We beginnen deze eerste beursblog van 2023 met u het beste toe wensen in 2023, na het teleurstellende beursjaar 2022, al vonden we het nu ook weer niet zó rampzalig als hier en daar werd beweerd, zeker niet voor de Europese aandelenbelegger. Al begrijpen we dat niemand vrolijk wordt van een negatief rendement. De commentaren van de centrale bankiers in december waren absoluut niet hartverwarmend, waardoor de beurzen in de laatste weken van 2022 opnieuw lager gingen.

Gelukkig heeft het beursjaar 2023 wel een vliegende start genomen. Daarbij valt ons opnieuw op dat de Europese beurzen voortgaan op het elan van vorig jaar en het manifest beter doen dan Wall Street. In de Verenigde Staten blijven de twijfels rond de techgiganten aanhouden. Aandelen als Apple en Tesla Motors presteren al een hele tijd ondermaats. Gelukkig was een positieve interpretatie van het banenrapport van december mogelijk om de Amerikaanse indexen dan toch nog een degelijke start van de eerste beursweek te geven. Het aantal banen - er werden er 223.000 banen gecreëerd - lag weliswaar boven de verwachtingen en ook de werkloosheidsgraad zakte terug naar 3,5 procent (tegenover 3,7%), maar de stijging van het uurloon lag met 4,6 procent onder de verwachtingen van +5 procent.

Een hoopvolle start dus, ook conform de spreekwoorden 'goed begonnen, is half gewonnen' en de beurswijsheid 'So goes January, so goes the Year'. Maar van euforie mag er natuurlijk nog geen sprake zijn. Zo mogen we deze week uitkijken naar het inflatiecijfer voor de maand december in de Verenigde Staten en start vrijdag het Amerikaanse resultatenseizoen traditioneel met de cijfers van een aantal grootbanken als Bank of America, Citigroup, JPMorgan Chase en Wells Fargo. Het is absoluut uitkijken naar hoe de economische groeivertraging in combinatie met de hoge inflatie weegt op de bedrijfsresultaten. Dat kan enkele beurssessies toch wel flink beïnvloeden.

Positief vervolg

Januari is misschien wat vroeg, maar we denken dat de aandelenmarkten ons toch al vrij snel indicaties zullen geven hoe het verder zal gaan. Niet alleen voor dit jaar, maar mogelijk ook voor de komende jaren. Want momenteel zitten we in een patstelling.

Aan de ene kant herhalen we dat dit lang niet de eerste zware correctie is sinds de langdurige haussemarkt op Wall Street in 2009 is begonnen. Een belangrijk referentiepunt is het langetermijn- of tweehonderddaagse gemiddelde. We staan nog altijd boven dat gemiddelde en het is nog altijd opwaarts gericht. De S&P 500-index is in oktober 2022 naar dat gemiddelde in de zone van 3.500 à 3.600 punten gedoken en heeft zich vanaf daar kunnen herstellen. Als we de voorbije veertien jaar overschouwen, is dat tweehonderddaagse gemiddelde al vier keer een belangrijk referentie- of steunpunt geweest: in de zomer van 2011 (Verenigde Staten verliezen hoogste kredietwaardigheid, Europese schuldencrisis), in het voorjaar van 2016 (groeicrisis in China), begin 2019 (president Trump voert handelsbelemmeringen door tegen China) en het voorjaar van 2020 (uitbraak covidpandemie). Met de kanttekening dat Wall Street na het uitbarsten van de coronacrisis enkele weken wél onder het tweehonderddaagse gemiddelde is gedoken.

Zolang dat perspectief blijft, gaan we ervan uit dat we de komende twaalf tot achttien maanden nog één opwaartse fase tegoed hebben. Er dienen zich dus nu fraaie koopkansen aan, met de mogelijkheid dat we op Wall Street nog nieuwe records zullen zien. Op basis van de verwachting dat de inflatie minstens voor enkele jaren is gepiekt, de langetermijnrente verder terugvalt en de centrale bankiers (de Federal Reserve en daarna de Europese Centrale Bank) een pauze kunnen inlassen in hun renteverhogingen.

Alternatief scenario

Tot nader order is het voorgaande ons basisscenario. Aan de andere kant zien we sinds begin 2022 een duidelijk neerwaartse trend op korte termijn, met lagere toppen en diepere bodems. Een nog diepere bodem dan die van oktober kunnen we niet meer hebben voor de S&P 500-index, want dan gaat die onherroepelijk onder het tweehonderddaagse gemiddelde. We mogen een minder rooskleurig scenario dan ook niet langer uitsluiten, waarbij ofwel de inflatie te hoog blijft en de langetermijnrente slechts in beperkte mate kan terugvallen, ofwel de bedrijfswinsten toch in vrije val gaan.

We zijn ervan overtuigd dat de komende drie à vier maanden uitsluitsel zullen geven welk scenario het wordt. We zien het volledig zitten voor de eerste maanden van het nieuwe jaar na de mindere laatste weken van 2022. Maar pas bij een krachtige uitbraak boven 4.300 punten voor de S&P 500 kunnen we stellen dat de opwaartse tendens op lange termijn echt doorgaat en ons mogelijk tot boven 5.000 punten zal brengen.

We beginnen deze eerste beursblog van 2023 met u het beste toe wensen in 2023, na het teleurstellende beursjaar 2022, al vonden we het nu ook weer niet zó rampzalig als hier en daar werd beweerd, zeker niet voor de Europese aandelenbelegger. Al begrijpen we dat niemand vrolijk wordt van een negatief rendement. De commentaren van de centrale bankiers in december waren absoluut niet hartverwarmend, waardoor de beurzen in de laatste weken van 2022 opnieuw lager gingen.Gelukkig heeft het beursjaar 2023 wel een vliegende start genomen. Daarbij valt ons opnieuw op dat de Europese beurzen voortgaan op het elan van vorig jaar en het manifest beter doen dan Wall Street. In de Verenigde Staten blijven de twijfels rond de techgiganten aanhouden. Aandelen als Apple en Tesla Motors presteren al een hele tijd ondermaats. Gelukkig was een positieve interpretatie van het banenrapport van december mogelijk om de Amerikaanse indexen dan toch nog een degelijke start van de eerste beursweek te geven. Het aantal banen - er werden er 223.000 banen gecreëerd - lag weliswaar boven de verwachtingen en ook de werkloosheidsgraad zakte terug naar 3,5 procent (tegenover 3,7%), maar de stijging van het uurloon lag met 4,6 procent onder de verwachtingen van +5 procent.Een hoopvolle start dus, ook conform de spreekwoorden 'goed begonnen, is half gewonnen' en de beurswijsheid 'So goes January, so goes the Year'. Maar van euforie mag er natuurlijk nog geen sprake zijn. Zo mogen we deze week uitkijken naar het inflatiecijfer voor de maand december in de Verenigde Staten en start vrijdag het Amerikaanse resultatenseizoen traditioneel met de cijfers van een aantal grootbanken als Bank of America, Citigroup, JPMorgan Chase en Wells Fargo. Het is absoluut uitkijken naar hoe de economische groeivertraging in combinatie met de hoge inflatie weegt op de bedrijfsresultaten. Dat kan enkele beurssessies toch wel flink beïnvloeden.Januari is misschien wat vroeg, maar we denken dat de aandelenmarkten ons toch al vrij snel indicaties zullen geven hoe het verder zal gaan. Niet alleen voor dit jaar, maar mogelijk ook voor de komende jaren. Want momenteel zitten we in een patstelling.Aan de ene kant herhalen we dat dit lang niet de eerste zware correctie is sinds de langdurige haussemarkt op Wall Street in 2009 is begonnen. Een belangrijk referentiepunt is het langetermijn- of tweehonderddaagse gemiddelde. We staan nog altijd boven dat gemiddelde en het is nog altijd opwaarts gericht. De S&P 500-index is in oktober 2022 naar dat gemiddelde in de zone van 3.500 à 3.600 punten gedoken en heeft zich vanaf daar kunnen herstellen. Als we de voorbije veertien jaar overschouwen, is dat tweehonderddaagse gemiddelde al vier keer een belangrijk referentie- of steunpunt geweest: in de zomer van 2011 (Verenigde Staten verliezen hoogste kredietwaardigheid, Europese schuldencrisis), in het voorjaar van 2016 (groeicrisis in China), begin 2019 (president Trump voert handelsbelemmeringen door tegen China) en het voorjaar van 2020 (uitbraak covidpandemie). Met de kanttekening dat Wall Street na het uitbarsten van de coronacrisis enkele weken wél onder het tweehonderddaagse gemiddelde is gedoken.Zolang dat perspectief blijft, gaan we ervan uit dat we de komende twaalf tot achttien maanden nog één opwaartse fase tegoed hebben. Er dienen zich dus nu fraaie koopkansen aan, met de mogelijkheid dat we op Wall Street nog nieuwe records zullen zien. Op basis van de verwachting dat de inflatie minstens voor enkele jaren is gepiekt, de langetermijnrente verder terugvalt en de centrale bankiers (de Federal Reserve en daarna de Europese Centrale Bank) een pauze kunnen inlassen in hun renteverhogingen. Tot nader order is het voorgaande ons basisscenario. Aan de andere kant zien we sinds begin 2022 een duidelijk neerwaartse trend op korte termijn, met lagere toppen en diepere bodems. Een nog diepere bodem dan die van oktober kunnen we niet meer hebben voor de S&P 500-index, want dan gaat die onherroepelijk onder het tweehonderddaagse gemiddelde. We mogen een minder rooskleurig scenario dan ook niet langer uitsluiten, waarbij ofwel de inflatie te hoog blijft en de langetermijnrente slechts in beperkte mate kan terugvallen, ofwel de bedrijfswinsten toch in vrije val gaan. We zijn ervan overtuigd dat de komende drie à vier maanden uitsluitsel zullen geven welk scenario het wordt. We zien het volledig zitten voor de eerste maanden van het nieuwe jaar na de mindere laatste weken van 2022. Maar pas bij een krachtige uitbraak boven 4.300 punten voor de S&P 500 kunnen we stellen dat de opwaartse tendens op lange termijn echt doorgaat en ons mogelijk tot boven 5.000 punten zal brengen.