De overstromingen in ons land hebben iedereen verrast. Niet het minst de verzekeringssector, die voor een groot deel van de schade moet opdraaien, goed voor meer dan 600 miljoen euro. De Belgische overheden, met de Waalse op kop, zullen een nog grotere som betalen: ongeveer 1 miljard euro. De publieke sector torst dus een groter deel van de kosten dan de private sector. Dat is nefast voor een risico dat in theorie volledig door die private sector verzekerd zou kunnen zijn.

De verzekeraars betalen wel het dubbele van het wettelijke maximum uit. De wet en het daaraan gekoppelde wettelijke plafond dateren van 2005 en zijn met de recente natuurramp achterhaald.

Verzekeren is iets voor verzekeraars.

In de komende periode zullen de Belgische overheden en de verzekeringssector stevig onderhandelen over de herziening van die wet en van het wettelijke plafond dat de verzekeraars jaarlijks aan natuurrampen mogen uitgeven. Hopelijk laten onze overheden zich geen pad in de korf zetten door akkoord te gaan met een veel te laag maximum. Ook al hebben de verzekeraars zich van hun toegeeflijkste kant laten zien, hoe lager dat plafond, hoe beter voor hen.

De verzekeringsdeskundigen zeggen zelf ( lees verderop) dat er in de verzekeringssector meer dan capaciteit genoeg is om veel grotere klimaatrisico's te dekken dan tot nu het geval was in ons land. De herverzekeraars spelen daar een sleutelrol in. Hopelijk zijn de Belgische overheden zich daarvan bewust en gebruiken ze dat als argument om alleen maar na heel extreme natuurrampen tussenbeide te komen. Want zoals voorbeelden in het buitenland aantonen, kunnen de klimaatrisico's nog extremer worden. In alle stadia daarvoor moeten de mogelijkheden in de private verzekeringssector optimaal worden benut.

De overstromingen in ons land hebben iedereen verrast. Niet het minst de verzekeringssector, die voor een groot deel van de schade moet opdraaien, goed voor meer dan 600 miljoen euro. De Belgische overheden, met de Waalse op kop, zullen een nog grotere som betalen: ongeveer 1 miljard euro. De publieke sector torst dus een groter deel van de kosten dan de private sector. Dat is nefast voor een risico dat in theorie volledig door die private sector verzekerd zou kunnen zijn. De verzekeraars betalen wel het dubbele van het wettelijke maximum uit. De wet en het daaraan gekoppelde wettelijke plafond dateren van 2005 en zijn met de recente natuurramp achterhaald. In de komende periode zullen de Belgische overheden en de verzekeringssector stevig onderhandelen over de herziening van die wet en van het wettelijke plafond dat de verzekeraars jaarlijks aan natuurrampen mogen uitgeven. Hopelijk laten onze overheden zich geen pad in de korf zetten door akkoord te gaan met een veel te laag maximum. Ook al hebben de verzekeraars zich van hun toegeeflijkste kant laten zien, hoe lager dat plafond, hoe beter voor hen. De verzekeringsdeskundigen zeggen zelf ( lees verderop) dat er in de verzekeringssector meer dan capaciteit genoeg is om veel grotere klimaatrisico's te dekken dan tot nu het geval was in ons land. De herverzekeraars spelen daar een sleutelrol in. Hopelijk zijn de Belgische overheden zich daarvan bewust en gebruiken ze dat als argument om alleen maar na heel extreme natuurrampen tussenbeide te komen. Want zoals voorbeelden in het buitenland aantonen, kunnen de klimaatrisico's nog extremer worden. In alle stadia daarvoor moeten de mogelijkheden in de private verzekeringssector optimaal worden benut.