Met een volledige omniumverzekering krijgt u ook een vergoeding voor de schade aan uw wagen als u verantwoordelijk bent voor het schadegeval - u rijdt bijvoorbeeld tegen een paaltje - of als uw wagen averij oploopt door vandalisme of wordt gestolen. Een kleine omniumverzekering dekt alleen de eigen schade bij glasbreuk en bij diefstal of een poging tot diefstal. Een omnium is interessant als een total loss of een dure herstelling door een ongeval waarvoor u aansprakelijk bent, u in financiële moeilijkheden zou brengen. Zeker als u een nieuwe wagen hebt gekocht, is een omnium het overwegen waard. U kunt dan na verloop van tijd - bijvoorbeeld na drie jaar - overstappen van een omnium naar een kleine omnium of naar de wettelijk verplichte BA-aansprakelijkheidsverzekering.

Uitbreidingen van de waarborg

U kunt de omniumverzekering uitbreiden met een dekking rechtsbijstand. Zo kunt u uw belangen laten verdedigen door een advocaat of een deskundige als er betwisting is over de aansprakelijkheid voor een ongeval. Met een goede rechtsbijstand kunt u de advocaat of de deskundige zelf kiezen. De bijkomende jaarpremie varieert rond 75 euro.

Een tweede uitbreiding is de bestuurdersverzekering. Als u als bestuurder een ongeval veroorzaakt, betaalt de autoverzekering - zowel de BA-verzekering als de omniumverzekering - geen vergoeding voor de lichamelijke schade die u oploopt. De lichamelijke schade van de passagiers is wel gedekt. Met een bestuurdersverzekering worden de medische kosten - en eventueel de blijvende invaliditeit - van de bestuurder vergoed. Er is ook een dekking voor de nabestaanden als de aansprakelijke bestuurder overlijdt. Een extra jaarpremie daarvoor kost 35 à 70 euro.

Verzekerde of aangenomen waarde

Hoeveel de verzekeraar uitbetaalt bij een total loss of een diefstal, hangt af van de verzekerde waarde van de wagen. Iedere verzekeraar bepaalt die anders. U kiest het beste voor een verzekering van de aangenomen waarde van het voertuig, en niet voor een verzekering van de marktwaarde. Voor de dekking van de aangenomen waarde betaalt u iets meer, maar u krijgt wel de overeengekomen waarde uitgekeerd. Bij een verzekering van de marktwaarde bepaalt een expert het bedrag op basis van de richtprijzen van tweedehandswagens. Dat is nadelig, omdat die waarde lager is dan de prijs die u voor een nieuwe wagen moet betalen.

Bij de bepaling van de aangenomen waarde wordt rekening gehouden met twee factoren. De eerste is de nettoprijs - na kortingen en inclusief 21 procent btw - die u aan de garagehouder betaalt. De tweede factor is de afschrijving die de verzekeraar toepast. Na verloop van tijd - bijvoorbeeld na dertig maanden - houdt hij een waardevermindering van bijvoorbeeld 1 procent per begonnen maand af. U kiest het beste voor een verzekeraar die de afschrijving zo laat mogelijk laat beginnen en waar de waardevermindering zo laag mogelijk is.

Er zijn formules die een verhoging van 10 procent toepassen boven op de berekende vergoeding. Stel dat u een nieuwe wagen hebt gekocht voor een nettoprijs van 20.280 euro (inclusief 21 % btw). Gedurende de eerste dertig maanden is er geen afschrijving. Vanaf de 31ste maand bedraagt het afschrijvingspercentage 1 procent per begonnen maand. Als de verzekeraar een forfaitaire verhoging van 10 procent op de berekende vergoeding hanteert, krijgt u bij een total loss of een diefstal gedurende de eerste dertig maanden een vergoeding van 22.308,01 euro (20.280,01 euro + 10%). Daarna wordt de vergoeding verminderd met 1 procent per maand.

Zo krijgt u na veertig maanden nog een vergoeding van 20.280,01 euro. Dat is de nettoprijs van 20.280,01 euro min 10 procent (de afschrijving tussen dertig en veertig maanden) plus het forfait van 10 procent. De eerste veertig maanden krijgt u door de forfaitaire verhoging dus nog het volledig betaalde bedrag terug. Na zestig maanden krijgt u nog 15.615,60 euro, of de nettoprijs van 20.280,01 euro min 30 procent (de afschrijving tussen dertig en zestig maanden) plus het forfait van 10 procent.

Met of zonder vrijstelling

Belangrijk is welke franchise of vrijstelling de verzekeraar hanteert. Dat is het bedrag van de schade dat u zelf moet betalen - doorgaans 250 euro. Er zijn ook verzekeraars die geen vrijstelling opleggen. Zij vergoeden de volledige schade gedurende de periode dat er geen afschrijving is. Dat kan interessant zijn bij kleinere schade.

Een voorbeeld: u stelt vast dat de bumper van uw wagen lakschade heeft opgelopen doordat een andere wagen ertegenaan is gereden. De dader is spoorloos. Voor de herstelling vraagt een garagehouder al gauw 250 euro. Met een omniumverzekering die een franchise van 250 euro heeft, moet u de volledige schade betalen. Sommige verzekeraars passen geen vrijstelling toe als de herstelling wordt uitgevoerd door een hersteller die erkend is door de verzekeraar.