Sinds begin 2013 moet elke huurwoning in Vlaanderen, waarvoor een nieuw huurcontract afgesloten wordt, uitgerust zijn met rookmelders. In een eengezinswoning, appartement of studio moet op elke bouwlaag minstens één melder geïnstalleerd zijn.

Wie verhuurt aan studenten, moet een rookmelder in elke individuele kamer voorzien. De verhuurder is verantwoordelijk voor de aankoop en plaatsing, maar als huurder moet je zelf tijdig de batterijen vervangen.

Voor oudere huurcontracten - dat betekent: afgesloten vóór 1 januari 2013 - geldt een gefaseerde invoering van de verplichting. Private huurwoningen die als hoofdverblijfplaats worden verhuurd en dateren van vóór 1945, moeten vanaf 1 januari 2016 uitgerust zijn met rookmelders. Voor jongere woningen (gebouwd na 1945) geldt de verplichting pas vanaf 1 januari 2019.

Sociale huurwoningen

Voor sociale huurwoningen werd een afzonderlijke timing opgesteld. Dateren ze van vóór 1950, dan moeten ze sinds 1 januari 2014 voorzien zijn van rookmelders. Voor woningen die gebouwd werden tussen 1950 en 1969, moet dit sinds begin dit jaar.

Werd de huurwoning opgetrokken tussen 1970 en 1979, dan geldt de verplichting vanaf 1 januari 2016. Voor nieuwere woningen (vanaf 1980) geldt die vanaf 1 januari 2017.

De geïnstalleerde rookmelders moeten voldoen aan een aantal voorwaarden. Ze moeten CE-gemarkeerd zijn en dienen te voldoen aan de norm NBN EN 14604. Daarnaast mogen er enkel optische (en geen ionische) melders geplaatst worden die reageren op een afwijkende lichtinval in geval van rookontwikkeling. Dat moet gebeuren door het produceren van een scherp geluidssignaal.

Niet verplicht? Toch doen!

Zelfs als een huurwoning volgens deze wettelijke regels niet onmiddellijk moet uitgerust zijn met rookmelders, is het toch aan te raden om die zo snel mogelijk te plaatsen. Ze detecteren rook meestal sneller dan de bewoners zelf, en kunnen daardoor mensenlevens redden en materiële schade bij brand tot een minimum beperken.(RVE)