Het inkomen uit arbeid verhogen was een van de doelstellingen van het federale regeerakkoord. We zetten op een rij welke veranderingen er in 2018 voor kunnen zorgen dat u als werknemer of zelfstandige meer overhoudt van uw brutoloon.
...

Het inkomen uit arbeid verhogen was een van de doelstellingen van het federale regeerakkoord. We zetten op een rij welke veranderingen er in 2018 voor kunnen zorgen dat u als werknemer of zelfstandige meer overhoudt van uw brutoloon. De belastingschijf van 30 procent is geschrapt. Een groter deel van het beroepsinkomen wordt belast tegen 25 procent. "De bedragen worden ook geïndexeerd, maar dat heeft niets te maken met het zomerakkoord", merkt Bart Lombaerts van PwC Tax Consultants op. In ons land worden de lonen aangepast aan de kosten van levensonderhoud. De indexering van de belastingschijven is daar een gevolg van. Door de indexatie stijgt het deel van uw inkomen waarop u geen belasting afdraagt van 7270 naar 7430 euro. Sommige belastingplichtigen krijgen een toeslag op die belastingvrije som. Zo verhoogt de belastingvrije som naargelang het aantal kinderen. Voor één kind komt er 1580 euro bij, en voor twee kinderen 4060 euro. Op de indexatie na verandert daar niets. Wie veel beroepskosten maakt, kan die opgeven op zijn belastingformulier. Voor wie zich die moeite wil besparen of weinig kosten kan bewijzen, is er het algemene forfait waarop iedereen recht heeft. Voor het inkomstenjaar 2018 bedraagt het kostenforfait 30 procent van het inkomen van werknemers en stijgt het plafond van 4320 naar 4720 euro. Niet enkel de verhoging van het plafond heeft een impact op het nettoloon, ook de nieuwe manier om het forfait te berekenen. Tot nu hing het kostenpercentage af van de inkomensschijf. Voor 2017 bijvoorbeeld bedroeg het kostenforfait 30 procent van het inkomen van werknemers tot 8620 euro, 11 procent van het inkomen tussen 8620 en 20.360 euro, en 3 procent van het inkomen boven 20.360 euro. Om aan het plafond te komen, moesten werknemers vorig jaar meer dan 35.113 euro per jaar verdienen, na aftrek van de sociale bijdragen. Dit jaar komt een werknemer met een jaarloon van 15.734 euro, na aftrek van sociale bijdragen, ook al aan het plafond. "Ook zelfstandigen met winst kunnen vanaf 2018 voor het eerst aanspraak maken op het forfait", zegt Lombaerts. Het is nog wachten op de definitieve wettekst, maar zelfstandigen zonder vennootschap zouden recht hebben op het kostenforfait van 30 procent, net zoals werknemers. Lombaerts: "Ik verwacht dat de zelfstandigen zonder vennootschap er in de praktijk weinig gebruik van maken. Ze hebben tot nu altijd hun kosten bewezen. Ze zullen dat wellicht blijven doen." Voor vrije beroepers, bedrijfsleiders en zelfstandigen met een vennootschap bestond het kostenforfait al langer. Door de inflatie stijgt het plafond naar 4150 euro voor vrije beroepers en naar 2490 euro voor bedrijfsleiders. "De berekeningswijze blijft voor vrije beroepers gelijk aan die in 2017. Er geldt dus geen vast percentage op de bezoldiging voor het kostenforfait, zoals bij werknemers het geval is", zegt Lombaerts. De grensbedragen voor de berekening van het kostenforfait van vrije beroepers gaan ook omhoog met de index. Zo is een percentage van 28,7 procent van toepassing op de eerste inkomensschijf van 6000 euro, terwijl die grens vorig jaar op 5870 euro lag. Het percentage zakt telkens voor de hogere inkomensschijven (naar 10, 5 en 3%). Op het deel van het inkomen boven 19.830 euro is 3 procent van toepassing. Als een werkgever een gsm, smartphone, tablet of pc ter beschikking stelt aan een werknemer, die hij ook voor privédoeleinden mag gebruiken, betaalt de werknemer belasting op dat voordeel. Hetzelfde geldt voor een internet- of gsm-abonnement. De fiscus kleeft een waarde op dat voordeel van alle aard en belast het als een beroepsinkomen. Voor een pc of een laptop hield de fiscus in het inkomstenjaar 2017 rekening met een waarde van 180 euro. Voor het inkomstenjaar 2018 zakt dat naar 72 euro per toestel.Een lagere waarde betekent minder belasting. Voor een internetabonnement dat werkgevers kosteloos ter beschikking stellen aan werknemers, bedrijfsleiders aan vennootschappen of ondernemers aan leveranciers blijft de forfaitaire waarde 60 euro per jaar. Het was tot nu niet helemaal duidelijk hoe gsm's, smartphones en tablets moesten worden gewaardeerd. Vanaf 1 januari 2018 hanteert de fiscus een vaste waarde van 36 euro per toestel voor die voordelen van alle aard, en niet de werkelijke waarde. Voor het mobiele telefoonabonnement wordt de waarde vastgepind op 48 euro per jaar. Onder bepaalde voorwaarden wordt het gemakkelijker een winstparticipatiepremie toe te kennen aan werknemers. De aandeelhouders kunnen de werknemers fiscaalvriendelijk laten delen in de winst. Tot nu was daarvoor altijd een cao of een akkoord van de werknemers nodig. "Als het gaat om een identieke premie - een vast bedrag voor alle werknemers of een vast percentage van het loon - hoeft de werkgever niet langer het akkoord van de werknemers te hebben", legt Lombaerts uit. "De toekenning kan in dat geval gebeuren via een beslissing van de algemene vergadering bij gewone meerderheid." Voor een verschillende premie voor verschillende categorieën van werknemers blijft de oude procedure van kracht. "Zo'n winstparticipatiepremie mag je niet verwarren met de collectieve cao90-bonus of de niet-recurrente resultaatsgebonden bonus, waarmee werkgevers in 2018 tot 3313 euro belastingvrij kunnen uitkeren aan hun werknemers, na betaling van een sociale bijdrage van 13,07 procent. Dat komt neer op 2880 euro netto voor de werknemers", zegt Lombaerts. "De winstparticipatiepremie laat toe een groter bedrag uit te keren aan werknemers. De premie is beperkt tot 30 procent van de brutoloonmassa. De werkgever draagt er 7 procent belasting en 13,07 procent sociale bijdragen op af."