De jongste jaren heeft het Internationaal Monetair Fonds (IMF) enkele rapporten naar buiten gebracht, waarin wordt gewaarschuwd voor de oplopende wereldwijde schuldenlast. De meeste recente cijferschatting komt van het Institute of International Finance (IIF) en die cijfers zijn ronduit onrustwekkend.

250.000 miljard dollar

Volgens het IIF is de wereldwijde schuld opgelopen tot bijna 250.000 miljard dollar of circa 320 procent van het wereld-bbp (de som van de geproduceerde goederen en diensten in één jaar). Dat is veruit het hoogste cijfer ooit. De schuld bevat zowel de privé- (particulieren en bedrijven) als de overheidsschuld met een versnelling in de schuldenopbouw sinds de bankencrisis in 2008-2009. De Amerikaanse en de Chinese overheid zijn de hoofdschuldigen.

De komst van Donald Trump in het Witte Huis begin 2017 is voor de evolutie van de Amerikaanse overheidsschuld overduidelijk geen goede zaak geweest, mee door de drastische vermindering van de Amerikaanse vennootschapsbelasting. Onder Trump loopt de Amerikaanse overheidsschuld fors op, zoals economen hadden voorspeld. Eind september stond die op 22.800 miljard dollar. Op het moment dat de financiële crisis uitbrak, lag dat cijfer net boven 10.000 miljard dollar en bij het begin van Trumps ambtstermijn was dat afgerond 19.000 miljard dollar. Donald Trump is de eerste president onder wiens bewind de overheidsschuld in twaalf maanden met meer dan 1000 miljard dollar (2,5 keer de Belgische overheidsschuld) is toegenomen.

China grote boosdoener

Maar ook China laat zich niet langer onbetuigd en moet niet onderdoen voor de Amerikaanse evolutie. Daar waar er tien jaar geleden een relatief lage overheidsschuld was (5000 miljard dollar), was dat bedrag eind vorig jaar opgelopen tot ruim 33.000 miljard dollar. Terwijl de groei dus structureel afneemt, neemt de overheidsschuld sterk toe. Voor het eerst is daardoor de overheidsschuld op wereldvlak alleen (ruim 95.000 miljard dollar) al hoger dan het wereld-bbp (ruim 85.000 miljard dollar). Dat terwijl de groei van de wereldeconomie het afgelopen decennium duidelijk is afgenomen en dat lijkt structureel te zijn.

Bye-bye begrotingsevenwicht

In verhouding tot die twee reuzen heeft de Europese Unie zich de voorbije tien jaar veel beter gedragen in schuldbeheersing. Er waren sterke prestaties van landen als Duitsland en Nederland en toezicht van de Europese autoriteiten op de begrotingsdiscipline in de verschillende landen. Al hebben de meeste lidstaten de ambitie te evolueren naar een begrotingsevenwicht kunnen waarmaken, het is ook nergens uit de hand gelopen.

Maar nu de middelen van de centrale banken haast uitgeput zijn en de boze kiezers alleen maar extremer stemmen, laat het zich aanzien dat ook de meeste Europese landen die klemtoon op begrotingsdiscipline zullen laten varen en dat ook in onze contreien de schuldgraad weer sneller zal oplopen.

Die schuldenexplosie is geen imminent probleem op voorwaarde dat de groei weer oppikt zodra de spanningen tussen de Verenigde Staten en China zijn gemilderd. Maar als de economische groei over een aantal jaren echt in het slop geraakt, wordt dat een huizenhoog probleem.