een huwelijk. Daardoor kunnen de partners die woning inbrengen in de huwelijksgemeenschap."