Er zijn meer mannen (54%) dan vrouwen (46%) werkzoekend. Een decennium terug waren de mannen met 47,3% nog in de minderheid. Het banenverlies in de industrie door zowel de crisis als door de automatisering en globalisering trof de mannen bijzonder hard terwijl vrouwen mee surften op de banengroei in de tertiaire en quartaire sector, al moet daaraan worden toegevoegd dat ook in die laatste sectoren het werk schaarser wordt door bezuinigingen en het langer in dienst houden van oudere werknemers. De laaggeschoolde werkzoekenden staan voor 47,7% van de Vlaamse werkzoekenden. Op jaarbasis groeit de laaggeschoolde werkloosheid met 2,1%. Dat is trager dan bij de midden- (+9%) en de hooggeschoolden (+11,6%). De tragere toename van de laaggeschoolde werkzoekenden volgt vooral uit de wisseling van de generaties - oudere leeftijdsgroepen die de arbeidsmarkt verlaten hadden minder studiekansen dan de generaties die hun volgden - en niet uit de verbetering van de arbeidsmarktkansen voor laaggeschoolde werkzoekenden. Het aantal hooggeschoolde en middengeschoolde werkzoekenden groeit snel, ook doordat de tewerkstellingsmotor van de tertiaire en quartaire sector hapert. Laaggeschoolde vrouwen zagen bovendien hun arbeidsmarktkansen verbeteren door het succes van de dienstencheques. Meisjes studeren ook vlijtiger dan jongens. De jongste VDAB-schoolverlatersstudie vestigt daar terug de aandacht op: 59,2% van de hooggeschoolde schoolverlaters zijn meisjes, bij de laaggeschoolde zakt hun aandeel tot 38,5%. Het aantal werkzoekende 50-plussers klokt hoger af: sinds januari 2013 is de leeftijdsgrens voor een maxivrijstelling opgetrokken van 58 tot 60. (Belga)