Volgens de overheid zou 95% van onze kinderen zich moeten laten vaccineren tegen mazelen. Dat is de drempel om ervoor te zorgen dat de ziekte zich niet kan verspreiden. In Vlaanderen zijn we er bijna: 92,5% van onze tienjarigen laat zich al vaccineren. Er is dus nog een kleine extra inspanning nodig. Maar ook tegen een reeks andere (kinder)ziektes bestaan vaccins. Een aantal ervan wordt door de Vlaamse overheid gratis gegeven via consultaties van Kind en Gezin en de Centra voor Leerlingenbegeleiding. Als dat om de één of andere reden niet gebeurt, of wanneer ouders dat verkiezen, kunnen ze zich tot de huis- of kinderarts wenden. Worden de vaccins immers zelf aangekocht bij de apotheker, dan worden ze niet terugbetaald. Vaccins die de overheid gratis ter beschikking stelt via de vaccinatoren zijn Boostrix (tegen difterie, tetanus en kinkhoest voor de leerlingen van het derde jaar secundair onderwijs), Engerix B20 (tegen hepatitis B voor leerlingen van het secundair onderwijs), Imovax polio (tegen polio voor de primovaccinatie van kinderen die om een of andere reden de aanbevolen vaccins niet kunnen krijgen), Infanrix Hexa (tegen polio, difterie, tetanus, kinkhoest en hepatitis B voor kinderen tot zes jaar), Infanrix-IPV (tegen polio, difterie, tetanus en kinkhoest voor kinderen tot twaalf jaar), Priorix (tegen mazelen, bof en rubella voor kinderen van 1 en 11 jaar), NeisVac-C (tegen meningokokken voor kinderen tot einde secundair onderwijs), Prevenar 13 (tegen pneumokokken voor kinderen tot 24 maanen), Tedivax pro adulto (tegen tetanus en difterie voor volwassenen op de tien jaar), Gardasil (tegen humaan papillomavirus voor meisjes in het eerste jaar secundair onderwijs) en Vaxigrip (voor bewoners van woonzorgcentra). (Belga)

Volgens de overheid zou 95% van onze kinderen zich moeten laten vaccineren tegen mazelen. Dat is de drempel om ervoor te zorgen dat de ziekte zich niet kan verspreiden. In Vlaanderen zijn we er bijna: 92,5% van onze tienjarigen laat zich al vaccineren. Er is dus nog een kleine extra inspanning nodig. Maar ook tegen een reeks andere (kinder)ziektes bestaan vaccins. Een aantal ervan wordt door de Vlaamse overheid gratis gegeven via consultaties van Kind en Gezin en de Centra voor Leerlingenbegeleiding. Als dat om de één of andere reden niet gebeurt, of wanneer ouders dat verkiezen, kunnen ze zich tot de huis- of kinderarts wenden. Worden de vaccins immers zelf aangekocht bij de apotheker, dan worden ze niet terugbetaald. Vaccins die de overheid gratis ter beschikking stelt via de vaccinatoren zijn Boostrix (tegen difterie, tetanus en kinkhoest voor de leerlingen van het derde jaar secundair onderwijs), Engerix B20 (tegen hepatitis B voor leerlingen van het secundair onderwijs), Imovax polio (tegen polio voor de primovaccinatie van kinderen die om een of andere reden de aanbevolen vaccins niet kunnen krijgen), Infanrix Hexa (tegen polio, difterie, tetanus, kinkhoest en hepatitis B voor kinderen tot zes jaar), Infanrix-IPV (tegen polio, difterie, tetanus en kinkhoest voor kinderen tot twaalf jaar), Priorix (tegen mazelen, bof en rubella voor kinderen van 1 en 11 jaar), NeisVac-C (tegen meningokokken voor kinderen tot einde secundair onderwijs), Prevenar 13 (tegen pneumokokken voor kinderen tot 24 maanen), Tedivax pro adulto (tegen tetanus en difterie voor volwassenen op de tien jaar), Gardasil (tegen humaan papillomavirus voor meisjes in het eerste jaar secundair onderwijs) en Vaxigrip (voor bewoners van woonzorgcentra). (Belga)