Zoals iedereen ben je als zelfstandige niet gevrijwaard van ziekte of ongeval. In het beste geval kan je je beroep een aantal dagen of weken niet uitoefenen, maar deze arbeidsongeschiktheid kan ook van blijvende aard zijn. Houd er ook rekening mee dat je dikwijls als zelfstandige de belangrijkste kostwinnaar in het gezin bent.

Wettelijke uitkering

In geval van arbeidsongeschiktheid als gevolg van ziekte of ongeval heb je recht op een wettelijke uitkering die zal betaald worden door je ziekenfonds. Let wel, je moet volledig arbeidsongeschikt zijn en krijgt de uitkering pas uitbetaald vanaf de tweede maand arbeidsongeschiktheid.

De wettelijke uitkering neemt de vorm aan van een dagvergoeding. Dit is een forfaitair bedrag dat niet wordt berekend op het reële inkomen dat je verliest bij een arbeidsongeschiktheid. Het bedrag van de dagvergoeding verschilt naargelang je gezinssituatie en van de duur van de arbeidsongeschiktheid. De eerste maand van arbeidsongeschiktheid krijg je sowieso niets. De 11 daaropvolgende maanden en dit zolang je niet kunt werken, krijg je een dagvergoeding van 41,19 euro als alleenstaande, van 53,99 euro met gezinslast en van 33,13 euro als samenwonende.

De aldus uitbetaalde bedragen zijn meestal ontoereikend om de levensstandaard van jou en je gezin op hetzelfde niveau als voor de arbeidsongeschiktheid te handhaven. Een bijkomende verzekering tegen het risico van inkomensverlies als gevolg van ziekte of ongeval is dan ook noodzakelijk.

Verzekering gewaarborgd inkomen

Het risico van inkomensverlies na ziekte of ongeval kan je verzekeren door een polis gewaarborgd inkomen af te sluiten.

Door deze verzekering krijg je een maandelijkse rente uitbetaald ter compensatie van het verlies aan inkomen waarmee je als zelfstandige te maken krijgt door arbeidsongeschiktheid als gevolg van ziekte of een ongeval.

Deze maandelijkse rente zal worden uitbetaald gedurende de hele periode dat je arbeidsongeschikt bent, tijdelijk of blijvend. Je kan daarbij kiezen tussen een rente die vast blijft gedurende de volledige duur van het contract, maar ook opteren voor een rente die jaarlijks wordt geïndexeerd. Je krijgt een rente die in verhouding staat tot de invaliditeitsgraad die zowel wordt bepaald aan de hand van fysiologische criteria (evaluatie van de vermindering van de lichamelijke integriteit) als aan de hand van economische criteria (evaluatie van de vermindering van de werkcapaciteit). Ben je meer dan 66 procent invalide, dan krijg je de volledige rente uitbetaald.

© iStock

In ruil voor de aldus bepaalde rente, betaal je maandelijkse premies aan de verzekeraar. Deze premies worden bepaald door volgende elementen; je leeftijd op het ogenblik van het aangaan van de polis (hoe jonger, hoe goedkoper de polis), de zogenaamde wachttijd, je leeftijd bij het verstrijken van de polis (een dekking tot 60 jaar dan is dit goedkoper dan een dekking tot 65 jaar), de al dan niet indexatie van de rente en het soort risico (alleen ziekte of ook ongeval) dat je wenst te verzekeren.

De wachttijd is de periode waarin je geen recht hebt op de uitbetaling van een rente. Sommige verzekeraars passen een verhoging toe als je gevaarlijke sporten of hobby's (bijvoorbeeld parachute- of benjispringen) uitoefent. Belangrijk te weten is dat de door jou betaalde premies aftrekbare beroepskosten zijn.

Volgend voorbeeld geeft een idee van de te betalen premie. Een 39-jarige geneesheer verzekert een rente (met een indexatie van 2,5% per jaar) voor een bedrag van 50.000 euro. Hij kiest voor een wachttijd van 30 dagen en een looptijd van de verzekering gewaarborgd inkomen tot 65 jaar. In deze hypothese betaalt de geneesheer een jaarpremie van 1997,31 euro voor zijn verzekering gewaarborgd inkomen.