De euromunten en -bankbiljetten werden op 1 januari 2002 gelijktijdig ingevoerd in 12 landen van de Europese Unie, alsook in Monaco, San Marino en Vaticaanstad. Vanaf dan werden ook de nationale munten en bankbiljetten van die landen uit omloop gehaald. Hetzelfde gebeurde later met de munten van de landen die zich bij het koppeloton voegden. Voor de nationale munten werd meteen een omruilingsschema uitgewerkt. Zo konden munststukken in Belgische frank nog tot 31 december 2004 in euro worden omgewisseld. Nadien werden ze waardeloos. Voor de bankbiljetten in Belgische frank is de regeling veel soepeler. Die blijven onbeperkt omwisselbaar. De regeling voor andere landen kan verschillend zijn. Zo kunnen nationale muntstukken van Duitsland, Estland, Ierland en Oostenrijk onbeperkt worden omgewisseld. Voor Spaanse kan dat tot eind 2020. Voor Sloveense tot eind 2016. En voor Slovaakse tot eind 2013. Al de overige, inclusief de Belgische, mag u naar de schroothandel brengen. Voor biljetten geldt naast België een onbeperkte omwisselbaarheid voor Duitsland, Estland, Ierland, Luxemburg, Slovenië en Slovakije. Met Spaanse bankbiljetten kan u nog weg tot eind 2020, met Maltese tot eind 2018, met Cypriotische tot eind 2017, met Portugese tot eind 2022 en met Nederlandse tot eind 2032. Deze laatste mogen dan weliswaar niet zijn verkregen uit commerciële activiteiten die dateren van na 27 januari 2002. (Belga)

De euromunten en -bankbiljetten werden op 1 januari 2002 gelijktijdig ingevoerd in 12 landen van de Europese Unie, alsook in Monaco, San Marino en Vaticaanstad. Vanaf dan werden ook de nationale munten en bankbiljetten van die landen uit omloop gehaald. Hetzelfde gebeurde later met de munten van de landen die zich bij het koppeloton voegden. Voor de nationale munten werd meteen een omruilingsschema uitgewerkt. Zo konden munststukken in Belgische frank nog tot 31 december 2004 in euro worden omgewisseld. Nadien werden ze waardeloos. Voor de bankbiljetten in Belgische frank is de regeling veel soepeler. Die blijven onbeperkt omwisselbaar. De regeling voor andere landen kan verschillend zijn. Zo kunnen nationale muntstukken van Duitsland, Estland, Ierland en Oostenrijk onbeperkt worden omgewisseld. Voor Spaanse kan dat tot eind 2020. Voor Sloveense tot eind 2016. En voor Slovaakse tot eind 2013. Al de overige, inclusief de Belgische, mag u naar de schroothandel brengen. Voor biljetten geldt naast België een onbeperkte omwisselbaarheid voor Duitsland, Estland, Ierland, Luxemburg, Slovenië en Slovakije. Met Spaanse bankbiljetten kan u nog weg tot eind 2020, met Maltese tot eind 2018, met Cypriotische tot eind 2017, met Portugese tot eind 2022 en met Nederlandse tot eind 2032. Deze laatste mogen dan weliswaar niet zijn verkregen uit commerciële activiteiten die dateren van na 27 januari 2002. (Belga)