Een groepsverzekering is een interessante manier om als werknemer je wettelijk pensioen aan te vullen. Van werkgever veranderen, heeft ook zijn gevolgen voor de groepsverzekering.

Concreet heb je vijf keuzes wat je doet met het kapitaal dat je al hebt opgebouwd bij je vorige werkgever.

Keuze 1. Laten staan

Je kan het opgebouwde kapitaal gewoon laten staan bij de verzekeraar van je vroegere werkgever en geen verdere premies meer betalen. Dit is de keuze die het vaakst wordt gemaakt. Je ontvangt dan op de einddatum het opgebouwde bedrag (vermeerderd met de opbrengsten).

Keuze 2. Een onthaalstructuur

Je kan het opgebouwde kapitaal overbrengen naar een zogenaamde onthaalstructuur. Dit kan nuttig zijn als je groepsverzekering geen overlijdensdekking meer bevat als gevolg van het einde van de arbeidsovereenkomst. Maak je deze keuze, dan kan je je verworven reserves gebruiken om bijkomende risicodekkingen te 'kopen', zoals een overlijdensdekking.

Keuze 3. Kapitaal overdragen

Een derde keuze bestaat erin het gespaarde bedrag van de groepsverzekering over te dragen naar de verzekeraar van je nieuwe werkgever.

Dit is alleen mogelijk als je nieuwe werkgever je een groepsverzekering aanbiedt. Kijk vooraleer je dit doet wel na welk rendement de verzekeraar van je nieuwe werkgever je aanbiedt.

Keuze 4. Zelf de premies betalen

Heb je bij je nieuwe werkgever geen groepsverzekering, dan kan je de bestaande groepsverzekering laten bestaan en de premies zelf verder betalen. Die zijn dan wel begrensd tot maximum 2260 euro per jaar. Je moet om van deze keuzemogelijkheid gebruik te kunnen maken minstens drie en een half jaar lang aangesloten geweest zijn bij je groepsverzekering.

Keuze 5. Gemeenschappelijke kas

Je kan het opgebouwde kapitaal ook overbrengen naar een gemeenschappelijke pensioenkas. Eens je kapitaal daar staat, moet het daar verzekerd blijven tot de einddatum. Je kan het dan niet meer overdragen naar de groepsverzekering van een eventuele nieuwe werkgever. (JR)