Als maatstaf voor dit onderzoek gebruikt Dun & Bradstreet de 'internationale falingsindex', die een gewogen gemiddelde is van het falingspercentage uit 30 landen, samen goed voor 70% van het wereldwijde BNP.

In het derde kwartaal van 2011 bedroeg de falingsindex wereldwijd 91.3 punten, een lichte daling van 1,8% tegenover het derde kwartaal van 2010. De falingsindex bereikte daarmee het laagste niveau sinds midden 2008, ondanks de sterke signalen van een globale economische terugval.

De verbeterde falingsscore reflecteert dan ook het economisch herstel in een aantal specifieke gebieden, met name de opkomende markten van Azië, waar het laatste jaar (periode Q3 2010 - Q3 2011) het aantal falingen met 18,6% afnam, Noord-Amerika (- 12,5%) en Oost-Europa (-7,5%). In de eurozone wordt men geconfronteerd met een tegenovergestelde tendens; de falingsindex stijgt met 2%.

De eurolanden waar de schuldencrisis het hoogst was, vertonen zoals verwacht de sterkste stijging van het aantal faillissementen (Spanje: +31,5%; Portugal: +13,9%) en beïnvloeden sterk de negatieve resultaten. Ook in België steeg het aantal falingen. Wij deden het in de periode Q3 2010 - Q3 2011 met een stijging van de index met 6,5% minder goed dan het Europees gemiddelde, en ook minder goed dan onze buurlanden Nederland (+3,1%), Frankrijk (-5,1%) en Duitsland (-8,1%).

De opkomende Oost-Europese markten zijn met een verlaagde falingsindex de sterke broers van Europa, met Polen (17,7% minder falingen) als uitschieter. Naast de regionale verschillen zijn ook er ook opvallende verschillen tussen de sectoren. Terwijl de distributiesector (+8,2%) en de landbouw (+3,4%) meer failliete bedrijven telden, noteerden de sectoren financiële diensten en verzekeringen en telecom en transport beide een daling van 9,3%. Ook de vastgoedsector deed het met 8,5% minder falingen in 2011 beter dan het jaar voordien.

Johan Steenackers

Als maatstaf voor dit onderzoek gebruikt Dun & Bradstreet de 'internationale falingsindex', die een gewogen gemiddelde is van het falingspercentage uit 30 landen, samen goed voor 70% van het wereldwijde BNP. In het derde kwartaal van 2011 bedroeg de falingsindex wereldwijd 91.3 punten, een lichte daling van 1,8% tegenover het derde kwartaal van 2010. De falingsindex bereikte daarmee het laagste niveau sinds midden 2008, ondanks de sterke signalen van een globale economische terugval. De verbeterde falingsscore reflecteert dan ook het economisch herstel in een aantal specifieke gebieden, met name de opkomende markten van Azië, waar het laatste jaar (periode Q3 2010 - Q3 2011) het aantal falingen met 18,6% afnam, Noord-Amerika (- 12,5%) en Oost-Europa (-7,5%). In de eurozone wordt men geconfronteerd met een tegenovergestelde tendens; de falingsindex stijgt met 2%. De eurolanden waar de schuldencrisis het hoogst was, vertonen zoals verwacht de sterkste stijging van het aantal faillissementen (Spanje: +31,5%; Portugal: +13,9%) en beïnvloeden sterk de negatieve resultaten. Ook in België steeg het aantal falingen. Wij deden het in de periode Q3 2010 - Q3 2011 met een stijging van de index met 6,5% minder goed dan het Europees gemiddelde, en ook minder goed dan onze buurlanden Nederland (+3,1%), Frankrijk (-5,1%) en Duitsland (-8,1%). De opkomende Oost-Europese markten zijn met een verlaagde falingsindex de sterke broers van Europa, met Polen (17,7% minder falingen) als uitschieter. Naast de regionale verschillen zijn ook er ook opvallende verschillen tussen de sectoren. Terwijl de distributiesector (+8,2%) en de landbouw (+3,4%) meer failliete bedrijven telden, noteerden de sectoren financiële diensten en verzekeringen en telecom en transport beide een daling van 9,3%. Ook de vastgoedsector deed het met 8,5% minder falingen in 2011 beter dan het jaar voordien. Johan Steenackers