Gaan millennials anders met geld om dan babyboomers? We laten hen graag zelf aan het woord.

Anneleen De Bonte was tien jaar huisarts en is projectmanager bij Blenders, een incubator voor innovatieprojecten met een positieve maatschappelijke impact. Van 2016 tot 2019 werkte ze bij Fairfin aan een project voor een duurzaam pensioen voor zelfstandige zorgverleners.

Of ik wel wist dat mijn pensioenfonds door de crisis van 2008 meer dan 20 procent van zijn kapitaal was kwijtgeraakt? De agente schoof me een krantenartikel onder de neus dat die stelling kracht moest bijzetten en ze moest zich inspannen om er niet te triomfantelijk bij te kijken. Ze was een gedreven dame die het goed kon uitleggen en gooide die kwaliteiten voluit in de strijd om mij ervan te overtuigen mijn aanvullend pensioen te verplaatsen naar een andere aanbieder via haar nieuwe kantoor. Vroeger werkte ze voor mijn huidige pensioenfonds, maar daar was ze weggegaan vanwege gewetensbezwaren. Er waren wijzigingen gebeurd aan het reglement die volgens haar nadelig waren voor de jonge leden en waarover onvoldoende duidelijk gecommuniceerd was. Ze had kennelijk minder gewetensbezwaren gevoeld toen ze het adresbestand gauw even meenam, dacht ik nog.

Weet u wat de bank met uw geld doet?

Haar bezoekje viel midden in mijn periode van 'financieel ontwaken'. Mijn collega en ik waren druk in de weer met de opstart van onze nieuwe huisartspraktijk en we schuimden wel wat boekhouders, banken en verzekeringsmakelaars af. We hadden ons project zorgvuldig in een visietekst samengevat, die kon dienen als leidraad bij alle grote beslissingen in de toekomst. Het duurde niet lang of de eerste grote beslissing diende zich aan: bij welke bank nemen we een lening voor de aanschaf van ons praktijkpand? De grootbanken bleken de toets aan de visie niet te doorstaan, zowel in de feiten als in het buikgevoel.

De feiten: te veel investeringen in schadelijke activiteiten. Te weinig transparantie ook. Wat doet zo'n bank eigenlijk met je geld? En dan het buikgevoel. Sommige bankiers die ons te woord stonden, waren oprecht vriendelijk en dachten mee na over een gezonde financiële structuur voor onze praktijk. De meerderheid echter kwam voor de dag met het soort afgelikte vriendelijkheid dat in trainingen wordt aangeleerd. De vriendelijkheid en de dienstbaarheid namen toe samen met de breedte van de gekunstelde glimlach, naarmate het duidelijk werd wat ons beroep was. Vrije beroepers zijn een favoriete doelgroep voor bankiers: koffie, koekjes en nog een extra expert in een glanzend kostuum rukten aan. Bijzonder ongemakkelijk werden we daarvan. Wat een verschil met de bank waarmee we uiteindelijk in zee gingen. We moesten een degelijk dossier samenstellen, dat wel. Met een ondernemingsplan in cijfers, maar ook een visie in woorden: beantwoordde ons project aan de maatschappelijke criteria die de bank hanteert? We werden ontvangen en te woord gestaan door mensen die gewoon vriendelijk, correct en deskundig waren. Het was duidelijk dat die bank niet op de buik ging om ons binnen te halen en dat deed ons buikgevoel goed.

Duurzame fondsen

Na een tijd had ik al mijn bankzaken door de ethische scanner gehaald. Alles wat ik had kunnen verplaatsen naar een beter alternatief, was verplaatst. Dacht ik. Tot die ijverige agente mijn aandacht vestigde op mijn pensioenfonds.

Ik betrapte me erop dat ik nauwelijks een idee had hoeveel geld daarin zat, laat staan hoe zo'n fonds te werk gaat om mijn oude dag veilig te stellen. Na een korte zoektocht bleek mijn pensioeninstelling op dat moment ruim 1,5 miljard te beheren. Bovendien had ik het getroffen: op gebied van transparantie deed dit fonds het beter dan de meeste concullega's. Het deel van de beleggingen dat ze zelf beheerde, kon ik in lange lijsten terugvinden in het jaarverslag. De meeste van de bedrijven in het portfolio kende ik niet, maar geruststellend was het evenmin: de koningen van de fossiele brandstoffen die jarenlang klimaatontkenners sponsorden, een reeks mijnbouwbedrijven die ik met rode uitroeptekens had zien verschijnen in rapporten van ngo's, frisdrankproducenten die rijk werden dankzij de suikerverslaving van de diabetici die ik probeerde te genezen. Als die bedrijven een crowdfunding organiseerden, dan zou ik niet meedoen. Mijn pensioengeld deed het wel en ik wist van niks.

Als die bedrijven een crowdfunding organiseerden, dan zou ik niet meedoen. Mijn pensioengeld deed het wel en ik wist van niks.

Nochtans dacht ik dat de internationale gemeenschap haar plan voor de toekomst helder had: de Verenigde Naties kwamen overeen om tegen 2030 een lijst van zeventig duurzame ontwikkelingsdoelstellingen te realiseren. Geschat prijskaartje: 2500 miljard dollar per jaar, aldus de Wereldbank. Een investeringskloof om u tegen te zeggen - tussen wat er is en wat er zou moeten zijn. Welk geld is het meest geschikt om een ontwikkelingsprogramma voor een duurzame toekomst over enkele decennia te realiseren? Iets beters dan pensioengeld kon ik niet bedenken. Dat zijn grote bedragen die worden geïnvesteerd voor een lange en voorspelbare termijn, en die moeten dienen om een waardige toekomst te garanderen. Een logische match, toch?

Het leek me een goed idee uit te zoeken welke van de bestaande aanbieders de duurzaamste waren. Gemakkelijker gezegd dan gedaan. De CEO van mijn pensioenvoorziening antwoordde beleefd op mijn mails met vragen en vertelde dat zijn bedrijf goed op weg was om ecologische, sociale en beleidscriteria op te nemen in zijn investeringsbeleid. Uit alles wat hij schreef en zei in seminars bleken echter twee diepgewortelde overtuigingen die anders zijn dan de mijne. Eén: duurzaam investeren zal altijd minder opbrengen. Dat is ronduit onwaar, inmiddels bewezen door meerdere grote meta-analyses. En twee: als je mensen laat kiezen tussen rendement en ethiek, dan kiezen ze het eerste.

Het deed me twijfelen aan mezelf. Ben ik dan zo'n witte raaf? Een irritante moraalridder die blind is voor de economische realiteit en die zo dom is dat ze bereid zou zijn haar pensioengeld op te offeren aan mooie idealen?

Rode lijnen

Je kunt veel discussiëren over ethiek en niet alle mensen zijn het over dezelfde dingen eens. Maar het gros van ons, gewone mensen, deelt enkele rode lijnen waar wij niet overheen zouden gaan wanneer het onze familie, vrienden of buren betrof. We zouden niet accepteren dat onze kinderen in een levensgevaarlijke mijnschacht moesten kruipen om coltan te rapen. We zouden niet accepteren dat onze familie moest werken in een sweatshop om 14 uur per dag jeans te stikken voor een hongerloon. We zouden niet zomaar slikken dat ons drinkwater zo werd vervuild door een mijn (of een chemische fabriek, om met een recent voorbeeld te spreken) dat een vierde van onze bevolking ernstige gezondheidsschade zou oplopen.

Er is geen run on the bank nodig. Ook een bescheiden groep klanten kan zaken in beweging zetten

Het is niet overdreven om zulke praktijken niet enkel thuis maar ook aan de andere kant van de wereld, met andermans kinderen en vrienden, te veroordelen. Een van de meest voorkomende basisregels in uiteenlopende levensfilosofieën en religies zegt: 'Behandel anderen zoals je zelf behandeld wil worden.' Ik ben er gerust in dat de grote meerderheid van de mensen niet écht bereid is een ander in de ellende te jagen voor het eigen comfort. Het gebeurt omdat we het niet weten: we weten nauwelijks hoe het er daar aan toegaat en het verband met ons geld zien we al helemaal niet. En ja, soms knijpen we bewust een oogje dicht, omdat de waarheid pijnlijk is en we een hekel hebben aan dat machteloze gevoel.

Maar precies daar vind ik het verhaal van geld zo hoopvol. Want de klant is koning en reputatie is alles - ook dat zijn wetten van het hedendaagse kapitalisme. Geen enkel bedrijf kan draaien zonder krediet. Geen enkele bank kan ook maar één lening uitschrijven zonder het spaargeld van burgers dat haar de legitimiteit geeft om dat te doen. En het goede nieuws is: er is geen run on the bank nodig met duizenden mensen die tegelijkertijd hun geld weghalen. Ook een bescheiden groep klanten kan zaken in beweging zetten.

Of ik wel wist dat mijn pensioenfonds door de crisis van 2008 meer dan 20 procent van zijn kapitaal was kwijtgeraakt? De agente schoof me een krantenartikel onder de neus dat die stelling kracht moest bijzetten en ze moest zich inspannen om er niet te triomfantelijk bij te kijken. Ze was een gedreven dame die het goed kon uitleggen en gooide die kwaliteiten voluit in de strijd om mij ervan te overtuigen mijn aanvullend pensioen te verplaatsen naar een andere aanbieder via haar nieuwe kantoor. Vroeger werkte ze voor mijn huidige pensioenfonds, maar daar was ze weggegaan vanwege gewetensbezwaren. Er waren wijzigingen gebeurd aan het reglement die volgens haar nadelig waren voor de jonge leden en waarover onvoldoende duidelijk gecommuniceerd was. Ze had kennelijk minder gewetensbezwaren gevoeld toen ze het adresbestand gauw even meenam, dacht ik nog. Haar bezoekje viel midden in mijn periode van 'financieel ontwaken'. Mijn collega en ik waren druk in de weer met de opstart van onze nieuwe huisartspraktijk en we schuimden wel wat boekhouders, banken en verzekeringsmakelaars af. We hadden ons project zorgvuldig in een visietekst samengevat, die kon dienen als leidraad bij alle grote beslissingen in de toekomst. Het duurde niet lang of de eerste grote beslissing diende zich aan: bij welke bank nemen we een lening voor de aanschaf van ons praktijkpand? De grootbanken bleken de toets aan de visie niet te doorstaan, zowel in de feiten als in het buikgevoel. De feiten: te veel investeringen in schadelijke activiteiten. Te weinig transparantie ook. Wat doet zo'n bank eigenlijk met je geld? En dan het buikgevoel. Sommige bankiers die ons te woord stonden, waren oprecht vriendelijk en dachten mee na over een gezonde financiële structuur voor onze praktijk. De meerderheid echter kwam voor de dag met het soort afgelikte vriendelijkheid dat in trainingen wordt aangeleerd. De vriendelijkheid en de dienstbaarheid namen toe samen met de breedte van de gekunstelde glimlach, naarmate het duidelijk werd wat ons beroep was. Vrije beroepers zijn een favoriete doelgroep voor bankiers: koffie, koekjes en nog een extra expert in een glanzend kostuum rukten aan. Bijzonder ongemakkelijk werden we daarvan. Wat een verschil met de bank waarmee we uiteindelijk in zee gingen. We moesten een degelijk dossier samenstellen, dat wel. Met een ondernemingsplan in cijfers, maar ook een visie in woorden: beantwoordde ons project aan de maatschappelijke criteria die de bank hanteert? We werden ontvangen en te woord gestaan door mensen die gewoon vriendelijk, correct en deskundig waren. Het was duidelijk dat die bank niet op de buik ging om ons binnen te halen en dat deed ons buikgevoel goed. Na een tijd had ik al mijn bankzaken door de ethische scanner gehaald. Alles wat ik had kunnen verplaatsen naar een beter alternatief, was verplaatst. Dacht ik. Tot die ijverige agente mijn aandacht vestigde op mijn pensioenfonds. Ik betrapte me erop dat ik nauwelijks een idee had hoeveel geld daarin zat, laat staan hoe zo'n fonds te werk gaat om mijn oude dag veilig te stellen. Na een korte zoektocht bleek mijn pensioeninstelling op dat moment ruim 1,5 miljard te beheren. Bovendien had ik het getroffen: op gebied van transparantie deed dit fonds het beter dan de meeste concullega's. Het deel van de beleggingen dat ze zelf beheerde, kon ik in lange lijsten terugvinden in het jaarverslag. De meeste van de bedrijven in het portfolio kende ik niet, maar geruststellend was het evenmin: de koningen van de fossiele brandstoffen die jarenlang klimaatontkenners sponsorden, een reeks mijnbouwbedrijven die ik met rode uitroeptekens had zien verschijnen in rapporten van ngo's, frisdrankproducenten die rijk werden dankzij de suikerverslaving van de diabetici die ik probeerde te genezen. Als die bedrijven een crowdfunding organiseerden, dan zou ik niet meedoen. Mijn pensioengeld deed het wel en ik wist van niks.Nochtans dacht ik dat de internationale gemeenschap haar plan voor de toekomst helder had: de Verenigde Naties kwamen overeen om tegen 2030 een lijst van zeventig duurzame ontwikkelingsdoelstellingen te realiseren. Geschat prijskaartje: 2500 miljard dollar per jaar, aldus de Wereldbank. Een investeringskloof om u tegen te zeggen - tussen wat er is en wat er zou moeten zijn. Welk geld is het meest geschikt om een ontwikkelingsprogramma voor een duurzame toekomst over enkele decennia te realiseren? Iets beters dan pensioengeld kon ik niet bedenken. Dat zijn grote bedragen die worden geïnvesteerd voor een lange en voorspelbare termijn, en die moeten dienen om een waardige toekomst te garanderen. Een logische match, toch? Het leek me een goed idee uit te zoeken welke van de bestaande aanbieders de duurzaamste waren. Gemakkelijker gezegd dan gedaan. De CEO van mijn pensioenvoorziening antwoordde beleefd op mijn mails met vragen en vertelde dat zijn bedrijf goed op weg was om ecologische, sociale en beleidscriteria op te nemen in zijn investeringsbeleid. Uit alles wat hij schreef en zei in seminars bleken echter twee diepgewortelde overtuigingen die anders zijn dan de mijne. Eén: duurzaam investeren zal altijd minder opbrengen. Dat is ronduit onwaar, inmiddels bewezen door meerdere grote meta-analyses. En twee: als je mensen laat kiezen tussen rendement en ethiek, dan kiezen ze het eerste. Het deed me twijfelen aan mezelf. Ben ik dan zo'n witte raaf? Een irritante moraalridder die blind is voor de economische realiteit en die zo dom is dat ze bereid zou zijn haar pensioengeld op te offeren aan mooie idealen? Je kunt veel discussiëren over ethiek en niet alle mensen zijn het over dezelfde dingen eens. Maar het gros van ons, gewone mensen, deelt enkele rode lijnen waar wij niet overheen zouden gaan wanneer het onze familie, vrienden of buren betrof. We zouden niet accepteren dat onze kinderen in een levensgevaarlijke mijnschacht moesten kruipen om coltan te rapen. We zouden niet accepteren dat onze familie moest werken in een sweatshop om 14 uur per dag jeans te stikken voor een hongerloon. We zouden niet zomaar slikken dat ons drinkwater zo werd vervuild door een mijn (of een chemische fabriek, om met een recent voorbeeld te spreken) dat een vierde van onze bevolking ernstige gezondheidsschade zou oplopen.Het is niet overdreven om zulke praktijken niet enkel thuis maar ook aan de andere kant van de wereld, met andermans kinderen en vrienden, te veroordelen. Een van de meest voorkomende basisregels in uiteenlopende levensfilosofieën en religies zegt: 'Behandel anderen zoals je zelf behandeld wil worden.' Ik ben er gerust in dat de grote meerderheid van de mensen niet écht bereid is een ander in de ellende te jagen voor het eigen comfort. Het gebeurt omdat we het niet weten: we weten nauwelijks hoe het er daar aan toegaat en het verband met ons geld zien we al helemaal niet. En ja, soms knijpen we bewust een oogje dicht, omdat de waarheid pijnlijk is en we een hekel hebben aan dat machteloze gevoel. Maar precies daar vind ik het verhaal van geld zo hoopvol. Want de klant is koning en reputatie is alles - ook dat zijn wetten van het hedendaagse kapitalisme. Geen enkel bedrijf kan draaien zonder krediet. Geen enkele bank kan ook maar één lening uitschrijven zonder het spaargeld van burgers dat haar de legitimiteit geeft om dat te doen. En het goede nieuws is: er is geen run on the bank nodig met duizenden mensen die tegelijkertijd hun geld weghalen. Ook een bescheiden groep klanten kan zaken in beweging zetten.