Hiermee bereikt het Vlaamse Gewest een hoger bbp per inwoner dan het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (31.200 euro) en het Waalse Gewest (26.100 euro). Ter vergelijking: In de EU27 bedraagt in 2012 het gemiddelde bbp per inwoner 25.800 euro, in de EU15 28.200 euro. Bij de berekening van het bedrag voor Vlaanderen werd wel een correctie toegepast voor inkomende en uitgaande pendel: heel wat Vlamingen werken immers in Brussel. Zonder deze correctie-operatie zou de toegevoegde waarde die zij genereren, op het conto komen van het gewest waar zij tewerkgesteld zijn. Het bbp per inwoner is een goede graadmeter voor de economische fitheid van de regio, aangezien de samenstelling ervan rekening houdt met drie belangrijke economische en demografische factoren: arbeidsproductiviteit, werkgelegenheidsgraad en aandeel van de bevolking op beroepsactieve leeftijd ten opzichte van de totale bevolking. De arbeidsproductiviteit blijft onverminderd hoog, maar blijft ook rond hetzelfde niveau schommelen, terwijl nieuwe EU-landen aan een inhaalbeweging begonnen zijn. De erkgelegenheidsgraad in Vlaanderen bedraagt 67.8 procent, beter dan de 51.3 procent in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de 58.1 procent in Wallonië. Vlaanderen komt zo op een 11e plaats in de Europese ranking. Een belangrijk pijnpunt voor de Vlaamse arbeidsmarkt blijft echter de zwakke werkgelegenheid van de oudere werknemers (55-64 jarigen). De aanstormende vergrijzing baart de opstellers van het rapport zorgen. Het aandeel van de bevolking op beroepsactieve leeftijd ten opzichte van de totale bevolking zal in de komende jaren enkel afnemen. Een blijvende groei in de arbeidsproductiviteit én een hogere werkgelegenheidsgraad zijn volgens het rapport noodzakelijk om de welvaart op peil te houden. In vergelijking met de buurlanden is Vlaanderen qua bbp per inwoner een middenmoter, al is er in de meest recente jaren een lichte vooruitgang geboekt. Dit is volgens het rapport een aanwijzing dat Vlaanderen de crisis van 2009 relatief goed heeft doorstaan. (Belga)