Land- en tuinbouwers die gelegenheidswerknemers inzetten, moeten een pak minder bijdragen betalen voor de sociale zekerheid. Zo moet er geen bijdrage worden betaald voor de jaarlijkse vakantie. Een loonmatigingsbijdrage is er evenmin. Bovendien worden de bijdragen niet berekend op de werkelijke lonen, maar op een forfaitair dagloon en dat ongeacht het werkelijk aantal gepresteerde uren. Het bedraagt sinds 1 januari 2013 19,02 euro in de landbouw en 18,58 euro in de tuinbouw. De lage berekeningsbasis geldt zowel voor de werkgevers- als de werknemersbijdragen. De lage sociale bijdragen gelden voor iedereen die de voorbije 180 kalenderdagen geen vaste job heeft gehad in de land- of tuinbouwsector. De regelgever wil hiermee verhinderen dat vaste werknemers zouden worden omgeschakeld tot gelegenheidsmedewerkers en er dus op die manier een pak klassieke sociale bijdragen zouden worden ontweken. De regeling van 180 dagen is een versoepeling. Tot voor deze zomer mocht men niet in de sector tewerkgesteld zijn geweest in vaste dienst in het lopende kwartaal en de voorgaande twee kwartalen. In de praktijk had dit vaak tot gevolg dat de werknemer niet als gelegenheidswerknemer kon worden tewerkgesteld gedurende bijna drie volledige kwartalen. Per kalenderjaar is het aantal dagen waarop gelegenheidsarbeid kan worden gepresteerd beperkt tot 65 dagen in de tuinbouw en 30 dagen in de landbouw. Er gelden uitzonderingen voor de witloof- en champignonteelt. (Belga)

Land- en tuinbouwers die gelegenheidswerknemers inzetten, moeten een pak minder bijdragen betalen voor de sociale zekerheid. Zo moet er geen bijdrage worden betaald voor de jaarlijkse vakantie. Een loonmatigingsbijdrage is er evenmin. Bovendien worden de bijdragen niet berekend op de werkelijke lonen, maar op een forfaitair dagloon en dat ongeacht het werkelijk aantal gepresteerde uren. Het bedraagt sinds 1 januari 2013 19,02 euro in de landbouw en 18,58 euro in de tuinbouw. De lage berekeningsbasis geldt zowel voor de werkgevers- als de werknemersbijdragen. De lage sociale bijdragen gelden voor iedereen die de voorbije 180 kalenderdagen geen vaste job heeft gehad in de land- of tuinbouwsector. De regelgever wil hiermee verhinderen dat vaste werknemers zouden worden omgeschakeld tot gelegenheidsmedewerkers en er dus op die manier een pak klassieke sociale bijdragen zouden worden ontweken. De regeling van 180 dagen is een versoepeling. Tot voor deze zomer mocht men niet in de sector tewerkgesteld zijn geweest in vaste dienst in het lopende kwartaal en de voorgaande twee kwartalen. In de praktijk had dit vaak tot gevolg dat de werknemer niet als gelegenheidswerknemer kon worden tewerkgesteld gedurende bijna drie volledige kwartalen. Per kalenderjaar is het aantal dagen waarop gelegenheidsarbeid kan worden gepresteerd beperkt tot 65 dagen in de tuinbouw en 30 dagen in de landbouw. Er gelden uitzonderingen voor de witloof- en champignonteelt. (Belga)